Archief van december, 2007

Nog een kleine zes uur en dan is 2007 geschiedenis. Daarom wil ik al m’n trouwe bloglezers en de sporadische bezoekers op de valreep een mooi 2008 toewensen.

Ik wilde altijd nog schrijven over Psalm 9. Vooral over die ontmaskerende laatste zin daaruit.

Psalm 9, 20-21

Sta op, HEER, laat de macht niet aan mensen.
Mogen de volken berecht worden in uw aanwezigheid.
Jaag ze angst aan, HEER,
zij moeten weten dat ze mensen zijn.

Enos, staat er. De volken moeten weten dat ze Enossen zijn. Gewoon eenvoudige mensen van stof, vlees, bloed en water.

Dat zou ik de wereld willen toewensen. Dat we met elkaar beseffen dat we per stuk een bepaalde lengte hebben, een bepaald niveau aan spierkracht hebben en een zekere dosis hersenkracht bezitten. We zijn gewoon mens.

Ik weet dat deze wens ook in 2008 niet wereldwijd uitkomt. Het ene volk zal zich ook in 2008 groter, machtiger of beter achten of wensen dan het andere.

David schreeuwt in Psalm 9 om God. Om zijn angstaanjagende aanwezigheid, om zijn goddelijk oordeel. M’n naamgenoot baalt er van dat zoveel mensen weigeren God te erkennen. En de David van 2007/2008 baalt met hem mee.

Ik hoop dat God zich in 2008 in veel levens laat zien, voordat hij een definitief oordeel velt. En dat ik zijn medewerker hierin mag zijn.

Want ik vind het eerlijk gezegd heerlijk om te erkennen dat ik mens ben. En God God. Dat scheelt mij een hoop angst. Voor deze wereld (want wie wordt daar niet bang van?). Maar ook het oordeel zie ik met vertrouwen tegemoet.

Bovendien maakt het mij voor 2008 ontspannen. Ik heb God aan mijn zij.

Een gelukkig nieuwjaar!

Morgen is het weer zover. Hoewel het in eerste instantie doodgebloed leek te zijn, gaat het jaarlijkse Vebo-toernooi toch door. Sporthal De Kuil is de locatie.

Veel (ex-)hoofdklasseclubs zoals Nunspeet, VVOG, Urk, IJsselmeervogels en Spakenburg doen weer mee. De andere deelnemers zijn Eemdijk, Zuidvogels en natuurlijk Vebo ‘78.

Vebo speelt z’n eerste wedstrijd om 18.45 uur. Ik denk dat we geen schijn van kans maken, maar je weet maar nooit. Het blijft een kwartiertje voetbal per wedstrijd.

Hopelijk komen zowel Spakenburg als IJsselmeervogels met volwaardige teams opdraven.

HOE HET GING

Geweldig! We zijn derde geworden. In de poulefase wonnen we verrassend van Nunspeet na 0-1 achter te hebben gestaan. Daarna speelden we ongelukkig met 0-0 gelijk tegen Eemdijk. We kregen vier opgelegde kansen. De laatste poulewedstrijd ging met 0-1 verloren. Urk was de meest gelukkige in die wedstrijd.

Omdat we precies gelijk eindigden met Urk (allebei 6 punten) moesten de shoot-outs de beslissing brengen. Omdat Urk van ons gewonnen had moesten wij één shoot-out meer scoren dan de eilandbewoners. Dat lukte. Urk scoorde eenmaal, wij tweemaal.

Daardoor drongen wij door naar de halve finale waarin we kansloos verloren van het ijzersterke Spakenburg, de latere tournooiwinnaar. In de kleine finale wonnen we verrassend van IJsselmeervogels. We kwamen 1-0 voor, maar in de laatste minuut maakten de Vogels gelijk. De penaltyserie (gefilmd door Margreet en hieronder te zien) wisten we echter te winnen. Ik pakte één strafschop, en wij scoorden ze alledrie heel koel.

Ik vind het altijd een superleuk toernooi. Ik denk omdat we altijd de ‘onder-hond’ zijn en stevig onderschat worden. Dat haalt het beste in ons naar boven!

Afgelopen Eerste Kerstdag werd een van mijn nichtjes vier jaar. Ook Margreet en ik waren voor haar feestje uitgenodigd. Ze had een mooi cadeau van “pappie en mammie” gekregen: een kolossaal ziekenhuis van playmobil.

Ze speelde er de hele dag mee, maar helaas… ze moest het ziekenhuis delen met bezoekende neefjes. Op een gegeven moment was ze daar zat van en vroeg ze aan mammie of ze even alleen boven mocht spelen. En zo liet ze haar cadeau even voor wat het was.

[Spring nu mee naar iets heel anders]

Veel kerkelijke gemeentes willen graag missionair zijn, niet-christenen bereiken. De manier waarop de gemeenteleden daarbij bepaald worden gaat, zoals ik al ’s eerder gezegd heb, vaak gepaard met een opgelegd schuldgevoel (”Gij zult missionair zijn”). Dat vind ik zelf uitermate irritant.
Maar soms gaat het ook geraffineerder.

Ik hoor predikanten ook dit wel ’s zeggen: “Als je hart vol van Jezus is, dan wil je dat toch aan iedereen vertellen!?”
Ik denk dat veel christenen het met deze uitspraak eens zijn.

Maar hij is niet waar, bedacht ik vanmorgen. Kijk maar naar m’n nichtje. Ze is vol van haar ziekenhuis, maar dat betekent niet automatisch dat ze haar ziekenhuis met anderen deelt. Beter gezegd: wíl delen.

Daarom moeten christenen zich twee dingen afvragen:

1. Ben ik vol van Jezus die mij gegeven is? (En bereid hem helemaal te leren kennen, zoals ik hem kennen kan)
2. Wíl ik de ander bereiken? Ben ik bereid?

Het tweede volgt niet automatisch op het eerste. Al klinkt dat natuurlijk wel vroom en lijkt het logisch.

PS. Wil je een beetje doorkrijgen wanneer een predikant een waarschijnlijk dubieuze uitspraak doet, dan gebruikt hij meestal het woordje ‘toch’?
Voorbeeld: Als iemand zegt: “Dat is toch mooi?” communiceert hij: “Ik weet het niet zeker, wil iemand mijn mening misschien bevestigen?”

Gisteravond zag ik een stuk uit het cabaretprogramma Najib wordt wakker. Najib Amhali heeft samen met Viggo Waas en Peter Heerschop grappige – of grappig bedoelde – sketches gemaakt.

En ik vond het om twee dingen leuk. In de eerste plaats hou ik gewoon van cabaret en in de tweede plaats: deze aflevering ging over geloof.
En dan kan het er hard en in mijn beleving godslasterlijk aan toe gaan. Maar door het grove heen hoor ik veel waardevolle dingen die me als christen aan het denken zetten.

Najib was natuurlijk de vertegenwoordiger van de moslims, Viggo van de ietsist en Peter was een katholiek opgevoed ongelovige. Laatstgenoemde stond dus het dichtst bij mij – als het om de christelijke opvoeding gaat.

Op een gegeven moment vroeg de moslim aan de katholiek: “Hoe vind jij dat je moet leven?” Waarop de katholiek zei: “Een katholiek moet gewoon leven zoals hij leven wil…als hij maar spijt heeft.” (Wat de moslim wel interessant vindt, en dus gaat hij naar de biechtstoel enz. enz.)

Tien jaar geleden dacht ik net zo. In elk gebed vroeg ik om vergeving. Dat maakte mijn gebed compleet. Het hoorde ook zo.
Daarna liep ik – als tegenreactie – in de valkuil niet meer om vergeving te vragen.
En nu? Nu maak ik geen verschil meer tussen mijn normale leven en mijn geestelijk leven. Als ze al te scheiden zijn, dan leidt God ze nog allebei. En dus zit God niet te wachten op spijtbetuigingen, zodat mijn egocentrische leven gezuiverd wordt. Hij kan daar ook niets mee, omdat ik dan berouw richting een afstandelijke God heb.

God verlangt naar een compleet leven met hem. En dan mag ik zelfs vallen, want dan is hij er wél bij om me op te tillen.

“Can you tell me from which track the train will leave?” vroeg hij. Ik antwoordde met een lach dat er maar één spoor vanuit Kampen naar Zwolle leidt. Hij stond dus goed en we raakten aan de praat. Helemaal tot aan Amersfoort, want hij moest naar Amsterdam.

Hij was een echte Amerikaan. Te dik, sigaar in de mond en een fototoestel om z’n nek. Hij vertelde wat hij hier kwam doen (naar ‘De Olifant’ om sigaren te kopen en foto’s van Kampen maken; zijn hobby) en hij vroeg mij wat ik deed. “Theology”, zei ik en ik zag hem verrast reageren. (Dat is het voordeel van deze studie; mensen vragen vaak meteen wat dat inhoudt.)

Ik vroeg hem of hij religieus was en hij antwoordde dat hij christelijk was opgevoed, maar daarin zeer vrij werd gelaten door z’n ouders. Ook vertelde hij dat hij veel vragen over God had.

Dat vind ik natuurlijk interessant en ik vroeg hem welke vragen hij had. Een van de vragen die hij had luidde ongeveer zo: “I do not understand why God lived with just óne nation: Israël. What about all the other nations?”
Toen mocht ik vertellen. Gewoon bijbelse geschiedenis (Babel, Israël, Jezus én Pinksteren!). En hij luisterde geboeid. “God didn’t forget that ancient people, he lét them live without him (Romans 1). Till Pentacost.”

God is niet bij Israël gebleven, maar heeft zijn bevrijdend evangelie Amerika en Nederland laten bereiken. Zo kon ik ook richting David Jonathan Zoellner – want zo heette deze naamgenoot – persoonlijk worden.

Maar hij had er al snel genoeg van en vluchtte van het onderwerp weg: “I don’t like to talk about religion, because there are too many of them.” Toen liet ik het onderwerp rusten – want ik ga net als mijn Heer niet pushen – en praatten we de rest van onze leuke reis over little cows and calfs.

Ik denk dat veel christenen het juk op hun schouders voelen. Ze voelen zich bezwaard of schuldig als ze predikanten horen zeggen dat je missionair moet zijn. Want ze weten dat ze hierin – en vergeef me het volgende typisch gereformeerde woord – tekortschieten. Ik weet zeker dat er tig gereformeerden zijn die nog nooit voor hun geloof zijn uitgekomen!

Dat heeft tal van redenen, denk ik. Maar in ieder geval heeft het geen zin om het van de kansel af te preken dat we missionair moeten zijn.

Ik denk dat het goed is om christenen te vragen of Jezus Christus hen bezielt. Ook ben ik benieuwd of we helemaal doorhebben hoe groots dat is. En de laatste vraag: ben je bereid om er voor uit te komen als het je recht in je gezicht gevraagd wordt?

1 Petrus 3, 14b-15 Wees daarom niet bang voor de mensen en laat u door niets in verwarring brengen; erken Christus als Heer en eer hem met heel uw hart. Vraagt iemand u waarop de hoop die in u leeft gebaseerd is, wees dan steeds bereid om u te verantwoorden.

Petrus schrijft aan mensen die nog niet zo heel lang christen zijn. Opeens is hun levensstijl 180 graden gedraaid. En dat is hun medemensen opgevallen. Ze gaan opeens niet meer naar de tempels van afgoden, ze doen niet meer mee met de dubieuze spelletjes die daarbij horen – ze zijn anders.

En dat valt die mensen op. En ze vragen het de nieuwe christenen: “Hoe komt het dat je je opeens zo anders gedraagt?” En dan zegt Petrus: “Wees bereid om je te verantwoorden.” Oftewel: zeg niet: “Nou, ik moest naar de verjaardag van mijn schoonmoeder.” Of: “Sorry, maar vanavond had ik hoofdpijn.” Kom op, vertel wie je Heer is. Draai er niet om heen.

1 Petrus 3, 15 is dus geen missionaire tekst die je vraagt om erop uit te trekken. Petrus vraagt hier of je bereid bent voor je Heer uit te komen.

Nou, ik doe dat graag. Gisteren nog (daar vertel ik morgen over). Want ik heb zoveel hoop in me. En ik kom er steeds meer achter dat mijn medemensen naar die hoop snakken. Ik kom de schaamte dan ook steeds meer voorbij. Sterker nog, ik besef dat ik 5-0 voor sta op mijn medemens.

Oké, allemaal meedoen!

Vorige week heb ik een nieuwe quiz gemaakt. Deze keer gaat-ie over Jezus. Het zijn wederom 30 vragen.

Gisteren is die door 24 catechisanten gemaakt. Dat ging niet slecht, al vonden ze hem moeilijker dan de Kerstquiz. De tussenstand staat hieronder.
Je hebt tot 1 januari 2008 de tijd om ‘m te maken, d.w.z.: tot die datum kijk ik de antwoorden na.

Jezusquiz 2007 zonder antwoorden_01.pdf

Succes!

DE EINDSTAND

1. Jan van Woerkom (24)
2. Margreet Heek (23)
3. Gertjan Haandrikman (21)
4. Arjen Vreugdenhil (20)
4. Gerard Heek (20)
4. Gerrit Post (20)
7. Margien Bakker (19)
7. Fam. Veldhuizen (19)
9. Christiaan Heek (18)
10. Anne de Haan (17)
11. Jolanda Heek (13)

‘t Is rond hoor. Om en nabij 1 februari 2008 verhuizen we naar de Dorpsstraat in Bunschoten.

Gisteren zijn we wezen kijken. Vergeleken met wat we nu hebben, stapten we een paleis binnen. Een ruimere woonkamer, mooie keuken, bijkeuken, fatsoenlijke hal, drie slaapkamers, rommelzolder, prima badkamer, ruim toilet beneden, veel kastruimte, mooie voordeur.

En dat alles bij elkaar voor minder geld dan we nu betalen (als we de subsidie krijgen).

Margreet en ik hebben er zin in, al hebben we allebei een dubbel gevoel bij het gegeven weer naar ons geboortedorp te moeten terugkeren. We hopen natuurlijk wel op een bijzondere overbruggingsperiode.

Aan mijn broers en zwagers: we hebben in de laatste week van januari wat mankracht voor de verhuizing nodig. Zou je ons t.z.t. willen helpen? Ik denk dat het in een zaterdagmorgen gebeurd kan zijn.