Vanmorgen moest ik denken aan nóg een verschil tussen God en de rest. Naast nabijheid is er is ook een verschil in kracht. Dat haal ik uit de laatste zin van het tweede gebod: ‘Maak geen afgodenbeelden’ (Exodus 20, 4-6).

Exodus 20, 4-6 Maak geen godenbeelden, geen enkele afbeelding van iets dat in de hemel hier boven is of van iets beneden op de aarde of in het water onder de aarde. Kniel voor zulke beelden niet neer, vereer ze niet, want ik, de HEER, uw God, duld geen andere goden naast mij. Voor de schuld van de ouders laat ik de kinderen boeten, en ook het derde geslacht en het vierde, wanneer ze mij haten; maar als ze mij liefhebben en doen wat ik gebied, bewijs ik hun mijn liefde tot in het duizendste geslacht.

De meeste Nederlanders geloven niet meer in (het bestaan van) God, maar hebben of hadden waarschijnlijk wel (streng-)gereformeerde of diepgelovige katholieke groot- of overgrootouders. Ik denk dat je kunt zeggen dat de ouders van de meeste Nederlanders er voor hebben gezorgd dat hun kinderen niet meer geloven. En de kans is groot dat hun kleinkinderen God zelfs helemaal niet meer kennen. Laat staan hun kroost na 2030.

Maar dan houdt het op, zegt God. Want meer eer wil hij de afgoden van hun overgrootouders niet geven. Meer eer en kracht hébben ze vooral ook niet.

Want het geslacht van na 2030 zal niet meer ‘geloven’ in de goden van hun overgrootouders. Die zijn dood en vergaan. Deze kinderen gaan gewoon hun eigen, niet-godsdienstige weg met hun eigen goden. Het woordje ‘af-’ is op hun goden al niet meer van toepassing. Ze worden van geen god afgeleid, ze weten niet beter dan hun manier van leven.
(En ze staan waarschijnlijk ook weer meer open voor het evangelie van Jezus Christus en de God van hun betovergrootouders.)

Daarom heeft de echte God ook zoveel kracht. Hij zegt dat hij zijn liefde bewijst tot in het duizendste geslacht. Daar lees ik zo overheen, maar dat is dus ongeveer 30.000 jaar!
Ik heb wel eens gehoord dat deze manier van zeggen voor een Jood meer gevoelswaarde heeft dan het woordje ‘eeuwig’. Moet je nagaan!

En God maakt zijn woord gewoon nog waar, hoor. Ik ervaar nog steeds de liefde van God die hij al aan mijn vroegste voorouders beloofd heeft.

Gods liefde snijdt dwars door zijn woede heen (maar wat zonde van die drie, vier generaties!).

Reageer