Archief van mei, 2008

Volgende week zondag, 8 juni, mogen wij Joram laten dopen. Dat zal in de morgendienst die om 10.45 uur begint, gebeuren.

Onze predikant komt volgende week op bezoek om deze dienst met ons door te nemen. Hij vroeg ons na te denken over de formulieren (we hebben er tegenwoordig drie) en over de liedkeus.

Laat ik het zacht zeggen: ik sta niet helemaal achter het enigszins dwangmatige formuliergebruik in onze kerken. Ik vind het werkelijk totaal onnodig om elke doopdienst weer in geuren en kleuren uit te moeten leggen wat de doop inhoudt.
Ooit werden formulieren ingevoerd om het kerkvolk te helpen. Het wist er (nog) te weinig van, het was niet al te beleerd en te belezen of er werd te lichtzinnig en te oppervlakkig met de doop (en het avondmaal) omgesprongen.

De formulieren ademen vaak de geur van theologische gevechten. In het nieuwste doopformulier wordt bijvoorbeeld de ’strijd’ aangegaan met de evangelische visie op de doop.
Nu vind ik dat niet verkeerd (ook ik heb mijn kritiek op de evangelische visie), maar ik heb geen zin om dat in onze doopdienst te moeten aanhoren. Dus dat formulier willen wij liever niet.

Maar ja, het is wel de kortste. En ik heb ook geen zin in een ellenlang en saai formulier.
Het liefst zou ik zien dat er geen formulier gelezen wordt en dat onze predikant zelf in het kort uitlegt wat de doop inhoudt. Want je moet er natuurlijk wel iets over zeggen.

Sommige predikanten doen dat al, is me verteld. Laatst hoorde ik dat een predikant dit geweldig en goed deed, maar toen wel letterlijk de officiële vragen stelde. Dat was dan weer jammer.
Ik denk dat veel predikanten bang zijn voor negatieve reacties of een bepaalde formulierdwang hebben (”Dat hoort zo.”).

Nog een nadeel aan de formulieren vind ik de gebeden die erin te vinden zijn. Het zijn vaak ellenlange en zeer dogmatisch getinte zinnen. Bidden is spreken tot God. Het lijkt me dan zeer ongepast om op verkapte wijze even de gereformeerde doopleer aan God uit te leggen.
En ik vind het zó saai!

Wat ik gaaf vind is onze liedkeus, want tijdens een lunch kwamen Margreet en ik op een lied dat geweldig bij de naam van onze topper past: Lied 165: Machtig God, sterke rots.

Want daar staan de volgende zinnen in:

- “Lam van God, hoogste Heer.” (Joram = de HEER is verheven = de hoogste Heer)
- “Niemand is als u.” (Michaël = Wie is als God)

En bij een aanbiddingsnaam past natuurlijk een aanbiddingslied. Schitterend!

Het was altijd rond zes uur. Mijn moeder stelde zich onderaan de trap op en liet één woord luid en duidelijk naar boven opstijgen. “Eten!”
Haar zonen zaten namelijk meestal boven. Huiswerk te doen (ahum, alleen ik…) of te computeren.

Natuurlijk kwam het volgende nooit voor: dat we naar beneden kwamen en dat er dan géén eten klaar stond. Dat ma ons voor de gein geroepen had. Om ons in de maling te nemen.

Dat klinkt logisch, maar veel christenen denken dat God dit ‘grapje’ wel uithaalt. Dat hij ons roept, maar als wij dan komen nodigt hij ons tóch niet aan tafel.

Een van de moeilijkste teksten in de Bijbel (of die men moeilijk máákt) is die uit Matteus 22. Jezus vertelt een verhaal over een bruiloft. Een koning nodigt veel mensen die hem dierbaar zijn uit, maar ze weigeren of hebben het te druk. Vervolgens nodigt hij dan maar de zwervers en ander maatschappelijk uitschot uit. Als een van de zwervers dan niet de gepaste kleding aan heeft, wordt die alsnog uit de bruiloftszaal gegooid.

En Jezus eindigt dan met die beruchte zin:

Matteüs 22, 14 “Velen zijn geroepen, maar slechts weinigen uitverkoren.”

God roept. Dat zie je vooral als hij zijn Zoon, Jezus, naar de aarde stuurt. Duidelijker en indringender kan God niet laten zien dat hij dichtbij ons wil zijn. En ons utnodigt om voor altijd met hem te feesten. Vanwege zijn Zoon (22, 2!).

Daarom slaat het ook nergens op wanneer ‘christenen’ zeggen dat God ons roept maar dat dan óók kan blijken dat je toch niet uitverkoren bent.
Ik bedoel: daarom stuurt hij zijn Zoon niet. En het past ook totaal niet bij de God van de Bijbel. Hij houdt nooit een snoepje voor om die vervolgens net voor je neus weg te trekken.

Wat betekent dit dan wel? De sleutel zit ‘m vooral in de woorden ‘velen’ en ‘weinigen’. God roept heel veel mensen (eerst Israël, vervolgens de hele wereld als je de gelijkenis goed begrijpt!), maar wat blijkt: slechts weinigen willen!

Niet omdat ze niet door God uitverkoren zijn, maar omdat ze niet uitverkoren willen zijn (22, 5). Ze laten God, de koning, voor wie hij is. En zijn Zoon kan wat hen betreft ook stikken. Typisch de houding van Israël in de dagen van Jezus!

Dus wat betekent ‘uitverkoren’ hier? Het houdt in dat je werkelijk aan tafel zit. Dat je de koning en de koningszoon accepteert als de enige, echte koninklijke familie.

Ik ben dus duidelijk door God geroepen en ik bereik de status ‘uitverkoren’ als ik de uitnodiging ook aanneem.

PS 1. Neem ik de uitnodiging niet aan, dan heb ik een groot probleem. Dan heb ik de koning tegen me. Hij liet zijn Zoon wel om mij sterven!
In de feestzaal brandt het licht en wordt gefeest, daarbuiten is het dodelijk donker.

PS 2. Dat Gods bruiloft wel gratis is, maar niet goedkoop en oppervlakkig blijkt uit het stuk met de zwerver. We zijn bij de koning, niet op een verjaardag!

PS 3. Te vaak wordt deze tekst te dogmatisch opgepakt en dus in het kader van de uitverkiezing gezet. Dan krijg je de meest vreemde gedachtekronkels en onterechte bangmakerij die geen recht doen aan wat Jezus hier zegt.

Hiernaast staat de hoogste toren van de wereld op dit moment. Hij staat in Dubai, een stad in de Verenigde Arabische Emiraten. Hij draagt de naam ‘Burj Dubai’. ‘De Toren van Dubai’ betekent dat.
Hij is 629 meter hoog en ze zijn van plan om hem nog te verhogen naar minimaal 750 meter.

Het verbaast me dat de mens niet verandert. Want eeuwen geleden deden we het ook al. Toen bouwden we de toren van Babel (niet heel ver van Dubai af). En God vond er het zijne van.

Ik heb er een preek over geschreven die ik vanmorgen heb mogen uitspreken. De bijbelgedeeltes die erbij horen zijn Genesis 11, 1-9 en Handelingen 2, 5-13.

Lees ‘m hieronder en kom gerust met je vragen en opmerkingen!

Genesis 11, 1-9.pdf

Nog even (deze week wellicht) en dan zal deze site een nieuwe look krijgen. Moderner en flitsender. M’n broertje is er hard mee bezig en is in de eindfase aanbeland.
De gevolgen voor de inhoud zullen minder spectaculair zijn.

Dus schrik niet als je binnenkort op davidium komt.

Aanstaande zondag mag ik weer voorgaan in de Boogkerk in Amersfoort-Nieuwland. De dienst begint – oei oei wie heeft dit verzonnen? – om 8.45 uur.

De preek zal – als het me in deze hectische dagen (en nachten!) lukt – gaan over Genesis 11, 1-9. Over de torenbouw van Babel dus.

Wie het wil mag me adviseren over wat hij of zij in een preek over dit bijbelgedeelte verwacht.
Ik zal dat zeer waarderen.

[Update: probeer als het even kan wat verder te komen dan het maken van de vrij eenvoudige link tussen Babel en Pinksteren ;) Er is meer over te vertellen dan de heilshistorische lijn, lijkt me. Dus even goed de bijbeltekst lezen...]

We zijn nu drie dagen verder in het leven van Joram. Tsjongejonge, wat een belevenis. We moeten het samen echt verwerken en vinden het fijn dat we daar de tijd voor krijgen.

Natuurlijk denk ik over dit alles ook op geestelijke wijze na. En ik moet zeggen: m’n geloof in God is verdiept.

Kijk, ik kan goed begrijpen dat mensen (niet-christenen) de geboorte van hun zoon of dochter niet meteen aan het bestaan van een God koppelen. Dat hun kind door een Schepper gemaakt zou zijn. Daar heb je namelijk geloof en bijbelse kennis voor nodig.
Anders zou iedereen wel in God geloven na de geboorte van een kind.

Aan de andere kant verbaas ik me erover dat mensen gewoon naïef doorleven. Ik zou zeggen: kijk en denk ’s serieus, diep en eerlijk na.
Sommigen zeggen dat ze een kind hebben gemaakt. Dat kan ik nu echt helemaal niet (meer) begrijpen. Ik vind dat getuigen van de grootst mogelijke arrogantie. Ik vind het ook dwaas. Hoezo ‘gemaakt’?
Noem dan één lichaamsdeel dat je gecreëerd hebt, en ik trek m’n woorden terug.

Het bestaan van een Schepper-God is met de geboorte van een kind niet strikt bewezen, maar ik vind het meer voor de hand liggen dan de gedachte dat mensen zelf mensen maken.

Psalm 139, 13-16

U was het die mijn nieren vormde,
die mij weefde in de buik van mijn moeder.
Ik loof u voor het ontzaglijke wonder van mijn bestaan,
wonderbaarlijk is wat u gemaakt hebt.
Ik weet het, tot in het diepst van mijn ziel.

Toen ik in het verborgene gemaakt werd,
kunstig geweven in de schoot van de aarde,
was mijn wezen voor u geen geheim.
Uw ogen zagen mijn vormeloos begin,
alles werd in uw boekrol opgetekend,
aan de dagen van mijn bestaan ontbrak er niet één.

Wat schetste een paar dagen geleden mijn verbazing (naast de geboorte van onze zoon)? Een bijzondere mail.

Een van de GKv-gemeentes in Nederland zoekt een predikant. En ze stuurde me een mail waarin ze me vroegen of ik open stond voor het predikantswerk in hun gemeente. Met profiel en al erbij.

Een eerste beroep zou je kunnen zeggen, terwijl ik niet eens ben afgestudeerd. Mijn naam was genoemd in de commissie die het beroepingswerk in die gemeente – ik noem natuurlijk de (plaats)naam niet – aan het voorbereiden is.

Ik voel(de) me wel gestreeld, maar ik heb bedankt (voor de eer). Ik weet namelijk nog niet of ik na mijn studie predikant word. Ik weet niet eens of ik in ons kerkverband blijf, maar ik denk het wel.

Zo heet-ie! Onze geweldige zoon: Joram Michaël Heek. Geboren in de vroege morgen van 9 mei. Van de ene op de andere dag ben ik ineens papa.

Ik ben zó trots en blij en dankbaar en verwonderd en gelukkig en… .

De HEER is verheven, wie is als hij?

Kom gerust kijken (zeer graag tussen 10 en 12 uur ’s morgens, en 19.30-21.30 uur ’s avonds).