Soms verbinden we onze plannen en ons leven direct aan het plan van God met de wereld of met ons. We lezen de bijbel op een bepaald tijdstip, omdat God ons dat ingeeft. Of we besluiten een reis te maken (of juist te cancelen) omdat God ons dat te doen geeft. Of we hebben het idee dat God ons leven door een ziekte heeft stilgezet, omdat we teveel met onze eigen plannen bezig waren.

Vorige week schreef ik het zelf nog, toen God mij het evangelie van Hosea 2 liet begrijpen en ervaren. Ik schreef toen dat ik door hem werd stilgezet. Ik geloof daar heilig in, omdat God dagelijks zijn Geest over deze aarde laat waaien. Hij bereikt harten en kan ons van de ene op de andere dag totaal veranderen.

Vanmorgen las ik in mijn stille tijd Jesaja 55. Het volgende gedeelte beheerste mijn gedachten:

Jesaja 55: 8-11 8 Mijn plannen zijn niet jullie plannen,
en jullie wegen zijn niet mijn wegen – spreekt de HEER.
9 Want zo hoog als de hemel is boven de aarde,
zo ver gaan mijn wegen jullie wegen te boven,
en mijn plannen jullie plannen.

10 Zoals regen of sneeuw neerdaalt uit de hemel
en daarheen niet terugkeert
zonder eerst de aarde te doordrenken,
haar te bevruchten en te laten gedijen,
zodat er zaad is om te zaaien en brood om te eten –
11 zo geldt dit ook voor het woord
dat voortkomt uit mijn mond:
het keert niet vruchteloos naar mij terug,
niet zonder eerst te doen wat ik wil
en te volbrengen wat ik gebied.

Ik leer God in dit gedeelte op de volgende manier kennen:

1. God is duizenden kilometers groter dan ik (vers 8-9). Dat maakt mij niet alleen klein, het laat me ook belijden dat hij veel meer overzicht over het leven heeft. Dit moet me voorzichtig maken wanneer ik mijn leven(splannen) direct identificeer met wat God wil.

2. Dat God het overzicht heeft, mag me vooral blij maken. God zelf is niet alleen groter dan ik, zijn plannen ook. Omdat die plannen met de wereld voortkomen uit zijn kolkende liefde voor mensen mag ik veel van hem en zijn toekomst verwachten (vers 10).

3. Dit laatste heeft als logische consequentie dat ik niet mijn best hoef te doen om te begrijpen hoe ik God in mijn leven kan betrekken. Ik zal gaan inzien dat God zijn best doet en al gedaan heeft om mij in zíjn plannen te betrekken (vers 11).

Kort gezegd: Het is onmogelijk om God voor ons eigen karretje te spannen. Het is juist door Jezus (hét mysterie in het plan van God) mogelijk dat ik in het karretje van God zit.

PS. Stelling: Vers 11 is een mooie tekst voor een preek op hemelvaartsdag. Mee eens?

Reageer