Je wordt er niet vrolijk van, maar hét symbool van christenen is een marteltuig: het kruis. Sommige mensen slaan er dagelijks een paar, anderen dragen er een om de nek of om de pols. Een christen die niet over het kruis spreekt, of er niets over wil weten is die naam dan ook niet waardig.
Toch blijft het voor mensen vaak wel vaag, dat kruis. Wat moet je ermee, wat betekent het nu precies? En: hoe leg je het nu concreet uit?
Paulus zegt dit over het kruis:
1 Korintiërs 1, 18 De boodschap over het kruis is dwaasheid voor wie verloren gaan, maar voor ons die worden gered is het de kracht van God.
Ook Paulus vindt het kruis de kern van het christelijk geloof. Om die kracht van God concreet in te vullen, kun je deze vier beelden uit onze leefwereld onthouden.
1. Het kruis als kruispunt. Net zoals je in het verkeer een kruis(punt) tegenkomt, is Golgota een ontmoetingsplek. Op Golgota ontmoet je in Jezus de echte God zoals hij voor mensen wil zijn.
2. Het kruis als liefdesuiting. Zoals in een liefdesbrief of -mail. Als je van iemand houdt, zet je er kruisjes onder. Het kruis is – hoe bizar ook – Gods liefdevolle keuze voor de mensheid.
3. Het kruis als foutmelding. De rekensom 7 + 5 = 13 is fout. Door het antwoord zet de juf of meester een vette rode streep. Dat doet het kruis van Jezus Christus ook. God zet een streep door onze steeds terugkerende fouten, want daar moet het mee afgelopen zijn.
4. Het kruis als keuze. Zoals je op een (ouderwets) stemformulier de keuze van jouw politieke partij bekend maakte. Je zet een kruisje in het hokje van je keuze. Zo vraagt ook het kruis van Christus om een keuze. Kniel je voor het kruis, of loop je eraan – en aan Jezus – voorbij.
[Ontleend aan het boekje Jezus, de God die mens werd van de Engelse theoloog Allister McGrath]