Zo vaak gebeurt het natuurlijk niet dat ik op een doordeweekse avond een kerkdienst mag leiden. Ik denk zelfs dat het de eerste keer in m’n leven was.
Ik ben gevraagd om op Biddag 2010, gisteren dus, te spreken in de Opstandingskerk in Utrecht.

Ik had maar weinig tijd voor een preek, twee dagen. En daar hou ik niet zo van. Ik hou van meditatie-, wandel- en suddertijd.
Tijdsdruk en geestelijke bezigheden zullen wat dat betreft nooit bevriend raken. Toch vreemd dat dit wel kerkelijk en geaccepteerd gemeengoed is.

Ik kon mijn preek van gisteren wel houden, maar ik vond ‘m niet genoeg uitgekristalliseerd. Hij was nog te vers van de pers.

Ik vond het dan ook verrassend om te merken dat er ontzettend goed geluisterd werd. Zelden maak ik mee dat het zo stil is én blijft tijdens een preek. Bijna eng vond ik het…
Het oude woord blijft zo waar: Gods kracht wordt in zwakheid volbracht.

Spreuken 30, 7-9

O ja, is dat zo dan? Ik kan me voorstellen dat de meerderheid van de lezers daarover wat anders denkt. Sinds wanneer zijn christenen ongrijpbaar?

Toegegeven, het is een titel met een knipoog. Maar wel gemeend, want ik vind echt dat meer christenen over deze eigenschap zouden moeten en kunnen bezitten. Het tegenovergestelde kom ik echter vaker tegen. Dat je met een jou bekend christen praat, en het binnen de minuut over de kerk gaat. Of gewoon, net als ieder ander, over het weer, het werk, voetbal, politiek, en de waan van de dag.

Begrijp me goed, met deze onderwerpen is op zich niets mis. Maar ik vind het zo saai. (Zelfs als het over m’n passie voetbal gaat. Want waar slaat het op dat je met elkaar verbaal aan het uitvechten bent of Fred Rutten nu wel of niet geschorst moet worden naar aanleiding van zijn opmerkingen over de ‘Twentse arbitrage’ tijdens NAC-PSV? Waar gáát dat over?)

Maar het gaat me nu even om die ongrijpbaarheid. Jezus Christus was het.
De evangeliën staan er vol mee. Denk je hem te vatten, verandert hij water in wijn, helpt hij met bijna niets 5000 mensen aan een overvloedige maaltijd of loopt hij over water. Denk je in zijn gedachten over de Bijbel mee te komen, overbluft hij zijn publiek met een diepzinnige vraag over Psalm 110. Denk je hem te kunnen strikken of vast te pinnen in de vorm van een vraag over de Romeinse (lees: heidense) belastingdienst, pint hij jóu vast met een verbluffende tegenreactie. Denk je dat hij nog niet zo gek is als je denkt, zegt hij dat hij al leefde voordat Abraham leefde. Denk je dat je van hem af bent als hij op vrijdag aan een kruis overlijdt, loopt hij zondagmorgen gewoon weer over straat.
Die man was (en is nog steeds) ongrijpbaar.

Dan denk ik: hoe kan het dan zijn dat zijn volgelingen – de zogenaamde christenen – vaak zo voorspelbaar praten en overkomen? Dat je nog geen drie keer hoeft te raden waarover de discussies in de kerken gaan? Dat als je ook maar iets anders in de kerken doet dan men gewend is, dat er dan steevast een groep opstaat om z’n (voorspelbare) ongenoegen te uiten?
Ik begrijp daar niets van. Wel verwonderd staan om de grootheid en ongrijpbaarheid van Jezus Christus, maar dan op je achterste benen staan als z’n volgelingen ook iets van die ongrijpbaarheid van die Heer krijgen en laten zien.

Christenen leven op ongrijpbare wijze. Ze leven namelijk vanuit dat Bijbelse begrip dat haaks staat op en vreemd is aan de bekende en voorspelbare (!) manieren van leven van onze maatschappij: genade.
Net als Jezus zijn christenen ongrijpbaar. Maar een kind kan het begrijpen.

Vanmiddag heb ik een gave samenkomst in de Boogkerk in Amersfoort mogen meemaken.
Het duurde een klein uur, waarin we als gemeente zingend baden en dankten, stil waren, ons klein maakten en luisterden naar de Bijbel.
En – heerlijk! – geen preek!

Psalm 22 werd voorgelezen. En als je die psalm bewust meemaakt, en daarna de beschrijving van Jezus’ kruisiging in Matteüs 27, 27-50 leest, loopt het kippenvel over je rug.
De oeroude Psalm beschrijft soms tot op het detail het huiveringwekkende script van Golgota, waarin Jezus eeuwen later de hoofdrol moest en zelfs wilde spelen.

Deze week heb ik de Psalm hertaald. Hij staat hieronder. Gecursiveerd staan de elementen die ook te lezen zijn in de verschillende beschrijvingen van Jezus’ laatste uren.

Psalm 22
Voor de koorleider. Op de wijs van ‘De hinde van de dageraad’. Een psalm van David.

1.
Mijn God, mijn God, waarom verlaat u mij?
Waarom staat u veraf, niet zij aan zij?
Waarom gaat u, zo lijkt het, toch voorbij
aan al mijn vragen?
Mijn God, met schreeuwen vul ik al mijn dagen.
U antwoordt niet, en ook in lange nachten
krijg ik geen rust, geen antwoord op mijn klachten.
Hoort u mij niet?

2.
Toch bent u heilig – dat belijd ik wel.
U troont op lied en zang van Israël.
Hoor hoe ik mijn vertrouwen op u stel:
‘k Wil op u bouwen!
Zoals ons voorgeslacht u ook vertrouwde.
Zij riepen u, waarna u hen kwam leiden.
Erkenden u, waarna u kwam bevrijden.
Dat wil ik nu!

3.
Ik voel mij als een worm, ik ben geen man.
Ik word bespot door wie vertrappen kan.
Men schudt het hoofd, spreekt vol verachting van
mijn godsvertrouwen.
Ik hoor hen zeggen: “Kijk hem nu toch bouwen
op God de HEER – laat die hem dan bevrijden.
Als God hem liefheeft, laat hij hem niet lijden!

Spotten doet zeer.

4.
Toch heeft ú ooit, toen ik was ingedaald,
mij veilig uit mijn moeders buik gehaald.
En aan haar borst werd ik er bij bepaald
bij u te horen.
U was mijn God voordat ik werd geboren.
Blijf dan niet stil, want ik ga door het duister.
Ik ben zo bang, en niemand helpt of luistert!
Hoor mijn gegil.

5.
Ze staan als stieren, leeuwen om mij heen.
Ze brullen luidkeels om mij zometeen
te overvallen – en ik ben alleen!
‘k Voel me verzwakken.
Zoals het water in de grond kan zakken,
en zoals was door hitte zal verdampen,
zo zak ik weg en heb ik nu te kampen
met tegengas.

6.
Mijn kracht is als een potscherf uitgedroogd.
Mijn tong kleeft in mijn mond, totaal verdroogd.
In dikke stof waardoor het daglicht dooft
laat u mij zitten.
De valse honden tonen hun gebitten.
De bende dreigt en dringt getergd naar voren
om handen en mijn voeten te doorboren.
Mijn kracht bezwijkt.

7.
Ik kan mijn botten tellen, één voor één.
Ik hoor de spot en grappen om mij heen.
En om mijn kleren komt men overeen
het lot te werpen.
O HEER, ik vraag u om uw blik te scherpen.
U bent mijn hulp – help mij dan uit dit lijden.
Als beesten blijven zij mij fel bestrijden.
Kom uit uw schulp!

8.
U hoorde mij, gaf antwoord op uw tijd!
Mijn stem is daarom aan de HEER gewijd.
En wie hem vreest roept met mij mee, verblijd:
“Ik wil hem eren!”
Israëls nageslacht moet hem vereren.
Hij heeft gezag, maar zal je nooit verachten.
Wie naar hem uitkijkt mag zijn komst verwachten.
In diep ontzag.

9.
Mijn lied, aanbidding komt bij u vandaan.
Bij wie u vrezen wil ik zingend staan.
De plek waar ik beloftes doe, voortaan,
is de gemeente.
Wie zwaar vernederd is, zal volop eten.
Moge de mens die God de eer zal geven
verzadigd worden en voor altijd leven!
Dat is mijn wens.

10.
De hele wereld hoort dan van de HEER.
De hele aarde geeft hem alle eer.
En alle volken knielen voor hem neer.
Hij is de koning!
Wie rijk is wil, ondanks zijn mooie woning,
thuis zijn bij God, aanbiddend bij hem wonen.
Wie hier door ’t stof gaat of niet rond kan komen
vangt nooit meer bot.

11.
Een nieuw geslacht zal hem dan dienstbaar zijn.
Het goede nieuws gaat door van groot op klein.
Zelfs voor de foetus zal het duid’lijk zijn:
God houdt van daden!
Eer aan de Vader en zijn wonderdaden!
Eer aan de Zoon door wie wij eeuwig leven!
Eer aan de Geest, die ons geloof zal geven
en in ons woont!

Nee, het was geen wraakactie van anonieme vrijgemaakten. En ook de mensen van verderfelijke sites of haters van het evangelie van Jezus Christus – zoek de verschillen… – hebben mijn site niet gehackt. Het was gewoon een technisch probleem.

Maar wel een hardnekkig obstakel. Ruim een week heeft davidium.nl er uit gelegen, terwijl niet de meest onkundige persoon geprobeerd heeft de zaak weer recht te breien. Zijn naam zij hier niet met ere genoemd.

Het betekent helaas wel dat gedane beloften niet ingelost konden worden. Tegen alle mensen die ik afgelopen zondag vanaf podium dan wel kansel heb verwezen naar deze site, zeg ik: sorry.
Ik hoop dat u begrip voor de zaak heeft.

Voor de preek van afgelopen zondagmorgen in Amersfoort-De Horsten, klik hier.

Voor de preek van afgelopen zondagmiddag in Nijkerk, zie de categorie ‘Preken’ hiernaast. En scroll naar Efeziërs 1, 4-6.

De site is nog niet helemaal de oude, maar daar wordt verder aan gewerkt. Hij is wel weer in de lucht, en er kan dus weer geschreven worden. Er zit al wel weer wat in het vat, maar wanneer dat eruit komt?
Ik vul op dit moment de uren met het hertalen van Psalm 22 die we zondagmiddag in een zangdienst in De Boogkerk hélémáál gaan zingen.

Wat een klus is dat hé! En nog onbetaald ook.
Een originele vorm van bezigheidstherapie.

Tot mijn eigen vreugde kan ik maar moeilijk afscheid nemen van Jesaja 65. En dat komt door vers 17. Want daar staat iets wat ik in dit leven op geen enkele manier kan begrijpen, laat staan meemaken.
Ja, soms, heel even. Een moment, waarop het lijkt alsof de eeuwige mijn ziel aanraakt en in extase brengt. Maar veel te kort. Als ik het wil grijpen om het te bewaren, is het al weer weg.

Jesaja 65, 17

[De HEER zegt:] “Zie, ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.
Wat er vroeger was raakt in vergetelheid,
het komt niemand ooit nog voor de geest.”

Ik begrijp daar niets van. Ik kan niet meemaken hoe het mogelijk wordt dat ik, maar ook de mens in het algemeen, zijn of haar verleden zal vergeten. ‘Wat er vroeger was raakt in vergetelheid’ of zoals de ESV vertaald zegt: ‘… zal niet worden herinnerd’ is onaards, kan niet waar zijn.
Vergeven, dat kan ik wel. Maar vergeten, dat lukt geen mens.

Het kan niet anders of Gods nieuwe hemel en zijn nieuwe aarde moeten overweldigend zijn. Ik denk dan ook dat alleen continue, goddelijke, grandioze overweldiging in staat is om mij mijn verleden te laten vergeten.
Zoals ik alles (helaas even) vergeet als mijn vrouw zomaar en precies op het goede moment ‘Ik hou van jou’ tegen me zegt. Of zoals ik alles (helaas even) vergeet bij een prachtig doelpunt na een schitterend uitgevoerde aanval. Of zoals ik alles (helaas even) vergeet als we als broers en zussen van de Heer heerlijk én uitgebreid eten en drinken, Bijbelstudie doen en dan met elkaar twee- of driestemmig de Heer prijzen.
Het heeft allemaal te maken met overweldiging en vreugde.

Ik heb gelezen dat God dit ooit ook ’s gaat doen. En dat hij daarmee met de komst van zijn Zoon op aarde en door de energie en vreugde die zijn Geest geeft en losmaakt, al begonnen is. En dat die God mij en anderen soms al iets van die extase met bijkomende vergetelheid geeft.

Dit wil ik geloven, hier kijk ik naar uit:

Jesaja 65, 18-19

[De HEER zegt:] “Er zal alleen maar blijdschap zijn
en groot gejuich om wat ik schep.
Ik herschep Jeruzalem in een jubelende stad
en schenk haar bevolking vreugde.
Dan zal ik over Jeruzalem jubelen
en mij verblijden over mijn volk.
Geen geween of geweeklaag wordt daar nog gehoord.”

Omdat ik morgenvroeg in De Kandelaar als Spakenburgse dominee (;)) over Psalm 145 mag spreken, heb ik eerder deze week ook dat lied samen met een vriend hertaald. We hebben dit aan de hand van de NBV en de ESV gedaan.
Een supergaaf lied die heerlijk naast de Psalmen voor Nu-versie moet blijven bestaan.
En morgenvroeg wordt-ie vast en zeker ook mooi gespeeld. Peter Sneep speelt dan.

Mijn God en koning, allerhoogste Heer,
ik geef verheugd uw grote naam de eer.
Uw naam, zo groot en vol van majesteit,
zal ik aanbidden tot in eeuwigheid.
Van dag tot dag zal ik u eer bewijzen.
De HEER is groot en ieder moet hem prijzen.
Zijn grootheid gaat het scherpst verstand te boven.
Laat elk geslacht zijn werk en almacht loven.

Groot is de HEER, hij straalt in heerlijkheid!
Ik denk verwonderd aan zijn majesteit.
Zijn schepping: glorieus tot stand gebracht.
Zijn daden: enkel wonderen uit macht.
Laat jong en oud uw naam en faam benoemen,
met hen wil ik uw macht en grootheid roemen.
Wij zullen uw rechtvaardigheid verspreiden.
en in uw goedheid zingend ons verblijden.

Genadig is de HEER en altijd goed.
vol liefde en slechts toornig als het moet.
Uw schepping brengt u zelf de dank, o HEER!
Uw heiligen bewijzen u hun eer.
Zij zullen van uw koninkrijk getuigen.
Ja, jong en oud zal voor uw glorie buigen.
Uw glansrijk koninkrijk zal eeuwig duren,
Uw koningschap zal alle tijd verduren.

De HEER is sterk, onwankelbaar in macht.
Hij steunt wie valt, wie zwak is schenkt hij kracht.
Wie onder angst en moeiten gaan gebukt,
richt hij weer op, hoe zwaar de last ook drukt.
De mensen kijken op naar u, en weten:
u geeft hun op de juiste tijd te eten.
Uw gulle hand verleidt ons tot gezangen.
Van al wat leeft vervult u het verlangen.

Rechtvaardig is de HEER in zijn beleid.
In alles wat hij doet schuilt vriend’lijkheid.
Wie echt oprecht naar hem verlangt, redt hij.
Hij hoort hun schreeuw, komt in hun angst nabij.
De goddeloze zal het niet lang maken.
Maar wie God liefheeft zal hij trouw bewaken.
Zo wil ik met mijn stem de HEER vereren.
Laat al wat leeft zijn naam voor altijd eren!

Het is een van mijn favoriete liederen. Mooi persoonlijk, veel inhoud, mooie melodie, zelfbewust en Jezus verheerlijkend.
Ik heb het over ‘Jezus, leven van mijn leven’, nummer 89 uit het Gereformeerd Kerkboek.
De tekst raakt natuurlijk steeds meer verouderd, al hindert mij dat niet.
Toch heb ik hem vanmiddag hertaald, met een dierbare knipoog naar de oude tekst.
Vind je het wat?

Jezus leeft en laat mij leven,
want zijn dood was ook mijn dood.
Hij heeft zich in angst begeven,
want zijn liefde was te groot.
Nu weet ik, al zou ik sterven
dat ik ’t leven zal beërven.
Niet te tellen – zoveel keer
geef ik hem daarvoor de eer.

Jezus, u moest veel verdragen:
hoongelach en trieste spot.
U bent aan een kruis geslagen.
U hing daar, de Zoon van God!
Om mij, zondaar, te bevrijden
van mijn schuld en eeuwig lijden.
Niet te tellen – zoveel keer
geef ik u daarvoor de eer.

Om mij weer bij God te brengen
heeft u mij eens opgezocht.
Om mijn leven te verlengen
heeft u mij eens vrijgekocht.
Zonder Geest totaal verloren
ben ik nu door hem herboren.
Niet te tellen – zoveel keer
geef ik u daarvoor de eer.

U, mijn Heer, wil ik bedanken
dat u koos voor mij, uw dood.
Dat u mij niet af wou danken,
maar uw bloed voor mij vergoot.
Slechts uw liefde kan mij dwingen
om mijn dank nu uit te zingen.
Niet te tellen – zoveel keer
geef ik u, die leeft, de eer.

Ik kan me goed voorstellen dat iemand na het eerste deel over bovenstaande vraag z’n bedenkingen uit en (ook tegen Tim Keller) zegt: “Is het niet behoorlijk mager om je visie op de hel en op verlorenheid te baseren op één Bijbelse passage? Bovendien is het ook nog eens een verhaal van Jezus. In hoeverre kun je en mag je daaruit zulke verregaande en stellige conclusies trekken?”

Ik moest zo-even weer aan dat blog denken toen ik Jesaja 65 las. (Jaja, nog één hoofdstuk en ik heb de kleine Bijbel, zoals ik Jesaja noem, uit.)
By the way, heb je vers 17 tot 25 wel eens gelezen? Zacht gezegd is wat daar staat niet verkeerd! Negen feestjes (en preken?) op een rij!

Toch bleef ik in mijn gedachten vooral steken bij de verzen 11 en 12. Ik denk vanwege dat hemel/hel-verhaal. En ik ontdekte dat het publiek dat het bekendste verhaal van Jezus te horen kreeg, al kon weten hoe Bijbelse verlorenheid eruit ziet.

1. Bijbelse verlorenheid is een keuze waarvoor de mens zelf verantwoordelijkheid draagt.
Wie ‘naar de hel’ wil, wil zonder de God van de Bijbel leven.
De christen die hem heeft leren kennen en vervolgens besloten heeft hem niet meer te willen kennen, hem te dumpen, maakt zichzelf verantwoordelijk voor die keuze. (Over wie God en zijn Zoon hier op aarde niet heeft leren kennen, oordeelt God met andere maatstaven!)

Jesaja 65, 11a

Maar jullie die de HEER hebben verlaten
en mijn heilige berg veronachtzaamd [...]

2. Bijbelse verlorenheid begint met de gedachte dat je geluk en je bestemming maakbaar zijn.
Dit is volgens mij dé gedachte waarin Gods tegenstander ons dag in dag uit wil laten geloven, vooral door consequent gebruik te maken van de eindeloze wegen van de reclame. We moeten ons volsmeren met huidmiddelen, sneaky gemotiveerd met de slogan ‘omdat je het waard bent’. De mooiste auto’s moeten ons het idee geven van geluk, status, een goed imago en reden om uit je bed te komen. En zelfs maandverband schijnt het zwakke geslacht al een happy period te bezorgen. (Waarom merk ik daar nooit iets van :) ?!)

We dekken – christenen vaker bewust, niet-christenen vaker onbewust – de tafel voor god Geluk en ‘offeren’ ons geld aan de Staatsloterij voor god Bestemming.

Jesaja 65, 11 [Vertaling is mix van NBV en ESV]

Maar jullie die de HEER hebben verlaten
en mijn heilige berg veronachtzaamd,
die voor god Geluk de tafel dekten
en voor god Bestemming de kruiken vulden
[...]

3. Bijbelse verlorenheid is onze bestemming als gevolg van bovenstaande godsverering.
Het idee van de bestemming van het leven behelst vaak niet meer dan het geluk voor ons lichaam. God maakt zichzelf in de persoon van Jezus bekend als de God die zowel de bestemming van ons lichaam als van onze ziel bepaalt. Eerst en vooral in positie zin: eeuwig leven met hem. Maar ook in negatieve zin: de eeuwige dood, die in de Bijbel de ‘tweede dood’ wordt genoemd. Over geluk gesproken!

Jesaja 65, 11b-12a

… die voor de god van het geluk de tafel dekten
en voor de god van het fortuin de kruiken vulden,
jullie zal ik voor het zwaard bestemmen,
ieder van jullie zal knielen voor de slacht.

Toegegeven, in het verhaal van de verloren zoons wordt met geen woord gerept over een doodvonnis van de oudste zoon die liever buiten blijft staan. De reden daarvan is dat Jezus het verhaal bewust een open eind geeft. De oudste zoon, waarmee Farizeeën en hoogmoedige ‘christenen’ zich hebben te identificeren, krijgt bedenktijd.
Maar de Bijbel is duidelijk: wie ook daarna nog dwars en ongelovig besluit buiten te blijven staan, is bestemd voor het zwaard: de eeuwige dood. Zo’n iemand wil knielen voor satan, die ooit definitief geslacht wordt.

Maar het belangrijkste element van Jezus’ verhaal blijft in Jesaja 65 overeind staan. Het is de goedheid van de Vader, die de reden van het zwaard en de slacht niet onbesproken laat:

4. Bijbelse verlorenheid is de Vader niet willen antwoorden, niet naar hem willen luisteren en het slechte doen: niet willen wat Vader wil.
Zie je in onderstaande citaat de Vader die zowel voor zijn jongste zoon als voor zijn oudste zoon naar buiten komt, of niet?!

Jesaja 65, 12

… jullie zal ik voor het zwaard bestemmen,
ieder van jullie zal knielen voor de slacht.
Want ik heb geroepen, maar jullie antwoordden niet,
ik heb gesproken, maar jullie luisterden niet;
jullie deden wat slecht is in mijn ogen,
en jullie verkozen wat ik niet wil.