“Can you tell me from which track the train will leave?” vroeg hij. Ik antwoordde met een lach dat er maar één spoor vanuit Kampen naar Zwolle leidt. Hij stond dus goed en we raakten aan de praat. Helemaal tot aan Amersfoort, want hij moest naar Amsterdam.
Hij was een echte Amerikaan. Te dik, sigaar in de mond en een fototoestel om z’n nek. Hij vertelde wat hij hier kwam doen (naar ‘De Olifant’ om sigaren te kopen en foto’s van Kampen maken; zijn hobby) en hij vroeg mij wat ik deed. “Theology”, zei ik en ik zag hem verrast reageren. (Dat is het voordeel van deze studie; mensen vragen vaak meteen wat dat inhoudt.)
Ik vroeg hem of hij religieus was en hij antwoordde dat hij christelijk was opgevoed, maar daarin zeer vrij werd gelaten door z’n ouders. Ook vertelde hij dat hij veel vragen over God had.
Dat vind ik natuurlijk interessant en ik vroeg hem welke vragen hij had. Een van de vragen die hij had luidde ongeveer zo: “I do not understand why God lived with just óne nation: Israël. What about all the other nations?”
Toen mocht ik vertellen. Gewoon bijbelse geschiedenis (Babel, Israël, Jezus én Pinksteren!). En hij luisterde geboeid. “God didn’t forget that ancient people, he lét them live without him (Romans 1). Till Pentacost.”
God is niet bij Israël gebleven, maar heeft zijn bevrijdend evangelie Amerika en Nederland laten bereiken. Zo kon ik ook richting David Jonathan Zoellner – want zo heette deze naamgenoot – persoonlijk worden.
Maar hij had er al snel genoeg van en vluchtte van het onderwerp weg: “I don’t like to talk about religion, because there are too many of them.” Toen liet ik het onderwerp rusten – want ik ga net als mijn Heer niet pushen – en praatten we de rest van onze leuke reis over little cows and calfs.