De laatste tijd zijn we bezig met de eerste brief van Johannes. Ik dacht dat Jakobus een felle was, maar Johannes is me er ook één.
Hij schrijft stellig en met een kracht, waaruit zijn liefde voor en de kracht van Jezus en God blijkt.
Ik las in hoofdstuk 3 het volgende:
1 Johannes 3, 7-9 Kinderen, laat niemand u misleiden: wie rechtvaardig leeft is een rechtvaardige, zoals ook Jezus rechtvaardig is, en wie zondigt komt uit de duivel voort, want de duivel heeft vanaf het begin gezondigd. De Zoon van God is dan ook verschenen om de daden van de duivel teniet te doen. Wie uit God geboren is zondigt niet, want Gods zaad is blijvend in hem. Hij kán zelfs niet zondigen, want hij is uit God geboren.
Dat noem ik nou stellig. Johannes vergelijkt het niet kunnen zondigen met de onbreekbare biologische relatie tussen mijn vader en mij.
Zoals ik niet kan zeggen dat ik geen zoon van pa Heek ben (zijn zaad zit in me; ook in het Grieks staat ’sperma’), zo kan ik ook niet zeggen dat ik kan zondigen (want Gods zaad zit in me).
Gods relatie met mij is zo sterk dat hij in principe (en uit genade!) tegen mij zegt: “David, bij mij kun je niets fout doen!”
Het valt me in deze brief op dat Johannes geen uitvluchten zoekt. Zoals de bekende “Ja, maar iedereen zondigt toch?!” of: “We doen toch elke dag zonden?!”
Nee, zegt-ie, we kúnnen niet zondigen. Maar wat kunnen we dan wel? Nou, we kunnen de waarheid hiervan bij onszelf nagaan.
1 Johannes 3, 10 Hieraan is te zien wie kinderen van God en wie kinderen van de duivel zijn: wie niet rechtvaardig leeft, komt niet uit God voort. Hetzelfde geldt voor wie zijn broeder of zuster niet liefheeft.
jaja…