Ruim een week geleden zat Arie Boomsma in De Wereld Draait Door zijn nieuwe programma 40 dagen zonder seks te promoten. En dat deed hij aardig, vond ik. Al mocht het van mij indringender, gedurfder.
Tegenover Arie zat de tafelgast van Matthijs van Nieuwkerk: Frank Lammers.
Toen Arie verbaal iets te dichtbij hem kwam zei Frank: “Ja, zo is het genoeg, je hoeft me niet te bekeren, hoor”.
Er bestaat, denk ik, vaak een soort angst bij mensen als het christelijk evangelie op hen afkomt. Ik denk dat veel Nederlanders bang zijn om in het contact met christenen ‘betutteld’ te worden of op hun kop te krijgen. Want, zo vermoed ik dat gedacht wordt, ze deugen volgens de christelijke maatstaf natuurlijk voor geen meter.
In de wereldgeschiedenis (Genesis 3) gebeurt dit ook al snel. Als de eerste mensen gezondigd hebben, komt God hen opzoeken. En wat gebeurt er? De mens is bang. Om op z’n lazer te krijgen. Om ontmaskerd te worden. Want hij schaamde zich opeens voor z’n naaktheid. Een gevoel dat hij totdantoe niet kende. En dan komt die te goede God op hem af. Wegwezen, héél snel!
Maar wat Adam (en Eva natuurlijk niet te vergeten) en veel andere mensen vergeten is dat die te goede God wel kómt. Hij zoekt op. Hij houdt de relatie maar wat graag in stand.
Natuurlijk roept hij de mensen ter verantwoording (dat is al zending: “Mens, waar ben je?”!), maar wat moet de schepper die van zijn mensen houdt anders?
God zoekt de vertwijfelde mens al van het begin op. En zijn Zoon Jezus is er het levende bewijs van. Het is de boodschap van Kerst in januari. “Mens, ik ben er voor je. Waar ben je? Vertel het me en ik bevrijd je van je schaamte en van je angst voor mij.”
Als het evangelie van God je wordt verkondigd moet je weten dat de goede God op je af komt. De goede God, die – ondanks jou – met je leven wil. Waarom zou je je nog verstoppen?
Genesis 3, 8-10 Toen de mens en zijn vrouw God, de HEER, in de koelte van de avondwind door de tuin hoorden wandelen, verborgen zij zich voor hem tussen de bomen. Maar God, de HEER, riep de mens: ‘Waar ben je?’ Hij antwoordde: ‘Ik hoorde u in de tuin en werd bang omdat ik naakt ben; daarom verborg ik me.’