Gisteren was ik met mijn afstudeerbegeleider, Kees Haak, bij een boekpresentatie in de Universiteit van Utrecht. Het eerste exemplaar werd uitgereikt aan minister Ernst Hirsch Ballin. Heb ik die ook ’s in levende lijve gezien. Leuke, vriendelijke man met hart voor Nederland.

De reden van onze aanwezigheid daar was de titel en de inhoud van het boek: “Christendom en de wereldreligies – dialoog en confrontatie”.

Ik luisterde naar twee lezingen, waarvan er één (van de hand van Harm Goris) nog behoorlijk dichtbij gereformeerd gedachtegoed kwam. Al vond hij helaas dat de bijbelse Christus nog niet per se de totale openbaring van God personifieerde. “Christus is de hele God, maar niet totaal.” In het Latijn: Christus totus Deus est, sed non totaliter!
Dat betekent volgens hem dat waarheden uit andere religies prima aan Gods openbaring vast te plakken zijn.
Hij vergeleek het met een schilderij van Rembrandt. Je ziet een heel schilderij, maar de diepte ervan kan vaak nog dieper zijn dan je denkt en ziet. Zo is het ook met Christus. Christus is de hele openbaring van God, maar die openbaring gaat ook nog dieper dan de bijbelse openbaring (te zien in de andere godsdiensten dus). Beetje jammer…

Ik vond de rest echt gezever in de ruimte. Vooral na de pauze.

Want het boek heeft het over de dialoog. Dat betekent dat alle religies met elkaar in gesprek moeten gaan, elkaar respecterend. Maar veel verder dan dat kwam het niet. Het gesprek werd politiek geladen en kwam in de sfeer van de wereldvrede en gerechtigheid te staan. Daar ben ik niet tegen, maar als dat daar bij blijft in gesprekken over elkaars religie is alle spanning eruit. Dan is God eruit verdwenen en blijft er een soort zoetig en lievig socio-gesprek over, waarin er veel te snel wordt geconcludeerd dat alle religies en godsdiensten ten diepste hetzelfde zijn en – als je je best ervoor doet – op een of andere manier prima met elkaar te combineren zijn.

De interreligieuze dialoog wordt dus vooral horizontaal gevoerd. Maar religies, denk ik dan, hebben van zichzelf ook een verticale dimensie. Het gaat over God, over Allah, over de eeuwige rust, over reïncarnatie, enzovoort enzovoort. Dat kun je niet zomaar overslaan en wegredeneren in het belang van de wereldvrede.

Het boek heeft het ook over ‘confrontatie’. Maar mogen de religies elkaar van deze mensen echt confronteren? vroeg ik me steeds vaker af.
Kijk, dat we elkaar moeten respecteren vind ik gewoon een open deur. En geweld is echt grensoverschrijdend.

Toen deze vraag gesteld werd zei iemand uit de zaal cynisch: “Nee, we moeten niet terug naar de godsdienstoorlogen…!” Haak protesteerde op deze uitspraak. Alsof confrontatie tussen God en Allah per definitie oorlog betekent. Daar kan het wel op uitlopen, ja, maar dat ligt niet aan de confrontatie an sich.

Iemand kwam aan het eind van dit congres naar Haak toe en zei: “Je had helemaal gelijk en eerlijk gezegd mis ik de inhoudelijke confrontatie steeds meer. Ik word doodmoe van die eindeloze interreligiueze dialoog. Het zou weer ergens over moeten gaan…!”

Reageer