[najaar 2003]

ONTSNAPT

Als een jood in de kelder,
met afwachtende pijn,
zat mijn geest, onhelder,
bang voor de toekomst te zijn.

Gevangen in het heden
kwam de toekomst op me af.
Mijn geest heeft vaak gebeden
om een einde van die straf.

Bang zijn voor wat komen moet
is als een reis door de hel.
’t Is dat de geest mij zeggen doet:
de toekomst komt nog wel.

Reageer