Vroeger werd hij nog wel eens gesteld. Ik heb het dan over de vraag waar je je begaf op het moment dat Jezus plotseling terugkwam. Was je dan op een duistere of goede plaats? Deed je op dat moment zonde, of had je juist net om vergeving gevraagd?

Soms voel ik helaas wel eens de angst voor het oordeel van Jezus. Terwijl ik altijd spreek over zijn liefde en de vrijheid in hem. Blijkbaar heb ik dat toch meegekregen en steekt dat gevoel bij tijd en wijlen de kop op.

Totdat ik afgelopen zondag de heerlijke logica van Paulus onder ogen kreeg. Het staat in Romeinen 5, 8-10.

Romeinen 5, 8-10 8 Maar God bewees ons zijn liefde doordat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren. 9 Des te zekerder is het dus dat wij, nu we door zijn dood zijn vrijgesproken, dankzij hem zullen worden gered en niet veroordeeld. 10 Werden we in de tijd dat we nog Gods vijanden waren al met hem verzoend door de dood van zijn Zoon, des te zekerder is het dat wij, nu we met hem zijn verzoend, worden gered door diens leven.

Paulus denkt na. Heel logisch. En hij komt tot een verbijsterende en verblijdende ontdekking. Hij krijgt in de gaten dat Jezus iets onmenselijks gedaan heeft.

Hij gaf zijn leven voor mensen die niets met hem wilden. Paulus noemt die mensen ‘vijanden van Christus’. En geef hem eens ongelijk wanneer je in deze tijd het lijdensevangelie leest. Iedereen wil hem dood. Niemand is zijn vriend tijdens zijn laatste dagen.

En juist dat gegeven maakt elke christen nu blij. Als Jezus mij, vijand die ik zo vaak van hem ben, zomaar redt, wat heeft hij dan wel niet met mij voor als hij mij als zijn vriend beschouwt?

Daarom heb ik dat ‘des te zekerder’ vet gedrukt. Want: als een dode Jezus mij al met hem verzoent, wat mag ik dan wel niet van een levende Heer verwachten!? Ik krijg vergeving van een dode Jezus, dan ook zeker redding van de levende Heer!

Als ik bang ben voor het oordeel en als die stomme vraag uit de inleiding mij angstig maakt, komt dat hierdoor: ik kijk alleen maar naar mezelf. ‘Heb ik goed geleefd?’ En: ‘Kan ik wel voor God bestaan?’
Dat moet ik absoluut niet doen. Tijdens het oordeel is de levende Jezus het bewijs van mijn eeuwige redding.

Ik kijk dus niet naar mezelf, ik wijs naar hem. En ga naar hem toe. En dat is óók logisch. Ik wil natuurlijk leven met mijn vriend!

Reageer

Reacties

Reactie van: Klaas Kleiduif

raak!

20 maart 2007 om 18:25 uur