“Het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan.” [Jezus]
Dit is een uitspraak zonder evangelie. Dat blijkt wel uit de reactie van de leerlingen van Jezus: “Wie kan er dan nog gered worden?”
Toen ik hier met iemand over doorsprak zei hij het volgende tegen mij (en ik heb het ook wel eens gezegd): “Wat Jezus hier bedoelt heeft te maken met een poortje in Jeruzalem. Daar konden de kamelen niet door heen.
Dit kon wél als ze hun lading afdeden en diep door de knieën gingen. Al kruipend lukte de beesten het wel. En zó, bedoelde Jezus, moeten ook wij knielen en kruipen.”
Dit noem ik de kamelensmoes. Er zit namelijk een groot gevaar in. Omdat het in mijn ogen verkapt eigenbehoud is. Alsof ik mezelf moet redden… Gewoon m’n best doen.
Maar dan snap ik de hevige ontzetting van de leerlingen niet (Matteüs 19, 25). Bovendien is Gods genade geen genade meer!
Daarom zegt Jezus: “Bij mensen is dat onmogelijk (!), maar bij God is alles mogelijk.
PS. Het Griekse woord voor kabeltouw is kamilon, het woord voor kameel is kamelon. Dat scheelt dus maar één letter.
Een kabeltouw zou logischer zijn geweest. Past goed bij het oog van de naald. En de onmogelijkheid straalt daar tenminste vanaf.
Toch heeft men kameel in de Nieuwe Bijbelvertaling laten staan, omdat het veel waarschijnlijker is dat je als tekstkopieerder kameel in kabeltouw verandert dan andersom.
Waarschijnlijk heeft Jezus dus echt kameel gezegd. En heeft hij echt dat poortje in Jeruzalem bedoeld. In de uitleg van deze tekst is het erg belangrijk om de essentie te laten staan: in beide vergelijkingen is de uitvoerbaarheid niet haalbaar.