Archief van januari, 2008

In verband met de verhuizing – we zijn vanaf vandaag trouwens weer officieel inwoner van Bunschoten – zal het deze week rustig zijn op dit weblog.

Vanaf volgende week meld ik me weer.

[UPDATE, 2 februari 2008]

We zijn verhuisd. Er kan weer geleefd en dus ook geschreven worden!

Vroeger wilde ik op een goede dag keeper worden. Nu ben ik het al jaren in de zaal, maar ik wilde als jochie van 6 á 7 jaar op doel.

Mijn beide ouders raadden het mij af. Overigens om totaal verschillende redenen. Mijn vader is vroeger zelf keeper bij IJsselmeervogels geweest en herinnert zich vooral die eindeloze wedstrijden die je met 11-0 won en waarin jij als keeper niets te doen kreeg.
Dat is inderdaad geen moer aan.

Mijn moeder had bedenkingen van een andere soort. Zij voorzag een torenhoge berg wasgoed die je als keeper toch – meer dan als veldspeler – veroorzaakt.

Dus ik ben vooralsnog geen veldkeeper geworden. Maar soms verlang ik ernaar. Want dan zie ik mezelf de beslissende strafschop in een penaltyserie stoppen. En ik ransel de moeilijkste ballen uit de verre hoek.

Én ik zou een showkeeper willen zijn. Lekker overdreven duiken en dan doorrollen.

Klik op onderstaande link en schuif het filmpje door naar 1:40. Ongelooflijk, wát een keeper! Ik moet steeds lachen als ik het zie.

http://cosmos.bcst.yahoo.com/up/player/popup/?rn=1929371&ch=2365644&cl=6045470&src=ukeurosport”

Gistermorgen stond mijn naam in ons kerkblaadje. De kerkenraad maakte aan de gemeente bekend dat David Heek voor mag gaan in de leesdiensten van de gemeente van Amersfoort-Hoogland.

Ik ben er maar wat blij mee. En ik mag al snel: 10 februari.

Ik heb me vooralsnog voorgenomen om te preken over bijbelgedeeltes die mijn afstudeerproject aangaan. Voordeel daarvan is dat ik al wat exegetisch werk achter de rug heb én dat ik mijn eigen gemeente mag helpen te ontdekken wat voor boodschap wij, christenen, in huis hebben.

Ik mag dus volop reclame maken. Hopend bid ik dat God me helpt om zijn boodschap bij mensen en mezelf te laten beklijven.

DATA WAAROP IK MAG VOORGAAN – sub conditione Jacobea

10 februari, ’s morgens om 10.45 uur
24 februari, ’s middags om 17.00 uur
13 april, ’s morgens om 10.45 uur
27 april, ’s morgens om 10.45 uur
25 mei, ’s morgens om 8.45 uur
20 juli, ’s morgens om 8. 45 uur
27 juli, ’s morgens om 9.30 uur
3 augustus, ’s middags om 17.00 uur
10 augustus, ’s morgens om 9.30 uur
7 september, ’s morgens om 10.45 uur

Gisteravond zat ik met wat geestelijke broers en zussen in een huiskamer. Dat doen we vaker op een avondmaalszondag.

Het was gezellig en bij tijd en wijlen had het gesprek een mooi, geestelijk niveau (daar hou ik van). Een oudere broer sprak me opeens belangstellend aan: “David, ik wilde het je altijd al vragen, maar jij bent de enige in onze gemeente die tijdens het avondmaal het brood wil ontvangen. Waarom doe je dat?”

Wij kennen in onze gemeente een lopend avondmaal, zoals katholieken dat al eeuwen doen. Je loopt naar voren en je pakt een stukje brood uit de schaal die de predikant vasthoudt. Vervolgens loop je door en neem je een slok wijn.

Maar ik pak het brood zelden of nooit zelf van de schaal. Ik houd mijn hand open en wil het brood krijgen. Ik heb deze wijze overgenomen van een medestudent.

Ik ben namelijk gek op het geheim, dat het avondmaal voor mij is. Ik mag Jezus ontvangen. Met lege handen komen en hem – en daarmee alles wat hij aan mij belooft – ontvangen.
Ik mag concreet beleven wat genade is: God Geeft Graag Gratis Goede Gaven. Hij geeft zichzelf. Zelfs aan mij.

En dus blijf ik – net als Jezus – voor altijd leven (Johannes 6).

Johannes 6, 50 [Jezus zegt over zichzelf:] Maar dit is het brood dat uit de hemel is neergedaald; wie dit eet sterft niet.

Christenen van gereformeerde snit hebben het er vaak over. Misschien iets te vaak, maar goed.
Ook vandaag, toen ik aan het avondmaal mocht gaan. Jezus heeft altijd iets te maken met de zonde van de mens. Maar wat is zonde?

Ik ben in staat, denk ik, er hele verhandelingen over te schrijven en ook wel wat metaforen voor te bedenken. Maar nu even niet. Nu even simpel.

Vanmiddag dacht ik namelijk nog ’s aan Genesis 3, aan Adam. En ineens viel het me op dat Adam ervaart dat er iets niet in de haak is. Hij wéét dat hij iets heeft gedaan waar zijn God niet achter staat. Sterker nog, God heeft hem ervoor gewaarschuwd.

Maar hij erváárt plotseling ook dat hij gezondigd heeft. Hij ziet namelijk dat hij naakt is, en hij voelt dat hij zich hiervoor schaamt. Gevoelens die ik al normaal vindt, waren toen voor het eerst abnormaal.

Ik leef in een wereld waarin ik me elke dag kleed. We bedekken met z’n allen onze schaamte.
Ik kan het me niet voorstellen, maar dat is dus niet de bedoeling van God (geweest). Schaamte en ervaring van naaktheid, het is het gevolg van een desastreuze scheiding tussen God en mens. En ik ervaar het vaak als ik die scheidingsmuur tussen God en mij optrek.

Genesis 3, 8-10 Toen de mens en zijn vrouw God, de HEER, in de koelte van de avondwind door de tuin hoorden wandelen, verborgen zij zich voor hem tussen de bomen. Maar God, de HEER, riep de mens: ‘Waar ben je?’ Hij antwoordde: ‘Ik hoorde u in de tuin en werd bang omdat ik naakt ben; daarom verborg ik me.’

Wat is het dan trouwens geweldig dat God Adam en Eva kleedt. Hij gebruikt zijn schepping als kledingwinkel. Ik kan niet anders concluderen dan dat God zo laat zien dat hij onze schaamte aanvoelt. En daarin is hij nog verder gegaan. Zijn Zoon kwam zelf naakt op aarde (Kerst) en stierf (half)naakt aan een kruis (Goede Vrijdag).

Jezus ervoer de wereld-in-zonde zelf. Om vervolgens ook de uitkomst uit deze wereld en uitzicht op een nieuwe wereld te bieden.

Ruim een week geleden zat Arie Boomsma in De Wereld Draait Door zijn nieuwe programma 40 dagen zonder seks te promoten. En dat deed hij aardig, vond ik. Al mocht het van mij indringender, gedurfder.

Tegenover Arie zat de tafelgast van Matthijs van Nieuwkerk: Frank Lammers.
Toen Arie verbaal iets te dichtbij hem kwam zei Frank: “Ja, zo is het genoeg, je hoeft me niet te bekeren, hoor”.

Er bestaat, denk ik, vaak een soort angst bij mensen als het christelijk evangelie op hen afkomt. Ik denk dat veel Nederlanders bang zijn om in het contact met christenen ‘betutteld’ te worden of op hun kop te krijgen. Want, zo vermoed ik dat gedacht wordt, ze deugen volgens de christelijke maatstaf natuurlijk voor geen meter.

In de wereldgeschiedenis (Genesis 3) gebeurt dit ook al snel. Als de eerste mensen gezondigd hebben, komt God hen opzoeken. En wat gebeurt er? De mens is bang. Om op z’n lazer te krijgen. Om ontmaskerd te worden. Want hij schaamde zich opeens voor z’n naaktheid. Een gevoel dat hij totdantoe niet kende. En dan komt die te goede God op hem af. Wegwezen, héél snel!

Maar wat Adam (en Eva natuurlijk niet te vergeten) en veel andere mensen vergeten is dat die te goede God wel kómt. Hij zoekt op. Hij houdt de relatie maar wat graag in stand.
Natuurlijk roept hij de mensen ter verantwoording (dat is al zending: “Mens, waar ben je?”!), maar wat moet de schepper die van zijn mensen houdt anders?

God zoekt de vertwijfelde mens al van het begin op. En zijn Zoon Jezus is er het levende bewijs van. Het is de boodschap van Kerst in januari. “Mens, ik ben er voor je. Waar ben je? Vertel het me en ik bevrijd je van je schaamte en van je angst voor mij.”

Als het evangelie van God je wordt verkondigd moet je weten dat de goede God op je af komt. De goede God, die – ondanks jou – met je leven wil. Waarom zou je je nog verstoppen?

Genesis 3, 8-10 Toen de mens en zijn vrouw God, de HEER, in de koelte van de avondwind door de tuin hoorden wandelen, verborgen zij zich voor hem tussen de bomen. Maar God, de HEER, riep de mens: ‘Waar ben je?’ Hij antwoordde: ‘Ik hoorde u in de tuin en werd bang omdat ik naakt ben; daarom verborg ik me.’

Veel mensen vragen mij naar de voortgang van m’n studie. Dat doen ze allemaal met de beste bedoelingen, maar het meest benieuwd zijn ze eigenlijk of ik wel of niet predikant wil worden. Zeg ik dan ‘Nee’ of ‘Dat weet ik nog niet’ dan komt het geregeld voor dat mensen het predikantschap gaan verdedigen. “Je kunt ook léren van ouderen, hoor” of: “Je maakt natuurlijk wel van alles mee” of: ‘Je mag je toch bezighouden met de elementaire dingen des levens”.

Maar misschien zijn er ook mensen die echt benieuwd zijn naar m’n studie. Daar wil ik nu iets over bloggen.

De beste verdediging is nog altijd aanvallen. Je kunt beter oorlog maken dan ‘m ondergaan. Dat is ook een van de visies op zending, waarop ik afstudeer. Wij moeten durven aanvallen. Zoals Paulus met het evangelie in de aanval ging.

Dit wordt tegenwoordig fel bekritiseerd omdat het nogal agressief overkomt. In een wereld waarin ‘iedereen zijn eigen waarheid heeft’ moet ik natuurlijk niet aankomen met de waarheid die Jezus Christus heet. En die Heer claimt dat mensen moeten beseffen dat ze zonder de God van Jezus Christus geen leven hebben.

Maar ook onder christenen zelf is veel kritiek op deze methode. Ze vinden dat je niet zo snel met het oordeel of het eindgericht aan moet komen zetten.

En laat ik daar nu op afstuderen. Ik bestudeer het oordeelsmotief in het Nieuwe Testament en wil onderzoeken hoe dit motief een plek krijgt in de benadering van de niet-christenen.

Hoe spreekt Jezus over het laatste oordeel (in ieder geval het vaakst van iedereen in de bijbel) en hoe gaat Paulus ermee om in zijn toespraken?

In ieder geval staat vast dat je in een gesprek nooit begint met het oordeel. Het gaat om het leren kennen van God die je schepper is en je dus accepteert en dan tegelijk ook anders en heilig wil maken. Ook moet je weten wie Jezus is en wat voor beslissende rol hij gespeeld heeft en gaat spelen (het oordeel uitspreken).
Ook gaat het om het mooie perspectief dat christenen hebben, namelijk eeuwig te mogen leven met God in een nieuw rijk vol vrede en geluk.

Maar het oordeel mag niet vergeten worden, want deze aarde ligt nog wel onder de vloek van God (zie het journaal van vanavond). En op dat oordeel loopt de wereldgeschiedenis wel uit.
Het is de vraag of het laatste oordeel voor de mens het laatste woord is dat hij hoort óf het begin van een leven dichtbij God. En die keuze moet toch echt in dit leven gemaakt worden. En dat kan, want midden in deze vervloekte wereld stond ooit wel een kruis. Met de Zoon van God eraan vastgespijkerd. Die vloek op de mensheid te dragen.

Dat is de spanning die bij de zending hoort. Iedereen moet die God leren kennen. Op een goede, geestelijke manier. Tactisch en liefdevol aanvallen.

Als ik iets al heb geleerd dan is het wel dat ik het verrot moeilijk vindt om te beseffen dat ik geliefd ben. En dan bedoel ik dat ik deze kennis helemaal tot me laat doordringen. Veel houdt me daar in tegen.

Want ik weet echt wel goed dat God van me houdt. Het wordt me geregeld gezegd, het wordt door iedereen geaccepteerd, het staat in de bijbel. Maar het heeft niet altijd de gevolgen die daar bij passen.

Want als God van me houdt, hoe kan het dan zijn dat ik het vaak belangrijk vind hoe ik bij mensen overkom? Of: waarom vind ik het vaak belangrijk om veel belevenissen van anderen te snel op mezelf te betrekken? En waarom vind ik waardering vaak zo belangrijk? Waarom spreek ik zo graag over mijn gewéldige bijbelse vondsten?

Dat heeft te maken met mijn gebrek aan besef van Gods liefde die eeuwig is. Voordat ik geboren werd, voordat mijn ouders en mijn vrienden van me hielden, had God mij eerst lief. Dat betekent dus dat ik vandaaruit mag leven – wat mijn medemens ook van me vindt. Of wat ik ook presteer (of niet).

Jezus had 40 dagen niets gegeten. Hij werd verzocht door de duivel. Maar hij bezweek niet. En dat had maar één reden. Hij had net gehoord dat hij geliefd was. Tsjonge, wat geeft dat een kracht.

Matteus 3, 16 – 4,1 Zodra Jezus gedoopt was en uit het water omhoogkwam, opende de hemel zich voor hem en zag hij hoe de Geest van God als een duif op hem neerdaalde. En uit de hemel klonk een stem: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde.’
Daarna werd Jezus door de Geest meegevoerd naar de woestijn om door de duivel op de proef gesteld te worden.

Ik ken soortgelijke woestijnervaringen. Deze kennis helpt me er doorheen te komen. Elke andere kennis verdort daar onmiddellijk.