Als m’n vader vroeger niet mee-at, lazen we thuis na het eten uit de kinderbijbel van Anne de Vries. En dan stond er bij Genesis 4 een plaatje zoals hiernaast.
Het is het offer van Kaïn en Abel. De rook van Abel stijgt op, die van Kaïn niet. De tekenaar moest toch op een of andere manier laten zien dat het offer van Abel wel en dat van Kaïn niet door God werd opgesnoven.
Als dit gedeelte wordt uitgelegd wordt vaak gezegd dat het verschil in de inhoud van het offer zit. Abel gaf het beste van het beste (dier), terwijl Kaïn zomaar wat (graan) gaf. Deze uitleg kan ik me ook nog van de basisschool herinneren.
Ik mag ‘m vergeten.
“Maar het is toch waar?” zei ze dan. Alsof ze zich met deze constatering het recht verschafte te roddelen.
Gisteren schreef ik dat Jezus met mij wil leven. Ik ben niet meer een vijand van hem, maar z’n vriend geworden. 
Misschien is het wel een begin van een omslag in mijn bestaan. Het begon met een gedachte tijdens de vijfde sessie van de Marriage Course.