Archief van april, 2007

Afgelopen vrijdagmiddag kreeg ik groen licht. Ik mag weer eens preken.
Op zondag 13 mei, 17.00 uur, viert onze gemeente van Amersfoort-Hoogland een dienst, voor en door jongeren.

Mij is gevraagd voor te gaan, en dat wilde ik maar wat graag. Maar wie een beetje thuis is in onze kerken weet dat hier nogal wat haken en ogen aan zitten. Ik ben namelijk geen predikant, terwijl het wel een officiële eredienst is.

Een constructie werd voor gereformeerde begrippen vrij snel (een maand of twee) bedacht. Ds. Jan Boersma leidt de dienst, samen met mij.

De preek zal gaan over 1 Johannes 4, 17-18. Evangelie dat in mijn ogen bijzonder diep gaat.

Zo is de liefde bij ons werkelijkheid geworden, en daardoor kunnen we op de dag van het oordeel vol vertrouwen zijn, want hoewel wij nog in deze wereld zijn, zijn we als Jezus. De liefde laat geen ruimte voor angst; volmaakte liefde sluit angst uit, want angst veronderstelt straf. In iemand die angst kent, is de liefde geen werkelijkheid geworden.

Ik heb er nu al zin in. Ennuh…voel je welkom hè.

De laatste tijd zijn we bezig met de eerste brief van Johannes. Ik dacht dat Jakobus een felle was, maar Johannes is me er ook één.

Hij schrijft stellig en met een kracht, waaruit zijn liefde voor en de kracht van Jezus en God blijkt.

Ik las in hoofdstuk 3 het volgende:

1 Johannes 3, 7-9 Kinderen, laat niemand u misleiden: wie rechtvaardig leeft is een rechtvaardige, zoals ook Jezus rechtvaardig is, en wie zondigt komt uit de duivel voort, want de duivel heeft vanaf het begin gezondigd. De Zoon van God is dan ook verschenen om de daden van de duivel teniet te doen. Wie uit God geboren is zondigt niet, want Gods zaad is blijvend in hem. Hij kán zelfs niet zondigen, want hij is uit God geboren.

Dat noem ik nou stellig. Johannes vergelijkt het niet kunnen zondigen met de onbreekbare biologische relatie tussen mijn vader en mij.
Zoals ik niet kan zeggen dat ik geen zoon van pa Heek ben (zijn zaad zit in me; ook in het Grieks staat ’sperma’), zo kan ik ook niet zeggen dat ik kan zondigen (want Gods zaad zit in me).

Gods relatie met mij is zo sterk dat hij in principe (en uit genade!) tegen mij zegt: “David, bij mij kun je niets fout doen!”

Lees meer »

Tegen mijn gewoonte in nu eens een lang en waar gebeurd verhaal.

Want gisteren heb ik iets beleefd waar ik wel eens van droom en waarvoor ik God wel eens bid.

Het was heerlijk weer en ik besloot zoals vaker met een boek het park op te zoeken. Op een bankje genoot ik van de zon en van m’n lectuur.
Na een goede drie kwartier komt er een wat kalende man van een jaar of 35 op me af en hij vraagt me wat ik aan het lezen ben.
Ik antwoord: “Een boek over Jezus” (nl. Jezus van Allister McGrath). Dat vond hij – hij heet Roelof – machtig interessant en hij vertelde me dat hijzelf ook veel leest. En dat ontdek ik zelf snel genoeg.

We raken aan de praat over zijn en mijn verleden. En ik merk dat hij mij goed in zich opneemt. Binnen 3 minuten – echt waar! – weet hij me te melden dat ik gereformeerd moet zijn. Ik sta stomverbaasd en vraag hem hoe hij dat toch ziet. “Ach”, zei hij, “dat straal je uit en ik ontmoet veel mensen.”

Hij vertelt op een intellectuele manier hoe hij op zijn manier in Jezus gelooft (want ik wil het gesprek daar steeds op aan laten sturen). Hij vindt hem een profeet en absoluut niet de Zoon van God. “Want”, zegt hij, “God heeft het niet nodig zichzelf te verlagen.”

Ik vind dat een machtige gedachte en ben het dan ook met hem eens. God heeft dat inderdaad niet nodig. Helaas voor hem heeft de mens dat enorm nodig.

En rond die kern speelt ons gesprek zich af. Roelof gelooft in de mensheid. Want diezelfde morgen was hij door de politie op straat gewekt (balen!) maar even later kreeg hij van een vrouw zomaar een zak krentenbollen en een fles drinken. “En dan begin ik gewoon te janken”, vertrouwt hij me toe.

Omdat Roelof erg dorst heeft vraagt hij mij om wat drinken. Ik wil wel wat halen, maar hij wil ook wel met me mee. Ik aarzel toch even, maar vertrouw hem. Dus op naar de Eikenlaan.

In m’n huisje slaat hij in no time drie glazen cola achterover, want hij had echt dorst. Ik had met hem te doen en voelde veel liefde voor hem. Wilde hem graag helpen.
Ook thuis spraken we nog lang door. Hij vertelde dat hij wel eens ’s zondags bij de kerk gaat staan. En dan vraagt hij de kerkmensen, die net de kerk uitkomen, om wat geld voor wat drinken. En dan krijgt hij niets.

Zonder het hardop uit te willen spreken – hij is erg bescheiden en mild – vindt hij dat hypocrtiet gedrag. En ik moet hem weer gelijk geven.

De tijd verstrijkt en ik vertel hem het volgende: “Roelof, weet je wat me opvalt in dit gesprek: jij leeft in een enorme paradox. Aan de ene kant geloof je in de mensheid (”mensen zijn bouwstenen naar God”), aan de andere kant ben je behoorlijk teleurgesteld in diezelfde mensheid.”

Toen knapte hij en de tranen biggelden even later over zijn wangen. “Weet je”, zei hij, “ik heb jaren bij een psychiater gezeten maar jij hebt binnen een uur door waar ik meezit en je hebt helemaal gelijk!”

Is toch wel gaaf om te horen, moet ik zeggen. Ik zeg hem dat hij zijn geloof in de mensheid kritisch moet bekijken. Ik hou hem Jezus voor. En hij luistert.
En hij wil ook weg. Ik voel iets van schaamte bij hem, wat hij ook verwoordt. Daarop probeer ik hem gerust te stellen.

Niet veel later stapt hij op. Ik bied hem nog te eten (voor onderweg) aan, maar hij weigert pertinent.
Ik zeg hem graag nog eens te willen ontmoeten. Ik vertel hem dat ik overdag vaak thuis ben.
Daar reageert hij enthousiast op.

“Hou je taai”, waren m’n laatste woorden. En hij fietste weg. Ik vraag me af of ik hem ooit nog weer zie.

Ik hoop vurig dat de ware God zijn zwaar gehavende leven openbreekt.

U heeft nog één dag (tot woensdagavond 23:59 uur) voor de Paasquiz 2007.

Daarna kijk ik de antwoorden niet meer na. Wie durft… en haalt Thijs van de Kamp van de eerste plaats af?

Hieronder kun je de paasquiz downloaden.

PAASQUIZ.pdf

…wie wordt daar nou niet warm van?

Nou, ik dus niet. Maar ik moest wel even een tentamen van bijna 6 studiepunten leren. Inclusief jaartallen en van die “heerlijke” die-ben-je-morgen-weer-kwijt-feitjes.

Interessanter werd het toen ik las hoe de doperse beweging ontstond (o.a. vanuit de frustratie over de gereformeerde kerk die toestond dat de overheid zich teveel met de kerk bemoeide, waardoor er dus niets aan de kerkvormen veranderde).
En nog steeds is mijn kerk traag, regeren de synodale bepalingen (lees: de oudere dominees die het wel prima vinden zolang veranderingen beamers en het toestaan van een combo betreffen) en ligt het vrijwel altijd aan de mensen die de kerk verlaten. Zelden of nooit aan de kerk zelf.

Ook een kennismaking met de nadere reformator Jacobus Koelman was wel grappig. Deze man (die ruim een eeuw na de eigenlijke Reformatie leefde, daarom nadere reformator genoemd) was net als ik fel tegen het starre gebruik van de ellenlange belijdenisformulieren en vaststaande gebeden in de eredienst. Want, zei hij, bidden behoort men in de Geest te doen.
Dit zou je nu eens in m’n kerk moeten aandragen. Nog steeds zou je mensen tegen je in het harnas jagen…

Maar gelijk had-ie. Natuurlijk werd de beste man wel afgezet en zou hij ook nooit meer tot de kerk toegelaten worden. Maar – en dat vind ik karakter – hij weigerde de kerk, die hij liefhad, te verlaten.

Ik geloof echt wel dat het verleden ons iets in het heden te zeggen heeft.

O ja, het tentamen heb ik gehaald. Met een mooie 7.

Deze week las ik een artikel van Stefan Paas over prekende dominees.

Net als ik ergert Paas zich vaak groen en geel aan de preek. Hij voelt zich zelden of nooit gehoord, vindt de meeste preken saai, irrelevant en vermoeiend.
Maar daar wil hij het niet bij laten zitten. En hij heeft er eens stevig over nagedacht.

Paas komt tot de volgende vier categorieën predikanten:

a. De traditionalist. Hij vindt waarheid belangrijk, maar heeft alleen zijn eigen behoeften en perspectieven in beeld.

b. De manipulator. Hij denkt slechts aan zijn eigen doelen en kan elke boodschap gebruiken om die te bereiken.

c. De prediker. Hij vindt waarheid belangrijk, maar gaat het referentiekader van de hoorder binnen, om zowel dit kader als de hoorder zelf te veranderen.

d. De aanpasser. Hij doet niet anders dan zijn hoorders bevestigen en hun vertellen wat zij willen horen.

Lees meer »

Zo, het zaalseizoen zit erop. In de competitie heb ik het met Vebo 1 beter gedaan dan vorig jaar. In de beker idem dito. Met een beetje (meer) geluk hadden we de kwartfinale bereikt ten koste van een eerstedivisionist.

Maar nu is het al zomerstop, tenminste wat het futsal betreft. En daar baal ik van.
Nog een paar veldwedstrijden en er is weer een paar maanden geen voetbal-op-zaterdag voor me weggelegd.

Gelukkig is er altijd nog het BFV-toernooi. Het bijna een maand durende zaaltoernooi van Bunschoten-Spakenburg in sporthal De Kuil.

Ik heb, denk ik, wel een eigen team. Maar als er nog een team is dat een keeper nodig heeft én de ambitie heeft de finaleavond te halen, dan kan het via deze site contact met me opnemen. Reactie(snelheid) gegarandeerd.