Archief van januari, 2007

Het maakt God ook geen moer uit hoe hij zijn plannen waarmaakt, hè! Moet je Genesis 21 eens lezen:

Genesis 21, 1-9 1 De HEER zag om naar Sara zoals hij had beloofd, hij gaf haar wat hij had toegezegd: 2 Sara werd zwanger en baarde Abraham op zijn oude dag een zoon, op de vastgestelde tijd, die God hem had genoemd. 3 Abraham noemde de zoon die hij gekregen had en die Sara hem gebaard had, Isaak, 4 en hij besneed Isaak toen deze acht dagen oud was, zoals God hem had opgedragen. 5 Abraham was honderd jaar toen zijn zoon Isaak werd geboren. 6 ‘God maakt dat ik kan lachen,’ zei Sara, ‘en iedereen die dit hoort zal met mij mee lachen. 7 Wie had Abraham durven voorspellen dat ik ooit een kind de borst zou geven? En toch heb ik hem op zijn oude dag nog een zoon gebaard!’
8 Het kind groeide voorspoedig op, en toen de dag gekomen was dat het van de borst werd genomen, gaf Abraham een groot feest. 9 Sara zag dat de zoon die Abraham bij Hagar, haar Egyptische slavin, had gekregen, spottend lachte.

Als je deze verzen goed leest, lees ze dan niet al te serieus. Lees ze met een lach. Dat moet… van Sara (vers 6).

En van God. Want hij heeft humor, met hem kun je lachen.
Abraham is oud, maar zou seksueel nog wel actief blijven (Genesis 25, 1-2). Maar Sara, tja, wat moet je over haar nou zeggen.

Ze lijkt me lichtelijk ‘opgedroogd’. Tenminste, dat zegt ze zelf: “Zou de liefde voor mij dan nog weggelegd zijn. Ik ben immers verwelkt.” (Genesis 18, 12).
Zou ze zich de opvliegers nog herinneren?

Lees meer »

Kluun heeft zijn verhaal afgemaakt. De weduwnaar is het vervolg op Komt een vrouw bij de dokter.

Stijn kan niet omgaan met leven-van-rouw. Hij zoekt zijn heil (nog meer) in de seks- en drugswereld. Zoveel zelfs, dat zelfs ik daar moe van word. Hij komt gewoonweg niet aan rouwen toe.

Op advies van een ’specialist’ reist hij met zijn dochter naar Australië. Het lijkt een reis met het doel tot rust te komen. Maar Stijn ontdekt dat het een reis om de liefde te vinden.

Die vindt hij. Hij ontdekt dat houden van meer is dan een ‘wandelende piemel met ogen’ (citaat Margreet) te zijn. Hij ontdekt kwetsbaarheid en overgave.

Dit tweede boek vond ik minder dan de het eerste deel. Toch las ik het weer in netto één dag uit. Kluun schrijft in korte hoofdstukjes én aanstekelijk.

Tijdens de catechisatielessen kom je het een keer tegen. Niet zo’n leuk onderwerp. God straft. God oordeelt. Brrr.

Daar ging het gisteravond over. We ontdekten dat wanneer we het woord ‘oordeel’ horen, we meteen aan veroordeling denken. Je wordt er niet blij van, eerder bang.
Zo wordt het woord in de bijbel trouwens vaak bedoeld. Neem nou Johannes 5, 24 waar één van de meiden mee aan kwam zetten:

Johannes 5, 24 “Waarachtig, ik verzeker u: wie luistert naar wat ik zeg en hem gelooft die mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven; over hem wordt geen oordeel uitgesproken, hij is van de dood overgegaan naar het leven.”

Dat leek ons duidelijke taal. En mooie taal. Daar word ik blij van.
Wie van Jezus houdt, heeft leven. En heeft niets met het oordeel te maken. Steek die maar in je zak, christenen.

Dus ik vroeg de groep: wat komt er dan in de plaats van het oordeel? Wat staat ons dan te wachten?
Waarop een van de jongens zei: “Voor ons is er geen oordeel, maar voordeel.”

Schitterend bedacht. Lachen ook.
Die jongen kan zo dominee worden. Ik zie hem zo staan en zeggen: “Het thema van de preek van vanmorgen is…”

“Zo kan ik mijn geld ook verdienen”, heb ik gezegd.

Gisteravond ben ik met Teun naar een voorstelling van Stef Bos geweest. In Harderwijk, het Cultureel Centrum. Ik was er al eens eerder geweest. Toen verraste Margreet me.

Deze keer vond ik Bos iets leuker, omdat hij gisteren niet alleen met de piano was. Violen, (bas)gitaren, drum, cello en sax begeleidden hem. Klonk wel aardig.

Zijn concert heette ’storm’, omdat het nog altijd stormt in Bos’ leven. Niet dat mij dat wat interesseert, maar hij wil dat blijkbaar graag kwijt.
Zijn bedoeling was oude liedjes te restylen, maar lees: nog een keer te zingen. Soms veranderde hij enkele woordjes. Hij zong bijvoorbeeld een regel in het bekende lied Papa (Stef Bos – Papa.mp3) nu zo:

‘En jij gelooft in God, dus jij gaat naar de hemel.
En ik geloof in niets, dus we komen elkaar na de dood,
na de dood, misschien nooit meer tegen.’

Dat ‘misschien’ heeft hij na veel jaren en gedachten toegevoegd. Maar om daar nou een apart concert voor te geven…

Maar hij heeft wel wat. Omdat hij het leven zo mooi kan typeren en heerlijk intens wil beschrijven. Ik hoop dat hij eens rust vindt.

Teun, nogmaals bedankt. We zien elkaar weer snel!

Margreet en ik lezen de zogenaamde Bergrede van Jezus. Die is te lezen in Matteüs 5-7. Nou, een betere preek heb ik nog nooit gelezen. En ik begrijp steeds beter waarom de mensen diep onder de indruk moeten zijn geweest (Matteüs 7, 28).

Een van de bekendere stukjes is het onderdeel ‘Bezorgdheid’. Mijn vader las het vaak als wijlen m’n opa de familie Heek op gestoofde paling trakteerde. Mijn opa maakte zich namelijk vaak zorgen over z’n gezondheid en levenslust.

Toch staat dit stukje niet op zich. In de Nieuwe Bijbelvertaling volgt het direct op dit stukje:

Matteüs 6, 24-25a Niemand kan twee heren dienen: hij zal de eerste haten en de tweede liefhebben, of hij zal juist toegewijd zijn aan de ene en de andere verachten. Jullie kunnen niet God dienen én de mammon. Daarom zeg ik jullie: maak je geen zorgen over jezelf…

Jezus zegt na vers 24 ‘daarom’. De vraag is dus: waarom kun je de mammon niet dienen?

Dat legt Jezus uit, en ik proef er weer eens wat humor in. Jezus maakt deze god met de grond gelijk door acht nadelen op te sommen.
Hij ver-acht Mammon, zeg maar.

Lees meer »

Niet alleen door God, nu ben ik ook al door Guido de Bres aangenomen. En dan bedoel ik natuurlijk de Scholengemeenschap.

Een tijdje geleden heb ik gesolliciteerd naar de functie docent Klassieke Talen. Afgelopen woensdag op gesprek geweest, en gisteren ben ik gebeld: “Je kunt wat ons betreft komen.”

Zo gezegd, zo gedaan. Vandaag heb ik een les bijgewoond van ‘classicus’ Rene Barkema. En ik dacht: dit moet ik ook aankunnen, hoewel het vast ook wel pittig zal zijn.

Het was wel vreemd hoor. Zie je opeens die bekende gezichten weer die blijkbaar niet van de Guido zijn weg te slaan: Van de Kamp, Van Muijen, Amoraal, Versteeg (die moet je nog kennen, Teun), Koelewijn, Muijs, Kleingeld, Van Dijk enz. enz.
Dat zijn dus nu mijn collega’s.

Vanaf februari kan ik beginnen. Ik zal 7 uur per week lesgeven. Alleen Latijn.

Nu eerst een ontslagbrief aan mijn TNT-werkgever schrijven. Weer een stukje meer van Spakenburg los. Oei, wat gaat dát langzaam.

Mijn, en ik hoop – beste lezer – ónze God is er één uit duizenden. Want hij heeft de kenmerken die je van een God mag verwachten. En die je jezelf, je partner, je vrienden, je medemens toewenst. Waar ikzelf ook naar verlang.

Exodus 34, 1-7 De HEER zei tegen Mozes: ‘Hak twee stenen platen uit, gelijk aan de vorige. Dan zal ik op die platen de geboden schrijven die ook op de eerste stonden, die jij stukgegooid hebt. Morgenvroeg moet je gereed zijn, want dan moet je de Sinai op gaan. Kom daar, op de top van de berg, bij mij. Laat niemand met je mee naar boven gaan, op de hele berg mag niemand te zien zijn, en ook de schapen, geiten en runderen mogen niet in de nabijheid van de berg grazen.’
Mozes hakte twee stenen platen uit, net als de vorige, en ’s morgens ging hij in alle vroegte de Sinai op, zoals de HEER hem had opgedragen. De twee stenen platen droeg hij bij zich. De HEER daalde neer in een wolk, hij kwam naast Mozes staan en riep de naam HEER uit. De HEER ging voor hem langs en riep uit: ‘De HEER! De HEER! Een God die liefdevol is en genadig, geduldig, trouw en waarachtig, die duizenden geslachten zijn liefde bewijst, die schuld, misdaad en zonde vergeeft, maar niet alles ongestraft laat en voor de schuld van de ouders de kinderen en kleinkinderen laat boeten, en ook het derde geslacht en het vierde.’

Ik vind het bijzonder, hoor. Geef je je volk een wet, zeg je hen meteen dat je een vergevend God bent.
Bovendien staat zijn straf in geen verhouding tot zijn liefde (4:1000-en).
God laat overduidelijk niet met zich sollen. Gelukkig maar. Hij is geen onbewogen lieverdje.
Ik weet precies wat ik aan hem heb.
En ik bid het gebed van Mozes dat op de presentatie van de HEER volgt:

“Als u mij goedgezind bent, Heer, trekt u dan met me mee, ook al ben ik onhandelbaar. Schenk me vergeving voor m’n schuld en zonde en maak mij tot uw eigen bezit.” [naar Exodus 34, 9]

Eindelijk heb ik weer eens een boek gelezen dat ik binnen twee dagen uithad. ‘Komt een vrouw bij de dokter’ van Kluun is het verhaal van Stijn en Carmen.

Bij Carmen wordt borstkanker geconstateerd, waarna hun huwelijk onder grote spanning komt te staan. Stijn zoekt zijn ‘geluk’ in het nachtleven van Amsterdam en Breda en in vreemdgaan met 37 (gokje) verschillende vrouwen en meisjes.
Toch zijn Stijn en Carmen niet van elkaar weg te denken.

Het boek grijpt me aan, omdat de kankerziekte en (relatie)pijn zowel op serieuze toon als mega (cynisch-)humoristisch wordt beschreven. Ik lach niet snel, maar nu moest ik wel.

Eén nadeel: je ligt er wel even wakker van.

Lees meer »