Dood is dood, of niet dan? Je zou het wel zeggen natuurlijk. Ik heb in mijn leven niet vaak een dood mens gezien, maar de keren dat ik het zag, zag ik gewoon een lijk. Een levenloos wezen.
De Vader van Jezus Christus leert me een totaal andere – en een absurde (!) – visie op de dood. Wij zien van onze kant een lijk, God ziet van zijn kant iemand die slaapt.
Lees wat zijn Zoon Jezus ooit tegen iemand gezegd heeft.
Matteus 9, 18-26 Jezus was nog niet uitgesproken of er kwam een leider van de synagoge naar hen toe die voor Jezus neerviel en zei: ‘Mijn dochter is zojuist gestorven. Kom alstublieft en leg haar de hand op, dan zal ze weer leven.’ Jezus stond op en volgde hem met zijn leerlingen. [...] Toen Jezus bij het huis van de leider van de synagoge aankwam en er de fluitspelers en de luid weeklagende menigte zag, zei hij: ‘Ga naar huis, het meisje is immers niet gestorven, ze slaapt.’ Men lachte smalend. 25 Nadat iedereen was weggestuurd, ging hij naar binnen. Hij pakte het meisje bij de hand, en ze stond op. 26 Het verhaal hierover verspreidde zich in de hele omgeving.
Natuurlijk sliep dat meisje niet; haar vader was niet gek! Jezus zégt dat het meisje slaapt. Jezus presenteert zijn eigen visie op de dood. Bij hem stelt het blijkbaar geen aap voor. Het klinkt zo luchtig.
En hij pakt het meisje bij de hand alsof hij haar gewoon wakker maakt. ‘t Is daarom ook niet gek dat dit hét verhaal van de week was.
Maar niet alleen in deze geschiedenis wordt deze bijbelse visie op de dood getekend. Ook Jezus’ eigen dood wordt met de slaap vergeleken.
Christenen zeggen vaak dat Jezus uit de dood is opgestaan. Dat is niet onwaar, maar klinkt nogal theologisch en vaag.
Daarom is het goed om het eens letterlijk te nemen. Jezus is uit de dood opgewekt. Wakker gemaakt. Uit z’n slaap. Door z’n Vader.
Het Grieks laat dit duidelijk zien. Voor ‘opwekken’ wordt een woord gebruikt dat ook gebruikt wordt voor iemand wakker makken.
Met Pasen heeft God ‘gewoon’ zijn wekker af laten gaan. “Jezus, je moet wakker worden!” En hij werd het.
Veel preken die na Pasen volgen gaan over drie mannen, namelijk over Jezus en de twee mensen die op weg naar huis zijn. Naar Emmaüs, een plaatsje dat ongeveer 12 kilometer (60 stadiën) van Jeruzalem lag.
Je zou kunnen zegen dat we sinds het jaar 33 tot aan de dag van de komst van Gods koninkrijk in een soort intermezzo leven. En die tussentijd is begonnen met een wijnbeker en zal ooit worden geëindigd met een wijnbeker.
Gisteren lazen we op catechisatie een spannend gesprek tussen Jezus en iemand uit zijn publiek. Als een man in