
Veel mensen doen hun ‘ding’ vanuit een schuldgevoel. Ze voelen zich namelijk schuldig tegenover iets of iemand wanneer ze niet naar behoren handelen. Zomaar wat voorbeelden:
1. Je gaat op nieuwjaarsdag naar je familie omdat dat hoort. Je zal met een schuin oog worden aangekeken wanneer je dan thuis blijft. Omdat je gewoon geen zin hebt in die formaliteiten.
2. Je geeft geld aan een deurcollecte (bijv. de hart-lever-darmstichting), omdat je je onder druk gezet voelt. Je past je daarom aan aan wat de meeste mensen in zo’n geval doen: gewoon geld geven.
3. Hoeveel geld geef je aan een bruidspaar bij wie je de hele dag te gast bent? Vanuit een schuldgevoel vraag je het bij anderen na, of je geeft zoveel dat je zeker ‘goed’ zit.
4. Je leest uit de bijbel, omdat je dat tegenover God schuldig bent. Want hij verwacht dat van je. Of je meent ’s avonds in bed te moeten danken en bidden omdat je dat altijd al deed of misschien wel behoorde te doen. Dan word je – en dit is best pittig – schuldenaar van je eigen verleden.
Ik ken dat schuldgevoel ook wel – en kan nog wel meer voorbeelden bedenken.
Ik kan dan het goede leven van Paulus leren. Op een gegeven moment vraagt hij van een aantal Griekse gemeenteleden geld voor geloofsgenoten in Jeruzalem. Een goed initiatief natuurlijk, maar bekijk eens hoe Paulus mensen motiveert te geven (2 Korintiërs 8).
2 Korintiërs 8, 1-3 Broeders en zusters, wij willen u niet onthouden wat Gods genade tot stand heeft gebracht in de gemeenten van Macedonië: ze zijn door ellende zwaar op de proef gesteld, maar vervuld van een overstelpende vreugde en ondanks hun grote armoede zeer vrijgevig. Ik verzeker u dat ze naar vermogen hebben gegeven, ja, zelfs boven hun vermogen.
Het kernwoord is hier: genade. Paulus zet de Korintiërs niet onder druk door een schuldgevoel bij hen te kweken: “Geef nou maar, Macedonië doet het namelijk ook!”
Paulus legt alle nadruk op Gods genade, waarvan christenen mogen profiteren. Je kunt (zelfs, maar niet noodzakelijk boven vermogen) geven, omdat je zelf al ontstellend rijk bent:
2 Korintiërs 8, 9 Tenslotte kent u de liefde die onze Heer Jezus Christus heeft gegeven: hij was rijk, maar is omwille van u arm geworden opdat u door zijn armoede rijk zou worden.
Jezus gaf zichzelf niet aan de wereld vanuit een schuldgevoel richting ons of zijn Vader, maar vrijwillig. Hij wilde dat zelf, helaas wil(de) de wereld hem niet.