Gisteren lazen we op catechisatie een spannend gesprek tussen Jezus en iemand uit zijn publiek. Als een man in Lucas 13, 22-30 aan Jezus vraagt of er weinigen worden gered van het oordeel, weigert Jezus een theoretische discussie te voeren over de verkiezing.
Jezus wordt persoonlijk en roept de vraagsteller op om zelf alle moeite te doen om door de smalle deur het koninkrijk van God binnen te gaan.
Daarop tekende ik een plaatje van Nederland op het bord met aan de grens een toegangsdeurtje. Jezus is dat toegangsdeurtje – de smalle deur – maar deze man had dat niet door. Als geboren Jood en ‘zoon’ van aartsvader Abraham dacht hij dat hij vanzelfsprekend recht had op het koninkrijk van God.
Jezus waarschuwt hem echter dat er veel Joden zullen zijn die ooit Abraham, Isaäk en Jakob in Gods koninkrijk zullen zien terwijl ze zélf zullen worden buitengesloten. Bovendien zullen er véél volken wel in Gods koninkrijk worden toegelaten omdat velen zullen erkennen alleen via Jezus bij God te kunnen komen. Jezus geeft dus, al is het laat (in vers 29 pas), wel een antwoord op de vraag. Maar de vraagsteller moet ondertussen wel door Jezus van slag geraakt zijn!
Buiten ‘Nederland’ zullen arrogante Joden maar bijvoorbeeld ook hoogmoedige gereformeerd-vrijgemaakten die denken er wel te komen (”Maar Heer, ik ben toch gedoopt?” Of”: “Maar Heer, ik ben toch altijd trouw naar de kerk geweest?”) jammeren en knarsetanden. Dat is het vooruitzicht van het land waar Jezus, de koning, niet is. En dus de hel.
Tenzij ze zich bekeren tot de smalle deur Jezus. Want dat kan nog altijd. Elke dag die je hier op aarde leeft. Jezus geeft de man dan ook geen draai om de oren, hij biedt hem de juiste blikrichting aan. Zet ‘m op het goede spoor; op de smalle weg naar de smalle deur. En dat confronteert.
Daarop liep ik weer naar het bord en vroeg aan de catechisanten: “Als Nederland nu even het koninkrijk van God voorstelt, waar is dan de hel? Waarop iemand uit de groep antwoordde: “Doe België maar!” Ik vroeg, terwijl ik België uittekende, naar de reden van zijn keuze. “Nou”, antwoordde hij, “daar wonen toch de rode duivels?”
Oordeel en humor. Zelfs dat kan samengaan!
1/ wat had je dan als antwoord willen hebben? Misschien begrijp ik de vraag niet. Dacht je dan misschien aan alle landen buiten Nederland? Of oet ik aan het luchtruim denken?
2/ Inderdaad, ernst en humor. Hopenlijk was die combinatie er ook bij de catechisanten.
3/ en zeker bij David.
bye, Kees