Archief van maart, 2007

Als m’n vader vroeger niet mee-at, lazen we thuis na het eten uit de kinderbijbel van Anne de Vries. En dan stond er bij Genesis 4 een plaatje zoals hiernaast.

Het is het offer van Kaïn en Abel. De rook van Abel stijgt op, die van Kaïn niet. De tekenaar moest toch op een of andere manier laten zien dat het offer van Abel wel en dat van Kaïn niet door God werd opgesnoven.

Als dit gedeelte wordt uitgelegd wordt vaak gezegd dat het verschil in de inhoud van het offer zit. Abel gaf het beste van het beste (dier), terwijl Kaïn zomaar wat (graan) gaf. Deze uitleg kan ik me ook nog van de basisschool herinneren.
Ik mag ‘m vergeten.

Lees meer »

“Maar het is toch waar?” zei ze dan. Alsof ze zich met deze constatering het recht verschafte te roddelen.

Ik ben er zelf niet zo heel gevoelig voor, maar niet ongevoelig. Roddelen. Het komt overal voor en zal tot aan de dag der dagen wel blijven bestaan. En als je er wat van zegt, dan hoor je mensen zich vaak met die eerste zin verweren. “Ik lieg toch niet?”

Deze week hoorde ik van iemand een wijze uitspraak. Die ik dan maar ook meteen op het www vastleg. De uitspraak komt uit Amerika. En hij gaat zo:

Lees meer »

Gisteren schreef ik dat Jezus met mij wil leven. Ik ben niet meer een vijand van hem, maar z’n vriend geworden.

Jezus maakt dus heel graag vrienden. Maar vandaag las ik iets aparts. Want zelfs als je Jezus niet als vriend wilt hebben, bepaalt hij de vriendenkring van mensen.
Dat laat het verhaal van Pilatus en Herodes zien. Zij waren totaal geen vrienden van elkaar!
Wanneer Pilatus Jezus voor zijn neus krijgt, zit-ie met een probleem. Híj vindt hem onschuldig, maar de aanklagers kunnen hem wel schieten (lees: kruisigen).

Zodra Pilatus dan ook het woord ‘Galilea’ uit de mond van de Joden hoort, weet hij het wel. ‘Aha, Galilea, dát is voer voor die etter Herodes. Laat hij deze zaak maar overnemen.’
En dus wordt Jezus weggevoerd. Naar Herodes, die overigens op dat moment in Jeruzalem is.

Lees meer »

Vroeger werd hij nog wel eens gesteld. Ik heb het dan over de vraag waar je je begaf op het moment dat Jezus plotseling terugkwam. Was je dan op een duistere of goede plaats? Deed je op dat moment zonde, of had je juist net om vergeving gevraagd?

Soms voel ik helaas wel eens de angst voor het oordeel van Jezus. Terwijl ik altijd spreek over zijn liefde en de vrijheid in hem. Blijkbaar heb ik dat toch meegekregen en steekt dat gevoel bij tijd en wijlen de kop op.

Totdat ik afgelopen zondag de heerlijke logica van Paulus onder ogen kreeg. Het staat in Romeinen 5, 8-10.

Romeinen 5, 8-10 8 Maar God bewees ons zijn liefde doordat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren. 9 Des te zekerder is het dus dat wij, nu we door zijn dood zijn vrijgesproken, dankzij hem zullen worden gered en niet veroordeeld. 10 Werden we in de tijd dat we nog Gods vijanden waren al met hem verzoend door de dood van zijn Zoon, des te zekerder is het dat wij, nu we met hem zijn verzoend, worden gered door diens leven.

Lees meer »

Stel je je eens voor dat ik dominee ben. Het is lastig, maar het moet kunnen ;) . En ik loop op een zondagmorgen naar de kansel en ik roep het volgende uit:

“David! David! Een man van de goede preek, een mooie stem, het volmaakte inlevingsvermogen, welbespraaktheid, humor, onderscheidingsvermogen, die over u oordeelt en het in uw geestelijke leven voor het zeggen heeft.”

Hoe zou je reageren? Misschien wel met plaatsvervangende schaamte. Of met woede. Je zou me arrogant vinden.
Misschien vind je het wel mooi geweest. Je loopt de kerk uit en denkt: hallo zeg, als het zo moet geniet ik toch liever van mezelf…

Mozes mag de HEER zien. Hij komt aan zijn profeet voorbij…

Exodus 34, 6-7 De HEER ging voor hem langs en riep uit: ‘De HEER! De HEER! Een God die liefdevol is en genadig, geduldig, trouw en waarachtig, die duizenden geslachten zijn liefde bewijst, die schuld, misdaad en zonde vergeeft, maar niet alles ongestraft laat en voor de schuld van de ouders de kinderen en kleinkinderen laat boeten, en ook het derde geslacht en het vierde.’

Lees meer »

Afgelopen vrijdagavond speelde ik met Vebo een thuiswedstrijd, maar dan niet in Spakenburg.

Met de fiets was ik binnen vijf minuten bij de sporthal van Nieuwland. We traden tegen de gelijknamige ploeg aan en het werd 1-6 in ons voordeel.

Het leuke is dat Nieuwland altijd opnames van haar thuiswedstrijden maakt. Dus ook van deze wedstrijd.

Kijk vooral eens goed naar onze 0-2. Weergaloos doelpunt!

‘Is hij er of is hij er niet?’ Misschien speelden ze in hun cynisme de quiz wel.

Exodus 17, 7 Mozes noemde die plaats Massa en Meriba, omdat de Israëlieten Mozes daar verwijten hadden gemaakt en omdat ze daar de HEER op de proef hadden gesteld door te vragen: ‘Is de HEER nu in ons midden of niet?’

De Israelieten hebben dorst, klagen daarom steen en been, en bedreigen Mozes die op zijn beurt bang wordt. Begrijpelijk, want mensen kunnen gekke dingen doen als ze niet in hun eerste levensbehoefte worden voorzien.
Het verhaal staat in het begin van Exodus 17.

In tegenstelling tot het volk roept Mozes wel de HEER aan.

Exodus 17, 4b-6 ‘Wat moet ik met dit volk beginnen?’ vroeg hij. ‘Er hoeft niet veel meer te gebeuren of ze stenigen mij!’ 5 De HEER antwoordde Mozes: ‘Ga samen met een aantal van de oudsten van Israël voor het volk uit. Neem de staf waarmee je op de Nijl hebt geslagen in je hand en ga op weg. 6 Ik zal je opwachten op de rots bij de Horeb. Als je op de rots slaat, zal er water uit stromen, zodat het volk te drinken heeft.’ Mozes deed dit, in het bijzijn van de oudsten van Israël.

Lees meer »

Misschien is het wel een begin van een omslag in mijn bestaan. Het begon met een gedachte tijdens de vijfde sessie van de Marriage Course.

Ik zag een plaatje, zoals hiernaast. Het ging over de impact van onze opvoeding en de verhouding kind-ouder(s). Mijn gedachten dwaalden af en ik zag mezelf in het midden staan, en God als een vader naast me. (Je moet de moeder dus wegdenken).

En ik vond het helemaal niks! Ik bedacht dat ik daar helemaal wars van was. God de vader, David het kind.

Niet dat ik het daar niet mee eens ben. Als ik iets de laatste jaren heb ontdekt is het wel dat ik (als een kind) ben aangenomen. Dat God van me houdt en dat hij van alles met me wil en zal doen.

Maar nu ben ik 25 jaar. Volwassen. En nu wil ik ook volwassen behandeld worden. Ook door God.

Want ik merk dat ik steeds kinderlijk denk. Dat ik steeds bevestiging in die liefde zoek. Steeds hetzelfde wil horen. Maar ik weet het al lang, en daardoor blijf ik kind.

God, luister, ik ben volwassen. Zullen we eens een stevige wandeling maken?