Volgende week zondag, 8 juni, mogen wij Joram laten dopen. Dat zal in de morgendienst die om 10.45 uur begint, gebeuren.
Onze predikant komt volgende week op bezoek om deze dienst met ons door te nemen. Hij vroeg ons na te denken over de formulieren (we hebben er tegenwoordig drie) en over de liedkeus.
Laat ik het zacht zeggen: ik sta niet helemaal achter het enigszins dwangmatige formuliergebruik in onze kerken. Ik vind het werkelijk totaal onnodig om elke doopdienst weer in geuren en kleuren uit te moeten leggen wat de doop inhoudt.
Ooit werden formulieren ingevoerd om het kerkvolk te helpen. Het wist er (nog) te weinig van, het was niet al te beleerd en te belezen of er werd te lichtzinnig en te oppervlakkig met de doop (en het avondmaal) omgesprongen.
De formulieren ademen vaak de geur van theologische gevechten. In het nieuwste doopformulier wordt bijvoorbeeld de ’strijd’ aangegaan met de evangelische visie op de doop.
Nu vind ik dat niet verkeerd (ook ik heb mijn kritiek op de evangelische visie), maar ik heb geen zin om dat in onze doopdienst te moeten aanhoren. Dus dat formulier willen wij liever niet.
Maar ja, het is wel de kortste. En ik heb ook geen zin in een ellenlang en saai formulier.
Het liefst zou ik zien dat er geen formulier gelezen wordt en dat onze predikant zelf in het kort uitlegt wat de doop inhoudt. Want je moet er natuurlijk wel iets over zeggen.
Sommige predikanten doen dat al, is me verteld. Laatst hoorde ik dat een predikant dit geweldig en goed deed, maar toen wel letterlijk de officiële vragen stelde. Dat was dan weer jammer.
Ik denk dat veel predikanten bang zijn voor negatieve reacties of een bepaalde formulierdwang hebben (”Dat hoort zo.”).
Nog een nadeel aan de formulieren vind ik de gebeden die erin te vinden zijn. Het zijn vaak ellenlange en zeer dogmatisch getinte zinnen. Bidden is spreken tot God. Het lijkt me dan zeer ongepast om op verkapte wijze even de gereformeerde doopleer aan God uit te leggen.
En ik vind het zó saai!
Wat ik gaaf vind is onze liedkeus, want tijdens een lunch kwamen Margreet en ik op een lied dat geweldig bij de naam van onze topper past: Lied 165: Machtig God, sterke rots.
Want daar staan de volgende zinnen in:
- “Lam van God, hoogste Heer.” (Joram = de HEER is verheven = de hoogste Heer)
- “Niemand is als u.” (Michaël = Wie is als God)
En bij een aanbiddingsnaam past natuurlijk een aanbiddingslied. Schitterend!
Het was altijd rond zes uur. Mijn moeder stelde zich onderaan de trap op en liet één woord luid en duidelijk naar boven opstijgen. “Eten!”
Hiernaast staat de hoogste toren van de wereld op dit moment. Hij staat in Dubai, een stad in de Verenigde Arabische Emiraten. Hij draagt de naam ‘Burj Dubai’. ‘De Toren van Dubai’ betekent dat.
Wat schetste een paar dagen geleden mijn verbazing (naast de geboorte van onze zoon)? Een bijzondere mail. 
