In mijn omgeving leven veel christenen. Ik kom uit een christelijke familie en niemand in mijn schoonfamilie heeft dat stempel niet. Bovendien ben ik lid van een christelijke gemeente waar zo’n 300 anderen ook lid van zijn. Ook mijn vriendschapskring kent uitsluitend christenen (wat ik wel ’s jammer vind).
Toch ken ik maar weinig mensen van wie ik onder de indruk kom. Van wie ik zeg: “Aan hem kan ik zien dat hij Christus als Heer heeft.”
Het is natuurlijk veel te gemakkelijk om naar anderen te wijzen als ik zélf bijbel lees. Ik hoop dat mensen aan mij merken dat ik Jezus als Heer heb! Anders hoor ik dat graag.
Als ik Jezus hoor zeggen dat hij de ware wijnstok is en dat hij zonder pardon iedereen wegsnijdt die geen vrucht draagt terwijl hij aan hem vast zit (dus christen is), dan denk ik: volgens mij heb je echt een probleem als je alleen formeel christen bent. Als je niet groeit (of je je daar niet eens druk over maakt). Je wordt met je goeie gedrag rigoreus weggesneden.
Maar het gaat nog verder. Áls je groeit, snijdt God ook. En dat is naar mijn idee misschien nog wel irritanter dan in een keer weggesneden te worden. Want snoeien gebeurt vaker en gaat dwars door je ziel heen.
Ik merk dat door de afgelopen jaren heen. Ik groei zeer zeker, maar ik maak groeifouten. Waar ik eerst zo stellig van overtuigd was om naar toe te groeien, ben ik door God allang weer van afgebogen. Dat maakt me verdrietig, maar (later) nog blijer dan voorheen. Bovendien vind ik het een heerlijk idee dat God zich met mijn leven bemoeit. Dat hij me fouten láát maken. Zoals een goede leraar dat ook doet.
Als ik bedenk waarom God snoeit, krijgt mijn leven zin. Dwars door de groeipijnen heen weet ik dat het Jezus om dat ene gaat. Dat ik God groot maak en dat hij zichtbaar in mijn leven wordt. En het gekke is dat ík daarvoor beloond ga worden.
Ach, met die beloning op zak weet ik dan wel beter.
Johannes 15, 1-2 en 8 [En Jezus zei:] “Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de wijnbouwer. Iedere rank aan mij die geen vrucht draagt snijdt hij weg, en iedere rank die wel vrucht draagt snoeit hij bij, opdat hij meer vruchten draagt. [...] De grootheid van mijn Vader zal zichtbaar worden wanneer jullie veel vrucht dragen en mijn leerlingen zijn.”
Vanmorgen was ik getuige van de doop van Lydia, de jongste telg van mijn oudste broer. 
“Het mooiste doelpunt dat ik live in mijn leven heb gezien is dat heerlijke doelpunt van Bergkamp tijdens de kwartfinale van het WK in 1998.” [En toen werd ik geholpen door een van de catechisanten die ik de naam van Jack van Gelder hoorde fluisteren.] 
