Stiekem afgeluisterd. Top secret!

Br. A: Zo, broeders, we zijn bij Opwekking 599 aanbeland. Wat vinden jullie van dat lied?
Br. B: Nou, mooie melodie. Ja, op zich wel aardig…
Br. A: Maar?
Br. B: Maar het komt toch wel wat remonstrants op mij over.
Br. C: Hoezo, broeder?
Br. B: Nou, dat zinnetje ‘Hij wacht alleen nog maar totdat jij komt’ zint me niet zo.
Br. A: Hm… nou je het zegt. Zo staat de keuze van de mens natuurlijk veel te centraal hè?
Br. B: Zo is het. Het is juist gereformeerd om te zeggen dat God máákt dat wij naar hem toekomen?
Br. A: Dat lijkt me correct, broeder. Dát is het evangelie zoals het al eeuwen in onze belijdenisgeschriften is opgetekend, is het niet?

[Beide andere broeders knikken instemmend. Er volgt een stilte, en na een tijdje:]

Br. C: Aan de andere kant… in de gelijkenis van de Verloren Zoon wordt wel degelijk duidelijk dat de vader aan het wachten is. En ik heb niet het idee dat de vader máákte dat zijn zoon thuiskwam. Hij haalt zijn zoon niet in het buitenland op of iets dergelijks.
Br. A en B [geschrokken] Warempel, dat is waar ook! Wat nu, broeders?
Br. C: We zouden dit lied gewoon kunnen overslaan, en doen alsof onze neuzen even bloedden?
Br. A: Nee, dat valt op een gegeven moment teveel op. Laten we dat bij het gemiddelde van eenmaal per 15 liederen houden.

[Stilte, na een tijdje:]

Br. B: Ik heb een idee!
Br. A: Vertel op!
Br. B: Als we nu eens zouden voorstellen om dit lied alleen in vriendendiensten te zingen, waarin veel niet-christenen zitten die zich zullen herkennen in de verloren zoon?
Br. C: Ja, maar [hm] maak je dan geen onterecht onderscheid tussen gemeenteleden en mensen buiten de kerk? Alsof niet-christenen wél zelfstandig een geloofskeuze moeten maken en wij, gemeenteleden, níet.
Br. B: Beste broeder, wij horen toch bij het uitverkoren verbondsvolk, wij hoeven ons toch niet met de verloren zoon te identificeren?!
Br. C: [na enige twijfeling] O ja, dat is ook zo. Nu je het zegt. Inderdaad, ik herken mezelf eerlijk gezegd ook nooit in die verloren zoon…
Br. B: Nou, ik ook niet.
Br. A: Ik ook niet.

[Korte stilte, daarna:]

Br. B: Nou, zullen we het dan zo afspreken? Opwekking numero 599 laten we niet in de reguliere diensten zingen, maar we staan wel toe dat hij in andersoortige diensten met het oog op gasten gezongen wordt.
Br. A: Ik vind dat een weloverwogen beslissing, broeder.

[Stilte, na enige tijd:]

Br. C: Bij nader inzien heeft dit lied trouwens ook wel prachtige trekken van Psalm 139. En het vertelt ook prachtig over Gods onvoorwaardelijke liefde. En ongelooflijk, ik merk er heel mooi het plaatsvervangend verlossingswerk van Jezus Christus in op.
Br. A en B [in koor, verontwaardigd]: Genoeg broeder!

[Br. C zwijgt, z'n hoofd voorover gebogen. Daarna kijkt hij met betraande ogen zijn collega's aan.]

Br. B: En zie ik nu echt dat het lied je nog ontroert ook?! Kom op zeg! Wèl je hele leven met droge ogen de 150 prachtige psalmen zingen, en dan hier een potje gaan zitten janken na één liedje?
Br. C: Sorry, maar de tranen kwamen gewoon opzetten.
Br. A: We hebben besloten. Zo blijven we bezig, zeg! Nummer 600 is aan de beurt. Heeft iemand daar misschien een mening over?

Beste mensen,

natuurlijk heb ik er even over gedacht om alle ingestuurde reacties van m’n site te verwijderen. Verschillende mensen hebben daarop bij mij, zowel publiek als anoniem, aangedrongen. De diepste reden waarom ik dat ook werkelijk zou doen is dat het religieuze sensatiezucht in de hand werkt. Je weet wel, zoals het Nederlands Dagblad zich als het religieuze equivalent van RTL-Boulevard presenteert. Lekker de zaken ophitsen met schreeuwerige en rellerige koppen, natuurlijk om de discussie alvast aan te zwengelen en in-de-pen-klimmers te trekken voor de opiniepagina de dagen daarop.
Het aantal bezoekers van deze site is in de afgelopen week verdrievoudigd. Ik vermoed ook vanwege de flauwe sensatie.

De reden dat ik de reacties heb laten staan is dat ik deze site niet wil opwerpen als een soort vervanging van de kerken. Alsof ik hier de GKv vertegenwoordig. Alsof ik u verantwoording schuldig ben. Alsof ik hier een dominee in functie ben. (Al wás ik het, dan nog zou ik alles plaatsen, hoe graag mensen me ook in een overzichtelijk en bekend (vrijgemaakt) hokje willen plaatsen of zien. U doet uw best maar, het lukt u toch niet. Het lukt me mezelf niet eens, al schijn ik geschaard te kunnen worden onder de ‘evangelical-protestants’ waarmee ik overigens prima kan leven.)
Ook kan, wil en moet ik niet bepalen hoe eventuele lompe reacties bij derden overkomen.

Dit is een site waarop ik mijn bedenksels en preken publiceer. Wat u daarvan vindt – of u mij nou een gemene wolf, een vrolijk of juist dwars schaap, of een heerlijke herder vindt – zal me een zorg zijn. Doet me ook niks. Al laten sommigen schrijnend blijken goede tegenhangers te zijn van de klini-clowns. ‘Dames en heren, mag ik aan u voorstellen: de grefo-pipo’s!’ Zet ze op een podium, laat ze elkaar vrijgemaakte vliegen afvangen, en het kerkelijk publiek ligt in een deuk.

Wat er natuurlijk wel gebeurt is dat er zich een geestelijke (!) scheiding aan het voltrekken is tussen mensen. En hoewel Paulus oproept om te allen tijde de eenheid te zoeken, vind ik dit in dit geval een goede ontwikkeling. Want de GKv zijn al jaren geen eenheid meer, zijn dat vanaf het begin ook niet op geestelijke wijze geweest. De ware-kerk-gedachte van weleer was wel duidelijk en wellicht fijn, maar is niet op Bijbelse gronden te verdedigen.
Maar geen paniek, de GKv hoeven ook niet een op zichzelf staande eenheid te zijn. Zoiets afgebakends en controleerbaars bestaat niet, is ook niet iets om naar te streven.

Verkondig als predikers ‘gewoon’ het evangelie van Jezus Christus, in al haar eenvoud, schoonheid, ernst en goedheid. Dan merk je vanzelf wel hoe mensen daarop reageren.
Ik zou me als prediker ernstig zorgen maken wanneer er in mijn gemeente van 200/300/400 man geen scheiding ontstaat na mijn preken. Want het gaat er bij mij niet in dat er binnen de GKv in de afgelopen decennia overal christelijke eenheidsgemeentes zijn ontstaan én gebleven. Ik vermoed eerder veel bijgeloof, kleingeloof en ongeloof aan te treffen.

Ook vermoed ik dat menig predikant een sfeer van pappen-en-nathouden in stand heeft gehouden. En dat moet een keer ophouden en openbarsten. Veel mensen zijn flauw of ziek van die nietszeggende sfeer, het vaak totale gebrek aan Godsvertrouwen (zie kerkelijke omgang met Mexicaanse Griep), het structureel afkappen of overgenuanceerd evalueren van mooie initiatieven, en het totale gebrek aan relevant en betrokken kerk-zijn.
Let op, ik hoop natuurlijk niet op nieuwe kerkgemeenschappen. Echt, het gedrag van de nieuwe vrijgemaakten en dat van al die andere angstige predikers die ‘eruit’ gaan ‘omdat ze zich niet meer in de GKv kunnen herkennen’, verfoei ik. En dat zouden meer mensen moeten doen. Ik vind dat mensen zonder karakter, mensen met een absurd, eng en versmald wereld- en kerkbeeld. Zo ongelooflijk zielig.

Wie Christus preekt, zal merken dat er een scheiding optreedt. Anders gezegd: in gemeentes waarin de lieve vrede heerst, wordt Christus niet gepreekt.
We hoeven m.i. niet de schijn op te houden dat Christus gesettelde kerkmensen niet meer boos en opstandig maakt of hun verborgen angsten niet aan de oppervlakte brengt, omdat deze mensen lid zijn (geworden) van een GKv-gemeente. Alsof een kerk(verband) op zich, welke het ook maar is, mensen tegen de kracht van Christus’ Geest ‘beschermt’ en deze Geest hen, omdat ze ‘binnen’ zouden zijn, niets meer doet.
Ook mensen binnen de GKv kunnen (wellicht ongemerkt) kiezen voor het duistere leven van satan.

Als prediker heb ik mezelf en anderen op dit laatste te wijzen. Want het zou zomaar kunnen zijn dat u in uw ‘geestelijk’ leven eerder in het duister dan in het licht blijkt te leven. De Geest vraagt ons in ieder geval steeds om Jezus-christelijke keuzes te maken, niet om vrijgemaakte denk- en doekaders in stand te houden.
Wie dit laatste niet aan kan, heeft een probleem. Maar zadel mij of anderen alsjeblieft niet met uw problemen op. U moet veranderen, niet uw ‘vijanden’. Als u niet buiten in de heerlijke zon (van Christus) wilt staan, moet u dat zelf weten. Maar draag mij en anderen niet op met u naar binnen te keren.

Ik geloof in de eenheid van door Christus geheiligde mensen, niet in de eenheid van de GKv op zich.

Praktijkvoorbeeld 1
Vorig jaar hoorde ik een predikant uit de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKv) die ergens in een dorp naar eigen zeggen “goed bezig” is, het volgende zeggen: “Ik ben nu een tijdje bezig in mijn gemeente, en ik merk dat er een beweging op gang komt. Ik merk in de gemeente geestelijke groei, missionair verlangen en een groter geloof.
Maar weet je waar ik zo van baal? Dat er naast mij ook andere predikanten komen preken, die al het opgebouwde werk neer lijken te halen. Zoals laatst bijvoorbeeld. Hebben we net een mooie prekenserie over genade achter de rug, fietst er zo’n typisch vrijgemaakte dominee langs die Gods genade klein(er) maakt, of – nog erger – die genade stiekem/impliciet afhankelijk maakt van onze daden!
Dan heb ik het gevoel al m’n werk voor niets te hebben gedaan!”

Praktijkvoorbeeld 2
Vandaag kreeg Margreet een ‘Handreiking voor een evenwichtige plek voor ‘Opwekking’ in de liturgie’ uit de kerk mee. Daarin wordt door een daarvoor aangestelde groep GKv’ers (het zogenaamde Deputaatschap Kerkmuziek) redelijk uitgebreid betoogd op welke criteria sommige Opwekkingsliederen wel en andere niet worden geselecteerd.
We moeten er bijvoorbeeld op bedacht zijn dat de liederen niet om ons gevoel en onze vroomheid draaien. Ook hebben we te waken voor ‘onbijbelse overwinningstheologie’ en tenslotte moeten we het gevaar van ‘remonstrantse invloeden’ niet onderschatten, ‘alsof het draait om de keuze van de mens’.
En dus is er nu ongeveer 15% van het aantal Opwekkingsliederen goedgekeurd om in de GKv gezongen te worden.

Ik moet om beide bovenstaande voorbeelden vooral glimlachen. Vooral het tweede voorbeeld is niets anders dan cabaret. Oké, een behoorlijk misplaatst cabaret inclusief een grote portie plaatsvervangende schaamte, maar toch.

Het eerste praktijkvoorbeeld vind ik getuigen van grove zelfoverschatting en controledwang. Maar vooral is het totale onderschatting van Gods krachtige Geest. Alsof mensen in een kerkelijke gemeente anno 2010 niet zelf kunnen aanvoelen en bepalen of er wel of geen evangelie is verkondigd. (Tip: kijk gewoon naar de gezichten van kerkgangers als ze de kerk uitlopen, of luister naar hun gesprekken na een kerkdienst. Ik denk zelfs dat de tijd van het napraten in de kerkhal of op het -plein veel zegt over het uur daarvóór. Zoals het ook in een voetbalkantine drukker is na een overwinning van de thuisploeg; daar moet uitgebreid op gedronken worden!)

Mijn eerste vraag is: waarom en waarvoor zou je als prediker bang zijn? Juist als je een gemeente voor je ogen geestelijk ziet groeien, ben je toch niet bang dat de boom omvalt als er toevallig een paar lompe bouwvakkers langskomen die geen verstand van de natuur blijken te hebben?
Wees niet bang. We leven echt niet meer in de voorbije eeuwen waarin het gros van de kerkmensen als een stel ongeschoolde, ongeletterde en onderontwikkelde kleuters alles voor zoete koek slikt.
Ik ben ervan overtuigd dat de meeste christenen in de GKv zélf christen (kunnen) zijn.

Het tweede voorbeeld getuigt van typisch vrijgemaakte haarkloverij, zuinigheid, nattevingerwerk en – ja hoor, daar duikt hij weer op – angst. Angst om mensen voor het hoofd te stoten, wanneer een lied niet helemaal strookt met de gereformeerde dogmatische beginselen. Angst voor ruzies, scheve gezichten en boze brieven aan de kerkenraden. Angst om de bordjes zo nu en dan heerlijk scheef te hangen. Angst voor geestelijke dynamiek en spanning. Angst voor misverstanden.

En ja, dan krijg je dus onbegrijpelijke gedachtekronkels als dit voor je kiezen: een werkelijk prachtig lied als ‘Nog voordat je bestond, kende hij je naam’ (Opwekking 599) is niet geselecteerd omdat het – dogmatisch bekeken – niet ‘hij wacht alleen maar totdat je komt’ moet zijn, maar ‘God máákt dat je komt’.
Hier spreekt het grote theologische geweten, dat logischerwijs wel moet kunnen spreken maar zeker niet moet regeren. Het geweten heeft namelijk ook de neiging erg beklemmend te werken.

Mijn tweede vraag, naar aanleiding van beide voorbeelden, is: waarom bestaat deze (liturgische) controlfreakerigheid nog altijd in de GKv? Natuurlijk, ik weet wel waar deze controledwang vandaan komt – hij zit ons sinds ‘44 in de genen -, maar ik begrijp niet waarom we er nog steeds niet afscheid van hebben willen nemen. Juist op synodaal niveau.

Ik vermoed dat de synode en dergelijke deputaten hun ‘publiek’ structureel als infantielen en domme kleuters beschouwen die zich om het minste of geringste het lazarus schrikken, bang worden en wegvluchten.
En daarom schrijven synode en deputaten ons als een stel kleuterjuffen nog steeds van alles voor, tot aan de liedjes die we wel of niet mogen zingen toe. Dit alles onder het mom van ‘evenwichtigheid’ en ‘afgewogen beslissingen’.
En ik denk: Jammer… de bepalende mannen van de GKv denken nog steeds niet volwassen. En laten het gewone kerkvolk niet volwassen wórden. (Leer toch van de apostelvergadering in Handelingen 15, zou ik willen zeggen. Daar werd geestelijk beleid gemaakt, daar werd geregeerd.)

En nu ga ik weer in de blokkenhoek spelen. Als dat mag natuurlijk. Juf, waar bent u?!

Een van de grootste kritiekpunten die ik geregeld op mijn bordje krijg, is dat ik te positief over God en de Bijbel zou (s)preken. Vooral uit conservatieve hoek vindt men die positiviteit vaak maar moeilijk te verkroppen.
Ik begrijp dat. Niet in de laatste plaats omdat ik zelf – en ik ken genoeg mensen die daarvan getuigen kunnen – nogal een behoudende jongen was voordat ik aan de theologische studie in Kampen begon. Ik had destijds nog lang niet door dat mijn behoudende houding niets anders dan angst verborg. Angst om mezelf te zijn, angst om de Bijbel zelf (en met andere goede theologen) te ontdekken, angst om ‘anders’ te zijn dan mijn leermeesters, angst voor mijn gelijken: de behoudende groep in de kerk die het niet kan verkroppen dat ‘haar’ kerk verloren gaat.

Ik praatte met goede vrienden, ik ontdekte Tim Keller maar vooral John Piper. Die laatste sprak, en dat was een geweldige openbaring voor me, over geluk in God. En over genieten van God. En over de glorie of heerlijkheid van Christus van waaruit hij Bijbels, dus prachtig, theologiseert en spreekt.
Inspirerend, en nieuw. Voor het eerst in mijn leven vond ik het christelijk geloof in plaats van een ‘kloppend leerstuk’ een aantrekkelijke manier van leven!

Toch denk ik dat er geen verschil zit tussen wat gereformeerden belijden en wat John Piper mij geleerd heeft. Ik denk wèl dat gereformeerden de Bijbel vaak tekort doen door minder aandacht te schenken aan bovenstaande typeringen over geluk, genot en glorie dan de Bijbel ons wil laten doen.

Ik vermoed dat de Heidelbergse Catechismus hier (onbedoeld) debet aan is. Want dit leerboek zet in met ‘troost’: ‘Wat is uw enige troost in leven en sterven?’ Antwoord: ‘Dat ik in leven en sterven het eigendom ben van Jezus Christus.’
Dit is natuurlijk een wat negatievere inzet van een geloofsleer. Want wanneer moet een kind (van God) getroost worden? Als hij in een negatieve situatie zit.

John Piper werkt vanuit de Westminster Confessie uit 1646. Die start met de vraag: ‘Wat is het hoogste doel van de mens?’ Antwoord: ‘Het hoogste doel van de mens is God te eren en Hem voor eeuwig te genieten.’
Dit klinkt veel positiever, spreekt mij daarom ook meer aan.

Maar zit er verschil tussen die twee inzetten? Volgens mij niet. De reden daarvan is dat beide antwoorden op God zelf gericht zijn. En een mens kan alleen van God genieten als hij zich erin verheugt het eigendom van Jezus Christus te zijn. Antwoord 1 van de Heidelbergse Catechismus eindigt niet voor niets met de zin: ‘Hij (Jezus Christus) maakt mij van harte bereid om voortaan voor hem te leven.’
Het nadeel van deze laatste uitspraak is dat niet duidelijk wordt op welke manier ik voor Jezus wil leven. Het is in ieder geval ‘van harte’. Niet met tegenzin of een dwarse houding.
De Westminster is hierin duidelijker; die spreekt over eren en genieten. Spreken ze elkaar tegen? Nee, ze vullen elkaar aan. Maar juist naar die aanvulling, naar dat genieten van God, verlangde mijn ziel tot het moment dat het binnenkwam. Sindsdien groeit het, met vallen en opstaan. En vertel ik het graag door.

Als je mij zou vragen hoe ik kort en bondig antwoord zou geven op de vraag wat mijn enige troost in leven en sterven is, dan zou ik zeggen: “Gelukkig (!), God is er voor me!”

Ik weet dat de Bijbel het Woord van de eeuwige, goede God is. Ik weet waar de verschillende edities in m’n huis liggen (beneden, slaapkamer en werkbureau). Maar wat besluit ik toch vaak om het cadeau ongeopend te laten. Vanuit on- of kleingeloof. Vanuit gebrek aan vertrouwen en verwachting.

Gelukkig is het God zelf die me vaak uit geloofsdallen naar boven laat kruipen. Hij pakt me door zijn Geest bij mijn verstand, bij mijn hart, hij laat me zonden belijden, hij pakt mijn handen, en ja hoor, de Bijbel gaat open.
En hij laat de vreugde weer ouderwets naar binnen stromen.

En wat komt dan weer aan de oppervlakte hoe beperkt ik over God en mezelf denk. Want ik verwacht weer te lezen hoe ik vergeven word, hoe ik door God gerechtvaardigd en geheiligd ben, hoe hij me in Christus ziet, wat hij me allemaal geeft, hoe het christelijk leven er hoort uit te zien.
Maar daar het God niet om. Niet ten diepste.

Ik las vanmorgen Jesaja 62. En daarin maakt mijn God bekend dat hij niet stil zal blijven ‘totdat het licht van Jeruzalems gerechtigheid daagt en de fakkel van haar redding brandt’ (vers 1). Ook roept hij ons op zichzelf geen rust te gunnen ‘totdat hij Jeruzalem weer heeft gegrondvest en haar roem op aarde heeft bevestigd’ (vers 7).
Als christen mag ik dan natuurlijk meteen denken aan het nieuwe Jeruzalem dat uit de hemel zal neerdalen. En dat is dan weer het nieuws dat Jezus Christus zelf is komen aankondigen maar dan met de term ‘koninkrijk van God’.
God gunt zichzelf geen rust voordat die nieuwe wereld staat als een huis.

Ook geeft hij die stad een nieuwe naam (vers 2, 4 en 12) en kroont hij haar met een schitterende kroon en koninklijke tulband (vers 3). Prachtig allemaal, en het mooie is: het zal me allemaal overkomen! Ikzelf ben totaal nog niet in beeld geweest. Mijn redding, lot en toekomst ligt in Gods gedachten en handen, niet in de mijne.
Het is de kunst, die Gods Geest me telkens moet laten inzien en leren, om terug te vallen op die trouwe God en Heer.

En nu heb ik het mooiste nog niet genoemd. Want naast de goddelijke gift van een nieuwe stad, die nieuwe namen, die schitterende kroon, de onverwoestbare belofte van een nieuw en eeuwig leven, verlang ik het meest naar God zelf. En concreter: dat hij naar mij lacht. Dat hij plezier in mij heeft. Dat hij naar mij verlangt.
En laat hij dat nou vanmorgen opnieuw tegen mij hebben gezegd. Het zijn zijn eigen woorden.

Jesaja 62, 4-5

“Men noemt je niet langer ‘Verlatene’
en je land niet langer ‘Troosteloos oord’,
maar je zult heten ‘Mijn verlangen’
en je land ‘Mijn bruid’.
Want de HEER verlangt naar jou
en je land wordt ten huwelijk genomen.
Zoals een jongeman een meisje tot vrouw neemt,
zo zullen jouw zonen jou ten huwelijk nemen,
en zoals de bruidegom zich verheugt over zijn bruid,
zo zal je God zich over jou verheugen.”

In een eerder blog over ‘ouders en bidden’ verwoordde ik dat een van de redenen is waarom ouders niet willen bidden op het volgende neerkomt: veel ouders hebben een resultaatgerichte visie op het gebedsleven vanuit gearriveerdheid bij zichzelf.

In dit blog wil ik de andere reden aangeven. En die zou ik zo willen neerzetten:

We bidden niet vanwege een gemis of gebrek aan verwondering om God.

Het lijkt me een van de grootste valkuilen van het christelijk geloof, vooral als je in een christelijk gezin bent geboren en opgegroeid: sleur, saaiheid, verveling staan zo goed als synoniem aan God!
Wanneer deze gedachte ingang vindt in je gedachten en daarin vervolgens ‘heerlijk’ gedijt, heeft dit direct effect op je gebedsleven. Óf je stopt ermee óf je komt terecht in een stroom van cliché’s en algemene waarheden die je na verloop van tijd de keel uithangen.

Natuurlijk, danken en bidden gaat nog prima. Want er is altijd wel wat te danken of er is altijd wel iets om aan God te vragen. Begrijp me goed: met bidden en danken is niets mis. Het heeft hun eigen plaats in het christelijk gebedsleven.
Maar alles staat of valt met verwondering. (Zie het ‘Onze Vader’, eerste bede: ‘Uw naam moet geheiligd worden’. Dat moet dan wel een wonderbaarlijke naam zijn!)

En dat klinkt je misschien vreemd of nieuw in de oren. Maar als ik zeg dat op een vriendschap of huwelijk exact hetzelfde van toepassing is, wordt de roep om verwondering misschien duidelijker en acceptabeler.
Een huwelijk lijkt me erg saai worden wanneer je elkaar alleen maar voor dingen (be)dankt en om dingen vraagt (bidt). Wanneer ik mijn vrouw stelselmatig alleen maar bedank voor bijvoorbeeld de was, de boodschappen en de verzorging van Joram, en haar bijvoorbeeld alleen maar vraag om mijn overhemd te strijken en de thermostaat lager te zetten, wordt onze bijzondere band saai, voorspelbaar en vol sleur.

Het is juist de kunst om mij te blijven verwonderen en verbazen om wie zij is. En daar heb ik voor te vechten, ik moet er de tijd voor nemen, ik moet goed kijken, voelen, proeven, luisteren en zelfs ruiken. Vooral als ik haar steeds langer mag kennen, want wat mooi is wordt al snel normaal.

Ook als je God al lang kent – en ik voel de hoogmoed van die woorden afdruipen – moet je goed naar hem blijven kijken en luisteren. Wie alleen maar kan zeggen dat God graag vergeeft en dat hij liefde is, hoort dit zichzelf op een gegeven moment wel erg vaak zeggen. En dat is saai. Dat maakt God saai. En dan verval je vanzelf in danken en bidden.

HOE LEER IK VERWONDERING?

Verwondering vraagt mijns inziens om aandacht voor het detail. Je kunt tegen je kind verwonderd zeggen: “Kijk, daar rijdt een trein!” En hij zal zich verwonderen, maar bij een derde of vierde keer niet meer.
Daarom is het belangrijk om regelmatig details te benoemen. Is het een lange trein? Welke kleuren heeft het? Wat is het type? Rijdt-ie snel of langzaam? Zie je de mensen zitten? Hoeveel wagons zijn het? Enzovoort enzovoort.

Hetzelfde geldt voor de schepping. Ik heb geleerd om niet meer te zeggen: “Moet je die vogel eens zien!”, maar om de vogelsoort te benoemen. Want tussen een duif en een kraai zit nogal een verschil om over hun eigen, specifieke geluiden nog maar te zwijgen.
Aandacht en waardering voor de details houdt de wereld om ons heen boeiend, en levert ook mijzelf de nodige uitdaging op (want ik ben bijvoorbeeld helemaal niet thuis in de vogelwereld).

Met verwondering om God in de persoon van Jezus Christus gaat het niet anders. Tuurlijk, God is liefde. Maar waaruit blijkt dat dan? Kun je dat aantonen? (Enne… wil je dat wel kunnen aantonen?)
Koppel die liefde eens aan de schepping. Of aan papa en mama. Of aan een TV-programma. Of aan een (gelezen) daad van een Oudtestamentisch figuur of aan een ontmoeting van Jezus Christus met een Israëliet.

In verwondering zit het woord ‘wonder’. Wie nieuwsgierig en ongehaast om zich heen kijkt, en wie nauwkeurig in de Bijbel leest, zal veel wonderen ontdekken en kunnen doorgeven.

In de preek van gisteren heb ik anderen opgeroepen maar in ieder geval mezelf voorgenomen om tien persoonlijke Bijbelteksten uit het hoofd te leren. Niet om zomaar kennis te vergaren, maar om m’n hart (d.w.z. m’n gedachten en gevoelens) te verrijken.
Dat voorkomt namelijk dat ik ga zondigen.

Psalm 119, 11

Uw woord heb ik in mijn hart geborgen,
zo zal ik niet tegen u zondigen.

Die tekst zit er in elk geval al goed in. ;)
Maar nogmaals: deze tekst vraagt om daden.

MIJN TIEN TEKSTEN

1. 2 Korintiërs 3, 18
Wij allen die met onbedekt gezicht de glorie van de Heer aanschouwen, zullen meer en meer door de Geest van de Heer naar de glorie van dat beeld worden veranderd.

2. Johannes 3, 19a
Dit is het oordeel: het licht kwam in de wereld en de mensen hielden meer van de duisternis dan van het licht, want hun daden waren slecht.

3. Genesis 3, 9
Toen de mens en zijn vrouw God, de HEER, in de koelte van de avondwind door de tuin hoorden wandelen, verborgen zij zich voor hem tussen de bomen. Maar God, de HEER, riep de mens: ‘Waar ben je?’

4. Psalm 42, 2-3
Zoals een hinde smacht
naar stromend water,
zo smacht mijn ziel
naar u, o God.
Mijn ziel dorst naar God,
naar de levende God,
wanneer mag ik nader komen
en Gods gezicht zien?

5. Psalm 73, 28 (Eigen vertaling)
Ik? Ik wil dicht bij God zijn.

6. Efeziërs 1, 4-6
In Christus immers heeft God, voordat de wereld gegrondvest werd, ons uitgekozen om voor hem heilig en zuiver te zijn in liefde, en hij heeft ons naar zijn wil en verlangen voorbestemd om in Jezus Christus zijn kinderen te worden, tot eer van de grootheid van Gods genade, ons geschonken in zijn geliefde Zoon.

7. Galaten 5, 1
Christus heeft ons bevrijd opdat wij in vrijheid zouden leven; houd dus stand en laat u niet opnieuw een slavenjuk opleggen.

8. Romeinen 6, 1
Betekent dit nu dat we moeten blijven zondigen om de genade te laten toenemen?

9. Galaten 6, 24
Wie Christus Jezus toebehoort, heeft zijn eigen natuur met alle hartstocht en begeerte aan het kruis geslagen.

10. Matteüs 27, 46
Aan het einde daarvan, in het negende uur, gaf Jezus een schreeuw en riep luid: ‘Eli, Eli, lema sabachtani?’ Dat wil zeggen: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’

Heb je je wel eens afgevraagd waarom je zo vaak of zo gemakkelijk in de valkuil van zonden stapt?

Ik kan me voorstellen dat iemand deze vraag beantwoordt met iets als: “Ja, dat komt natuurlijk omdat ik zondig bén!” En inderdaad, zo hebben we dat altijd geleerd. En het is ook waar. Tot aan zijn dood blijft een mens een zondaar, of je het nou leuk vindt of niet. (Maar vergeet nooit dat je door Jezus Christus als een geliefd, geaccepteerd, gerechtvaardigd en vernieuwd zondaar wordt beschouwd.)
Toch vind ik dat antwoord ook altijd wat te gemakkelijk. “Ik kan er nu eenmaal niets aan doen, dus heb ik het maar te accepteren.”

Vanmorgen mocht ik spreken in De Lichtkring. Inderdaad, exact dezelfde kerk als afgelopen vrijdag.
Maar nu was de sfeer natuurlijk totaal anders. Was ff omschakelen.

Ik sprak over Psalm 119. Vooral vers 11 daarvan trof me, en ik wilde met mijn preek bereiken dat ook anderen stevig geraakt zouden worden.

Psalm 119, 11

Uw woord heb ik in mijn hart geborgen,
zo zal ik niet tegen u zondigen.

Dus als ik het goed begrijp, geldt het volgende. Eén van de redenen waarom ik in de valkuil van zonden en verleidingen trap is gelegen in het feit dat ik geen weerwoord heb. Letterlijk geen weerwoord.
Terwijl de dichter van Psalm 119 dat wel heeft. Net als Jezus Christus, die in de woestijn de satan met Bijbelcitaten de mond snoerde. (Opvallend trouwens dat ook de satan de Bijbel goed kent. Oké, hij misbruikt hem maar hij weet donders goed dat het boek waardevol en belangrijk is.)

Wie Gods woord niet alleen hoort maar het ook in zijn hart bewaart, heeft munitie in huis. Tegen die satan. Raak hem met de Bijbel, en hij vlucht van je weg. Alsof de ketting waaraan hij ligt nog korter wordt, en jij dus veiliger bent.

Hiernaast de preek: Psalm 119, 11

DE BESTE BIJBELVERTALING (volgens mij dan)

Aan het begin van de dienst raadde ik de gemeenteleden van Amersfoort-De Horsten aan om de English Standard Version (ESV) aan te schaffen.
Deze Bijbel blijft namelijk erg goed bij de grondtalen, terwijl ‘onze’ NBV er soms net niet helemaal lekker uitziet. Bovendien is het gewoon mooi Engels.
En die taal beheersen we zo goed als allemaal.
Het is ook nog eens een studiebijbel. Dus mocht je ’s vastlopen in je stille tijd, dan kun je altijd nog terecht bij de uitgebreide voetnoten en ontelbare verwijzingen naar Oude en Nieuwe Testament.
Mocht je denken dat de Bijbel te oud en boring is, dan zal dat met deze vertaling snel voorbij zijn.

Als je deze Bijbel wilt hebben, kun je hem het beste uit Engeland laten overvliegen. In Engeland is-ie (vaak) veel goedkoper dan in ons land. Je betaalt geen verzendkosten; het enige wat je nodig hebt is een creditcard.

Ik heb destijds gekozen voor een le(de)ren uitvoering. Klik daarvoor hier.

Maar je kunt ook voor het iets goedkopere harde kaft kiezen. Klik daarvoor hier.
In Nederland is deze uitvoering iets duurder.

Beide uitvoeringen blijven onder de 50 euro.
Van harte aanbevolen!