Leven uit genade is moeilijk. Vooral als je al jaren christen bent. Of al decennia lang naar de kerk gaat.

Ik merk het bij evangelischen die God in hun broekzak lijken te stoppen en stellig over hem en zijn nabijheid spreken.
Ik merk het bij gereformeerden die God vereenzelvigen met hun eigen trouw aan de kerk en een bepaalde, dwangmatige gedragscode.
Ik merk het bij mezelf als ik meen niet (meer) te hoeven bidden.

Leven uit Gods genade is moeilijk.

Dat leer ik uit Lucas 4 wanneer Jezus zijn eigen kerk in zijn geboortedorp bezoekt. Zijn dorp is razend enthousiast. Hun ‘man’ komt. Hij gaat zijn wonderen ook bij hen doen. Dat wordt genieten.

Maar Jezus komt van God. En dan spreekt-ie zulke harde woorden:

Lucas 4, 25-27 Maar ik zeg het jullie zoals het is: in de tijd van Elia, toen de hemel drie jaar en zes maanden lang gesloten bleef en er in het land een grote hongersnood uitbrak, waren er veel weduwen in Israël. Toch werd Elia niet naar een van hen gezonden, maar naar een weduwe in Sarepta bij Sidon. En in de tijd van de profeet Elisa waren er veel mensen in Israël die leden aan huidvraat. Toch werd niemand van hen gereinigd, maar wel de Syriër Naäman.

Niemand heeft recht op God, omdat God ook zomaar kan besluiten zijn genade buiten zijn volk te laten zien. Sidon ligt buiten Israël. En Syrië natuurlijk ook.

Als Jezus dit gezegd heeft wordt het volk weer razend. Maar dan van woede. Ze willen hun ‘man’ per direct uit de weg ruimen.

Weet je wat ik denk? Dat leven uit genade niet moeilijk is.
Het is onmogelijk!

Behalve als God het mogelijk maakt.
Ik ga maar bidden, denk ik.

Reageer