Vandaag bijbelgelezen. Galaten 5, 1.
Wat zou ik doen als ik nooit meer hoefde te werken? Als ik elke morgen vrij was en mezelf de vraag kon stellen: “Wat zou ik vandaag eens gaan doen?” Lekker liggen in een hangmat, met een goed boek. Ja, dat zou ik vandaag doen. (Nu daar nog de ruimte in mijn huis voor vinden…)

Jezus geeft mij de mogelijkheid om in vrijheid te leven. Waarin ik aan vastzat heeft hij losgemaakt. Waarin ik vaak nog vastzit, kan hij losmaken. Als christen ben ik per definitie nergens aan gebonden. Ben ik dat wel, dan ben ik verslaafd. Volgens mij kan ik zelfs aan het goede verslaafd zijn. Dan ga ik helemaal voor de liefde. Liefde voor Margreet bijvoorbeeld. Daar kan ik in opgaan. Verslaafd aan de liefde.
Er zijn genoeg mensen die zoveel goeds en liefs doen. Ze lijken vrij, maar ze zijn het niet. Ze zijn horizontaal bezig en vergeten de verticale lijn naar God.

Vers 1: Christus heeft ons bevrijd opdat wij in vrijheid zouden leven; houd dus stand en laat u niet opnieuw een slavenjuk opleggen.

Paulus zegt niet: “Je bent vrij, dus relax.” Houd stand, waarschuwt hij.
Blijkbaar valt het niet mee om in vrijheid te leven. En dat herken ik. Mijn christelijke vrijheid is en wordt heel vaak aangevallen. Zelfs door medechristenen. Vooral in discussies over omgangsvormen in de kerk.
Maar nog vaker val ik mijn vrijheid zelf aan. In de moeizame navolging van Jezus (ik denk snel te wettisch; trek wet en evangelie te snel uit elkaar). En in de aantrekkingskracht van roddel, porno, alcohol. Geeft christelijke vrijheid wel een vrij gevoel? Of is het maar een woord?
Hoe moet ik in Jezus’ naam met deze vrijheid omgaan?

Een id-kenmerk van een christen is in ieder geval dat hij een vrij mens is. Dat moet ik eerst maar eens even laten landen.

Reageer