Archief van december, 2006

Afgelopen vrijdagavond deed ik er voor de derde keer aan mee. De laatste vrijdag van het jaar vindt het VEBO zaalvoetbaltoernooi plaats.

Vorig jaar werden we verrassend tweede, dit jaar speelde Vebo ‘78 een marginale rol.
We zaten in een te zware poule, samen met VVOG, Sparta Nijkerk en Eemdijk. We werden daarin derde en waren daardoor uitgespeeld.
Van Eemdijk kunnen we winnen, maar we verloren met 0-1. De eerste wedstrijd verloren we volstrekt kansloos met 0-2 van VVOG.

De laatste wedstrijd wonnen we verrassend met 3-1 van Sparta Nijkerk. Ik mocht zelf de 3-1 maken. Ik ving de bal op en schoot hem uit m’n handen – via een dropkick, dát mag – over de mee op gekomen keeper van Nijkerk heen.
Was erg leuk.

Ik speelde zelf geen rol van betekenis, pakte geen punten voor m’n ploeg.
Traditiegetrouw keerde ik wel alle shoot-outs, zodat ik in die drie jaar nog nooit gepasseerd ben.

Spakenburg werd eerste, had ook veruit het sterkste team. IJsselmeervogels haalde de halve finale ook niet en kwam met een IJsselmeervogels onwaardig elftal opdagen. Beetje jammer, omdat er toch aardig wat (betalend) publiek komt opdagen.

Hopelijk vindt het toernooi volgend jaar ook doorgang. Dit hangt af van de financiele situatie van organisator Vebo ‘78.

Zo’n 35 mensen hebben meegedaan aan de Kerstquiz. Helaas heeft niemand alle 30 vragen goed.

De vragen waar men het meest overviel waren:

1. de leeftijd van Anna/ Hanna –> 105 jaar
2. de lofzang van Maria –> gezang 7
3. het aantal wijzen is onbekend (niet drie)
4. Jozef heeft maar liefst vier keer een engel in zijn droom ontmoet
5. Elisabet verstopte zich toen ze hoorde/ zag dat ze zwanger was
6. Elisabet was degene die van Aäron afstamde
7. Judas en Simon waren broers van Jezus. Jacobus inderdaad ook, maar Zacharja heb ik zelf bedacht.

En er is één overduidelijke winnaar.

Zijn naam is Ronald-Jan Heek.
Hij had 26 antwoorden goed.

Gefeliciteerd, broer.

Een eervolle vermelding gaat uit naar Gertjan Haandrikman (25 goed), Jan Hooiveld (23 goed) en Everdien Veldhuizen (22 goed).

“Je zult maar op 6 juni 2006 overleden zijn…”
“Het is raadzaam om je niet in te laten met die 999-spelfabrikant (als je het spel omdraait, ontstaat 666) die Kolonisten van Catan (Satan?) heeft bedacht.”
“666 zie je terug op elke internetpagina: ‘www’ is driemaal achter elkaar de zesde letter van het Hebreeuwse alfabet (de letter ‘waw’).
“Hitlers getal was – begrijpelijk – 666.”
“Maar ja, dat van Luther ook. En als er iemand tegen de satan heeft gevochten…”

Openbaring 13, 18 Hier komt het aan op wijsheid. Laat ieder die inzicht heeft het getal van het beest ontcijferen; er wordt een mens mee aangeduid. Het getal is zeshonderdzesenzestig. [NBV]

Openbaring 13, 18 Hier is de wijsheid: wie verstand heeft, berekene het getal van het beest, want het is een getal van een mens, en zijn getal is zeshonderd zesenzestig. [NBG]

Dit is lastige problematiek. Kijk, het is niet lastig om voorbeelden van 666 te bedenken (zie hierboven), maar het is wel lastig om wijsheid en inzicht te hebben; dé voorwaarden om je hier überhaupt mee bezig te houden.

Lees meer »

“Het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan.” [Jezus]

Dit is een uitspraak zonder evangelie. Dat blijkt wel uit de reactie van de leerlingen van Jezus: “Wie kan er dan nog gered worden?”

Toen ik hier met iemand over doorsprak zei hij het volgende tegen mij (en ik heb het ook wel eens gezegd): “Wat Jezus hier bedoelt heeft te maken met een poortje in Jeruzalem. Daar konden de kamelen niet door heen.

Dit kon wél als ze hun lading afdeden en diep door de knieën gingen. Al kruipend lukte de beesten het wel. En zó, bedoelde Jezus, moeten ook wij knielen en kruipen.”

Dit noem ik de kamelensmoes. Er zit namelijk een groot gevaar in. Omdat het in mijn ogen verkapt eigenbehoud is. Alsof ik mezelf moet redden… Gewoon m’n best doen.

Lees meer »

Gisteren heb ik de laatste catechisatieles van 2006 meegemaakt. En dat mocht wel een bijzondere ‘les’ zijn.

Deze week heb ik een Kerstquiz gemaakt. Met 30 al dan niet moeilijke vragen en instinkers.

Wil je het zelf eens proberen, klik dan op de onderstaande link. Stuur je antwoorden (a, b, c, of d) dan via een mailtje of in een reactie op deze post naar mij. Dan kijk ik het na.
Je hebt tot en met Tweede Kerstdag de tijd om de quiz te maken.

De winnaar krijgt een eervolle vermelding op deze populaire site.

KERSTQUIZ 2006_01.pdf

PS 1. Uiteraard is het verboden om de Bijbel bij deze quiz te gebruiken
PS 2. Antwoorden? Klik hier.

“Wij zijn blij”, luidden de eerste woorden van het oordeel van prof. Te Velde, de voorzitter van de stagedocentencommissie.
Want daar zat ik, met Joost (m’n mentor) en de vier docenten. De hele middag in afwachting van het eindoordeel.

Eerder op de dag werd me in een uur een aantal vragen per vakgebied (preek, pastoraat, catechese en kerkregering) gesteld. En daarna was het dus wachten.

Elk vakgebied werd met een onvoldoende, voldoende, ruim voldoende of een goed beoordeeld. Ik stond toch wel verbaasd toen ik te horen kreeg dat ik op elk gebied “goed” gescoord had.

Om te voorkomen dat ik naast m’n schoenen ga lopen kreeg ik ook nog wat feedback te horen en wat leerpunten mee… Daar kan ik mijn voordeel mee doen.

Dit papiertje betekent dus dat ik, wat de heren professoren betreft, predikant mag worden. Joost vindt het trouwens ook prima.
Voordat het eventueel zover is, moet ik nog ongeveer anderhalf jaar aan de studie.

Voetbalminnend Nederland schudt op zijn grondvesten. De coach van Ajax naar de directe concurrent!
Dat zou ik absurd vinden. En ik zou Ten Cate – een echte Ajax-liefhebber, dat hoor je zo als hij zijn mond opentrekt – niet meer serieus nemen.

Hieraan moest ik vandaag denken nadat ik gisterenmorgen Marcus 7, 24-30 gelezen had.

Marcus 7, 24-30 Jezus ging weg en vertrok naar de omgeving van Tyrus. Daar nam hij zijn intrek in een huis, en hoewel hij niet wilde dat iemand dat te weten zou komen, lukte het hem niet onopgemerkt te blijven. Integendeel, er kwam al meteen een vrouw die over hem gehoord had naar hem toe, en zij viel voor zijn voeten neer. Ze had een dochter die door een onreine geest bezeten was. Deze vrouw was van Syro-Fenicische afkomst en geen Jodin; ze smeekte hem om bij haar dochter de demon uit te drijven. Hij zei tegen haar: ‘Eerst moeten de kinderen genoeg te eten krijgen; het is niet goed om de kinderen hun brood af te pakken en het aan de honden te voeren.’ De vrouw antwoordde: ‘Heer, de honden onder de tafel eten toch de kruimels op die de kinderen laten vallen.’ Hij zei tegen haar: ‘Dat hebt u goed gezegd. Ga naar huis, de demon heeft uw dochter al verlaten.’ En toen ze thuiskwam, lag haar kind op bed en bleek de demon verdwenen te zijn.

Lees meer »

Ik vind catechetiseren echt gaaf! En moeilijk!

Gisteren gaf ik weer mijn wekelijkse drie uren. En alledrie waren ze – elk op een ander gebied – moeilijk.

De derde groep was inhoudelijk moeilijk. Probeer Johannes 17, 21 in combinatie met Genesis 1, 27 en het ongetrouwd blijven maar eens helder uit te leggen! Poe, wat zocht ik naar woorden.

De tweede groep is vooral groot (16 man!). Ik denk erover deze groep te splitsen. Het zijn stuk voor stuk toppertjes; echt leuke gasten. Maar bij elkaar in een klein steriel zaaltje is er geregeld sprake van een kippenhok.
Ik kon er gisteren wel om lachen.

De eerste les was de pittigste. We hebben daarin niets geleerd, alleen met elkaar gesproken. En gebeden.
Twee van de zeven mensen gaven aan niet in God te geloven. Ze spraken dat openlijk uit. Wat een vertrouwen en lef, denk ik dan. Die open sfeer hebben we toch maar mogen bereiken met elkaar. (Heb ik als catechisant zelf nooit gekend.)

We spraken daar als groep rustig en met veel stiltes over door. En na 35 minuten besloot ik te stoppen en met hen te bidden. Op aanraden van een van de jongens. Prachtig toch?

Ik kwam er (weer eens goed) achter dat geloof niet te geven is. Maar dat geloof een wonderlijk cadeau van God is (Efeze 2, 8).

Ik zie het als mijn taak als catecheet om er voor de twijfelaars te zijn. Hen te helpen. Naar hen te luisteren. Hun verborgen verlangens te zoeken en te vinden.

En toevallig, of niet… vanmorgen las ik het kleine briefje van Judas (staat vóór Openbaring). En ik lees daar een heel klein zinnetje dat ik net nodig had. Judas schrijft in vers 22.

“ONTFERM U OVER WIE TWIJFELEN.”

Dat zal ik zeker doen.