Voordat ik gisteravond aanwezig was op het bulfeestje van Margreet, mocht ik weer eens een praatje houden voor een Alpha-groep. Het ging over de relevante vraag hoe je nu zekerheid van je eigen, christelijk geloof krijgt.
Ik vergeleek het met een pak koffie uit Brazilië. Ik vroeg aan de groep: “Hoe weet je nu zeker dat deze koffie uit Brazilië komt?” En al gauw kwamen ze met twee antwoorden op de proppen.
1. Je moet het lezen (op de verpakking).
2. Je moet het kunnen zien (je kunt een reis naar Brazilië maken).
Het leuke is dat het binnen het geloof precies hetzelfde gaat. Ook als je er zekerheid in wil krijgen.
1. Om zekerheid te krijgen moet je de inhoud van het christelijk geloof horen, toegezegd krijgen. Daarom gaf ik op een flap-over binnen vijf minuten een overzicht van de geschiedenis van de bijbel. Via het paradijs, Babel, Abraham, Israël met z’n profeten, Jezus, Pinksteren en de heilige Geest, de apostelen, en tenslotte via de kerk(geschiedenis) kwamen we bij David Heek (of vul je eigen naam maar in) terecht.
Dat vind ik geweldige kennis. Dat ik op één geestelijk-historische lijn sta met Jezus, mijn door God verwekte medemens. Dat ik op die lange, flinterdunne maar duidelijke lijn mag staan.
Veel mensen – ook veel christenen – weten dit gewoon niet of vinden dit niet relevant, maar deze kennis verwondert me helemaal. De bijbel geeft zo’n eenvoudig overzicht van de aardse geschiedenis dat zelfs een kind het kan begrijpen.
2. Om zekerheid te krijgen moet het geloof ook zichtbaar zijn. Want zien is nog altijd geloven. Het geweldige hiervan is dat God zélf dit bedacht heeft. Alsof hij gedacht heeft: “Ik wil het zo graag, maar hoe krijg ik in vredesnaam de mens weer bij mij?” Daarom heeft hij zichzelf op allerlei manieren geopenbaard – het Oude Testament loopt er van over.
Maar dat was nog niet duidelijk genoeg. Mensen liepen nog steeds bij hem vandaan. En daarom gaf hij zichzelf, toen hij Jezus gaf. Eindelijk zichtbaar, eindelijk Gód-op-aarde, eindelijk dichtbij. En dat gaf en geeft nog steeds heel veel mensen de zekerheid die ze zochten en zoeken.
Geen andere godheid in welke godsdienst dan ook heeft hetzelfde gedaan. Allah is onbekend, alleen zijn wíl is aan Mohammed geopenbaard. Maar of dat echt Góds wil is, wordt mij niet met de volle 100% gegarandeerd. Dat moet ik maar van Mohammed en de zijnen (en dat zijn medemensen zoals ik!) aannemen.
En andere godsdiensten werken juist vanuit de mens die zichzelf met al z’n verlangens moet wegcijferen om het goddelijke in zichzelf te ontdekken en tenslotte in het Al op te kunnen gaan.
En dan al die (nieuwe) religies. Ze geven van alles, maar nooit die zekerheid die ik wil hebben.
God is in Jezus zichtbaar geworden. Maar… ik moet ik mij natuurlijk wel eerlijk afvragen of die Jezus écht God is (of toch een psychopatische praatjesmaker!). In Johannes 10 krijgt hij juist die vraag: bent u het of bent u het niet? Aan ons de keus. Die van mij mag duidelijk zijn. Kun jij hem op een fout betrappen of word je, net als ik, juist door hem verrast?
Johannes 10, 22-30 In Jeruzalem werd het feest van de Tempelwijding gevierd; het was winter. Jezus liep in de tempel, in de zuilengang van Salomo. Daar kwamen de Joden om hem heen staan, en ze vroegen hem: ‘Hoe lang houdt u ons nog in het onzekere? Als u de messias bent, zeg het ons dan ronduit.’ Jezus antwoordde: ‘Dat heb ik u al gezegd, maar u gelooft het niet. Wat ik namens mijn Vader doe getuigt over mij, maar u wilt me niet geloven, omdat u niet bij mijn schapen hoort. Mijn schapen luisteren naar mijn stem, ik ken ze en zij volgen mij. Ik geef ze eeuwig leven: ze zullen nooit verloren gaan en niemand zal ze uit mijn hand roven. Wat mijn Vader mij gegeven heeft gaat alles te boven, en de Vader en ik zijn één.’
Ik denk dat het één van de meest intieme en dus ook geliefde psalmen in de bijbel is. God en de dichter: zo dichtbij elkaar. Zo veilig, waar hij ook gaat, staat of heenvliegt.
Steeds vaker hoor ik Tim Keller aangehaald worden bij ons in de kerk. 
