
Een blog over eten. En dromen over eten en drinken bij God.
Vroeger werden christenen beschuldigd van kannibalisme. Ze zouden mensenvlees eten en -bloed drinken. Dat gerucht was goed te begrijpen als je bedenkt dat Jezus zelf zei dat hij zijn lichaam en zijn bloed aan zijn leerlingen aanbood. “Eet dit en drink dit!” Daar wil je niks mee te maken hebben natuurlijk.
Ik vind het ook een gek idee. Dat ik – tijdens het Heilig Avondmaal – Jezus eet en drink. Natuurlijk zijn christenen geen kannibalen, maar had Jezus het niet op een beter verteerbare wijze kunnen zeggen?
Denk ik hier over na en lees ik de goede literatuur (Ravy Zacharias, Jesus among other Gods) dan ontdek ik dat dit ritueel geweldige geheimen van het christelijk geloof blootlegt.
1. Jezus komt op een geestelijke manier in mijn hart, zoals eten in mijn maag belandt. Jezus stilt een geestelijke honger in mij die dieper gaat dan honger naar eten (zie bijvoorbeeld het verhaal van Johannes 4; vergelijk de bekeerde vrouw eens met Jezus’ leerlingen!). Jezus zegt in Johannes 6 dan ook niet voor niets dat hij het levende brood is.
2. Dit maaltijdritueel onderscheidt het christelijk geloof van élke andere godsdienst.
A. In de Islam is er een onoverbrugbare afstand tussen Allah en de mens. Alleen via geboden en ethische gebruiken kan de mens aan de wil van Allah voldoen. Er is geen liefdevolle relatie mogelijk.
B. In het Boeddhisme moet je via allerlei religieuze wegen (honderden regels voor man en nog meer voor de vrouw) opklimmen naar het hoogste doel (Nirvana). Van een persoonlijke God is geen sprake, laat staan iemand die zich aan je aanbiedt.
C. In het Hindoeïsme moet elk individu op zoek gaan naar de God in zichzelf: zelf-deïficatie. Hier is het de vraag wie jij dan ten diepste bent (mag je er wel zijn?) en wie die God is. Het christelijk geloof neemt zowel het individu als God serieus. Ze worden duidelijk van elkaar onderscheiden; Jezus gééft zich namelijk.
3. Een maaltijd is geweldig. God en Jezus gebruiken het vaak. Als Mozes en de oudsten op de berg zijn, eten ze met God (Exodus 24, 11). Al is dat niet nodig (Exodus 34, 28).
En Jezus deelt tweemaal brood uit en houdt genoeg over.
De kracht van een maaltijd is, denk ik, dat alle zintuigen aan het werk komen. Je voelt, ziet, hoort, ruikt en proeft.
Eten met God is tot je bestemming komen. Je lichaam gebruiken waar het voor bedoeld is.
Daarom belooft Jezus zijn leerlingen dat er een dag zal komen dat hij weer samen met hen hemelse wijn zal drinken.
Met het Heilig Avondmaal in de kerk mogen we al een beetje ervaren wat het is als onze geest en ons lichaam door God bij elkaar worden gebracht. Hoe zal dat dan niet zijn als we bij hem in de buurt zijn?
PS. Is het niet opvallend dat de ogen van de Emmaüsgangers juist dan opengaan wanneer Jezus voor hun ogen het brood breekt? Juist op dat moment sluiten geest en lichaam op elkaar aan!
HET AVONDMAALSRITUEEL – DE EERSTE KEER
Matteüs 26, 26-29 Toen ze verder aten nam Jezus een brood, sprak het zegengebed uit, brak het brood en gaf de leerlingen ervan met de woorden: ‘Neem, eet, dit is mijn lichaam.’ En hij nam een beker, sprak het dankgebed uit en gaf hun de beker met de woorden: ‘Drink allen hieruit, dit is mijn bloed, het bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden. Ik zeg jullie: vanaf vandaag zal ik niet meer van de vrucht van de wijnstok drinken tot de dag komt dat ik er met jullie opnieuw van zal drinken in het koninkrijk van mijn Vader.’