Eergisteren schreef ik dat Petrus iets wilde dat veel anderen een paar jaar later, op de heuvel Golgota, ook wilden: die Jezus moet bij de mensen vandaan. We moeten hem de woestijn insturen, desnoods doden.
Om allerlei redenen kunnen wij Jezus niet verdragen. De een vindt hem arrogant, geestesziek, veeleisend, zielig of een – ok, wel een getalenteerde – oproerkraaier.

Petrus vindt Jezus te heilig. Zo heilig dat hij bang voor hem wordt. Nog een keer dat laatste stukje uit Lucas 5:

8 Toen Simon Petrus dat zag, viel hij op zijn knieën voor Jezus neer en zei: ‘Ga weg van mij, Heer, want ik ben een zondig mens.’ 9 Hij was verbijsterd, net als allen die bij hem waren, over de enorme hoeveelheid vis die ze gevangen hadden; 10 zo verging het ook Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, die met Simon samenwerkten. Jezus zei tegen Simon: ‘Wees niet bang, voortaan zul je mensen vangen.’

Ik ben nog nooit een christen tegen gekomen die bang voor Jezus is. Dat komt denk ik door het feit dat ik weinig bekeringsverhalen heb gehoord. Ik ben geen nieuwe christenen tegengekomen in mijn leven.

Want dat gebeurt in dit verhaal. Petrus (en de zijnen) ontmoet voor het eerst die vreemde kerel. Blijkbaar is dat schrikken.

Jezus ziet Petrus voor hem neerknielen. Hij ziet de angst van een vermoeide visser. Hoe gaat Jezus met zijn angst om? En met mijn angst?

“Wees niet bang”, beveelt Jezus. “Ophouden, Petrus, ‘t is genoeg geweest zo.” Jezus banjert over de angst van Petrus heen. Zoals een vader z’n kind beveelt op te houden met snikken.
Ik denk dat het een gevaar is dit zo te lezen. Om Jezus als een ongevoelig mens af te schilderen. Alsof hij alleen zichzelf kent.

Ik denk dat er juist veel evangelie in dit ene zinnetje zit. Dat heeft te maken met het ene zinsdeel ‘Wees niet bang’ en het andere ‘Voortaan zul je…’. Hoe moet ik die aan elkaar verbinden?

Ik kom op het volgende uit: verbind deze zinnen niet met het woordje ‘maar’, maar met ‘want’.
Jezus weet dat hij de heilige van God is. Hij weet ook hoe onheilig ik ben. In ieder geval vergeleken met hem! En toch gaat hij voor me. Toch betrekt hij mij in zijn plannen. Jezus Christus neemt mij serieus.

Als ik dit gedeelte parafraseer, lees ik: “Petrus, wees niet bang voor mij, maar blij voor jezelf! Want jij, kleine Petrus, gaat vanaf nu nog grotere wonderen doen. Vissen zijn maar vissen; bovendien eten we ze op. Maar jij, Petrus, gaat mensen vangen. Geen honderden, maar duizenden!” (Vergelijk voor dat laatste het resultaat van de Pinksterdag, in Handelingen 2: 41)

Jezus verplettert mij niet met zijn heiligheid, hij zet die in voor mij. Jezus kan als enige mens op aarde de angst voor God omzetten in blijdschap door God.

Reageer

Reacties

Reactie van: Jominee

Nog ploeterend op de preek voor morgen over Jes. 6:1-8 en Lc. 5:1-11 kom ik jouw blog tegen… (ondanks die monopoliepositie is Google toch erg handig).
En ik kan het (na het exegetisch werk) toch niet laten je erop te wijzen dat Jezus een hoofdstuk eerder al bij Petrus thuis is geweest. Petrus kent Hem dus al… en ontmoet Hem daar aan de oever van het meer niet voor het eerst.

Los daarvan: dank voor je overdenkingen en zegen op je werk/studie.

Greetz van een oud-Oudestraat-Kamper en lui blogger (http://www.jominee.web-log.nl)

4 februari 2007 om 0:43 uur