Soms lees ik bewust de laatste bladzijden van de bijbel. Om weer te beseffen waarvoor en vooral voor wie ik leef.

Dan kan ik even lekker dromen. Over een wereld waar het goed is, waar leven is, waar God is. Een wereld waarin ik me thuis ga voelen. Omdat ik er niet alleen ben. Natuurlijk is God er, maar er zijn ook mensen die allemaal het zelfde doel hebben. Ook zichtbaar: “…en zijn naam staat op hun voorhoofd.” [Openbaring 22, 4]

Ik bleef stilstaan bij Openbaring 22, 14-15, omdat die tekst volgens mij het leven van nu invloed laat hebben op het geweldige leven straks.

Gelukkig zijn zij die hun kleren wassen: zij kunnen over de levensboom beschikken en zullen de stad door de poorten binnengaan. 15 Buiten is de plaats voor de honden die zich bezighouden met toverij en ontucht, met moord en afgodendienst, voor iedereen die de leugen koestert en ernaar handelt.

Een bijzondere tekst, omdat er dus levensbomen op de nieuwe aarde staan. Waarom?
En wat houdt het in dat ik mijn kleren moet wassen?
En wat is er in Gods stad (het nieuwe Jeruzalem dat uit de hemel is komen zakken) te beleven?
En ben ik niet zo’n hond?

Allemaal vragen die me kunnen bezighouden, maar die niet sterker zijn dan mijn door God gegeven verlangen bij hem te willen zijn. Hij is het doel van mijn leven.

Reageer