Archief van juni, 2008

Stel, je gaat met z´n tweeën op vakantie naar Griekenland. Maar omdat jij thuis nog wat werk te doen hebt, laat je je vriend al vast zonder jou gaan. Je spreekt af dat je elkaar een week later op het vliegveld in Athene ontmoet.
Dan weet ik nu al dat ik gerust in het vliegtuig zit. Ik hoef me geen zorgen te maken over de chaos op de Griekse luchthaven, of dat ik misschien zal verdwalen. Want ik word door m’n vriend, die de situatie kent, opgewacht.

Zo zit het met het christelijk geloof ook. Want ik kan me voorstellen dat je er als christen nog wel ’s aan twijfelt. ‘Kom ik wel in de hemel?’ En: ‘Hoe weet ik dat nu zeker?’
Het is trouwens niet alleen een christelijke vraag. Ook moslims kunnen met deze vraag in hun maag zitten. ‘Hoe weet ik zeker dat Allah mij in het paradijs toelaat?’

Christenen hebben een vriend. Zijn naam is Jezus Christus en ze noemen hem ‘het geheim van God’. Want hij is God, maar dan in een menselijk lichaam. We snappen het niet, maar we moeten het wel concluderen op grond van wat hij gedaan en gezegd heeft.

En die Jezus is gedood, maar uit de dood wakker gemaakt. Daarna is hij naar de hemel opgestegen. En dat laatste is nu precies waar het nu om gaat.
Jezus is de eerste volmaakte mens die naar ‘Griekenland’, de hemel, is gegaan. Waarom? Om aan God te laten zien dat het toch mogelijk is om als mens voor hem te bestaan. Jezus is de eerste mens die zich zonder schroom aan God, zijn Vader, presenteerde. En hij werd geaccepteerd.

En laat die Jezus nu gek op mij zijn. En hij mijn vriend zijn. Ik kan er dus vanuit gaan dat hij mij staat op te wachten! En dat hij mij bij zijn Vader brengt – even dromen nu: dichtbij mijn schepper, de eeuwig levende HEER over hemel en aarde! – en dat ik dan door die God totaal geaccepteerd word.
Door en met Jezus heb ik dan geen enkele schroom.

Het geheim samengevat:
Door Jezus ga ik zeker naar God. Niet onzeker.
En door Jezus ga ik zeker weten naar God. Niet op goed geluk.

Alle eer aan hem!

Hebreeën 10, 19-20 Broeders en zusters, dankzij het bloed van Jezus kunnen we zonder schroom binnengaan in het heiligdom, omdat hij voor ons met zijn lichaam een weg naar een nieuw leven gebaand heeft, door het voorhangsel heen.

PS. Ik heb met moslims te doen. De zekerheidsvraag moet namelijk aan hen blijven knagen. Ze weten nooit zeker of Allah hen tot het paradijs zal toelaten; het hangt op je sterfdag van zijn humeur, zijn ‘genade’ af.
Vandaar dat moslims wel naar zichzelf moeten kijken. “Als ik kan zeggen dat ik goed heb geleefd, zal Allah mij wel toelaten.” (Opvallend genoeg denken veel ‘christenen’ ook nog op deze wijze; het zal wel iets typisch menselijks zijn om de hemel zelf te willen verdienen.)
Maar dit gedachtegoed is natuurlijk de omgekeerde wereld, omdat ze Allah op deze manier van zijn troon stoten. Ze spannen Allah zo achter hun (zelf opgesmukte) karretje.

[Met grote dank aan mijn vriend voor het leven, ook vriend in het geloof, die me op deze heerlijk bevrijdende en troostvolle tekst wees. Wanneer gaan wij 's samen op vakantie, Teun?]

Een tijdje geleden had ik het hier over Genesis 6, 1-4. Een van de moeilijkste stukjes van de Bijbel.
En ik dacht: Ik doe ’s gek, en ga er volgende week zondagmorgen gewoon over preken. Nu gaan we natuurlijk niet die hele, overigens zeer boeiende, discussie van toen herhalen.
Maar ik kan de visies op de ‘zonen van (de) god(en)’ wel even clusteren. Er staat het volgende:

Genesis 6, 1-2 Zo kwamen er steeds meer mensen op aarde, en zij kregen dochters. De zonen van de goden zagen hoe mooi de dochters van de mensen waren, en ze kozen uit hen de vrouwen die ze maar wilden.

Dit zijn de drie visies:

1. Een materieel onderscheid. Dat betekent dat de zonen van de goden uit de hemel komen, naar de mensen op aarde. Het verschil zit ‘m in de (bewoners van de) hemel en de aarde. De ‘zonen van (de) God(en)’ zijn dus de hemelbewoners: engelen.
Vooral Job wordt hier als bewijstekst aangehaald, omdat in dat boek driemaal de uitdrukking ‘zonen van God’ voorkomt en er ook driemaal engelen mee worden bedoeld.

2. Een spiritueel onderscheid. Dat houdt in dat met ‘de zonen van de goden’ mensen worden bedoeld die nog in God geloofden (vaak gelinkt aan de geslachtslijst van Genesis 5). De dochters van de mensen daarentegen zijn verworden heidenen die niets meer met God te maken wilden hebben.

3. Een sociaal onderscheid. Deze visie hang ik aan. Dat houdt in dat de mensheid onderverdeeld is in heersers (is een aannemelijke vertaling van ‘elohim’ = god(en), heersers, rechters) en in het normale volk. De heersers profiteren van hun macht door elke vrouw te nemen die zij maar willen.

Waarom hang ik die laatste visie aan?

a. Nergens in de bijbel komt voor dat engelen seks hebben met mensen. Dat gebeurt alleen in de (Griekse) mythologie, wanneer bijvoorbeeld Zeus zin heeft om het bed in te duiken met een sterveling, waardoor er halfgoden verwekt worden.
Het zou overigens wel goed kunnen dat engelen mensen hebben aangezet tot goddeloze daden (vergelijk Judas 1, 6). Zoals ook satan, de eerste gevallen engel, Adam en Eva tot hun eerste zonde aanzette. (Maar hij was niet uit op seks met Eva ofzo.)

b. Als er engelen worden bedoeld met ‘de zonen van de goden’, dan begrijp ik niet dat God in vers 3 de ménsheid straft door hun leeftijd in te korten. Straf dan die goddeloze, oversekste engelen, zou ik zeggen.
Ik snap de straf dan überhaupt niet. Want in Genesis 6 zijn de dochters van de mensen niet de schuldigen, maar de slachtoffers! En God straft nooit slachtoffers.
Hier zou je tegen in kunnen brengen dat de HEER niet straft, maar de mensen juist op een bepaalde manier tegemoetkomt. Hij verkort de leeftijd naar 120 jaar, zodat de (dochters van de) mensen niet honderden jaren lang onder de macht van die ‘zonen van God’ liggen.
Maar ja, dit zou een vrij absurde ‘oplossing’ van de HEER zijn, vind je niet?
Ook zou je misschien kunnen inbrengen dat de dochters van de mensen zich (graag) láten nemen. En op die manier dus óók goddeloos bezig zijn.
Maar de tekst voedt die gedachte niet, lijkt me.

c. Als er engelen worden bedoeld met ‘de zonen van God’, is het op z’n minst vreemd dat niet God (elohim), maar Jahwe de leeftijd beslist in te korten. Waarom zou de schrijver in zo’n kort tijdsbestek eerst ‘elohim’ (God, in vers 2: ‘zonen van God‘) zeggen en dan Jahwe (HEER, in vers 3)?
Anders gezegd: waarom worden de engelen dan niet ‘de zonen van Jahwe’ genoemd?

d. Dat alleen de mensen uit Genesis 5 godvrezende mensen (zonen van God) zouden zijn, en de rest van de wereld dus niet, lijkt me niet houdbaar. Juist als je bedenkt dat alleen Noach genade vond in Gods ogen. Waarschijnlijk waren z’n ouders al goddeloos; ze gingen in ieder geval niet mee de ark in.

Het blijft allemaal exegese, maar ik vind me aardig stevig staan.

Maar omdat preken veel meer is dan een tekstgedeelte uitleggen (ik ga het bovenstaande echt niet allemaal vertellen), richt ik me tot jou, beste lezer.
Mijn vraag aan je is: welke toepassing zou jij maken als je over deze tekst zou preken? Welk evangelie, goede boodschap, zou je de hoorders meegeven?

Toen Joram gedoopt werd, las ik ons doopgetuigenis voor. Eerder schreef ik al dat een paar mensen vielen over de zin dat we Joram op grond van ons geloof hebben gedoopt. Ik gaf toen aan dat gereformeerd-vrijgemaakten vaak wat gereserveerd tegenover een subjectief startpunt staan (Ze pleiten voor: God, en dán de mens. En niet: de mens, en dán God). Dit ‘probleem’ was dus gemakkelijk te verhelpen, ook naar aanleiding van Efeze 2, 8-9.

Nu een ander typisch vrijgemaakt punt. Margreet en ik zouden namelijk de kerkelijke afspraken niet nagekomen zijn. In de gereformeerde kerkorde staat namelijk in Artikel 59:

Gereformeerde Kerkorde, Artikel 59

De predikanten zullen bij de doop van de kinderen en van volwassenen zich houden aan de formulieren die daarvoor zijn vastgesteld.

En een doopgetuigenis is geen formulier, dús overtreding. Onze predikant had het getuigenis op grond van dit artikel moeten verbieden.

Hier gaat het om een gezonde omgang met de gemaakte afspraken. Want als je je met het kerkrecht bezighoudt, moet je dat kunnen. Zoals een scheidsrechter moet kunnen omgaan met de spelregels van het voetbal. Scheidsrechters die star en strak fluiten, maken wedstrijden kapot.
Mensen die de Kerkorde strak en star gebruiken, maken de (sfeer én de orde in de) kerk kapot.

Dat dit artikel in de tijd is opgesteld, heeft natuurlijk alles te maken met het feit dat men wilde voorkomen dat predikanten hun eigen doopsleer aan de gemeente oplegden. Net als nu deden toen verschillende visies de ronde. Daarom sprak men af dat de predikanten zich aan de vastgestelde formulieren moesten houden (al mocht men er in 1679 (!) al delen van weglaten, trouwens).

En die diepere laag moet je vasthouden, als je welk artikel in de Kerkorde dan ook gebruikt. Wat is er de bedoeling van? Waarom zou die opgesteld zijn?

De bedoeling van artikel 59 is niet dat de formulieren zonodig voorgelezen moeten worden (al lijkt dat er formeel wel te staan), maar dat de gereformeerde visie op de doop gewaarborgd blijft.
En bekijk zo ons doopgetuigenis. Komt dat overeen met de inhoud van de formulieren, ook al waren de bewoordingen moderner, eigentijdser?
Zo ja, dan hebben Margreet en ik in de sfeer en in de ruimte van artikel 59 gehandeld. Zo nee, vertel het ons en we maken een rectificatie.

PS 1. Overigens is het niet iedereen gegeven om een doopgetuigenis af te leggen. Je moet het willen en vooral kunnen. Getuigen is een gave die lang niet iedereen heeft. Of je moet getuigen zien als ‘wat over Jezus vertellen’, ja, dat kan iedereen wel. Getuigen in de bijbelse zin van het woord, is wat anders.
Bovendien moet je bereid zijn om het getuigenis aan derden voor te leggen en je te laten kritiseren. Die houding hebben wij ons aangemeten.

PS 2. De reden dat Margreet en ik kozen voor een getuigenis, is dat we het eerste formulier veel te lang en te saai vinden. En persoonlijk vraag ik me af of er een eis aan het verbond verbonden zit. (In het oorspronkelijke doopsformulier staat die eis niet! Ik meen dat het Klaas Schilder was die gemeend heeft deze eis te moeten toevoegen.)
Het tweede formulier vinden we typisch “gereformeerd”, want veel te defensief (tegen de evangelische doopsvisie). Wie gaat zichzelf nu in een eigen dienst verdedigen?
En het derde formulier is werkelijk een samenraapsel van wat aan elkaar geplakte bijbelteksten, waarin geen lijn te bekennen is.

Gisteravond speelde ik met Real Cachondo onze eerste drie wedstrijden op het BFV-toernooi van 2008. We haalden zes punten.

The Blue Brothers – Real Cachondo
We begonnen deze wedstrijd in een te laag tempo. Vooal van achteruit werd er te laat en te zacht (in)gespeeld. Hierdoor kregen de Brothers de eerste grote kans, maar deze mogelijkheid verdween net naast de paal.
Hierna werden we sterker en moest het doelpunt vallen. Na een mooie combinatie tussen Freddy en Frederik mocht laatstgenoemde bij de tweede paal intikken. Even later viel de 0-2. Een prachtcombinatie tussen Lindo en Freddy (Lindo legde de bal blind breed) werd simpel door de kleine spits binnengetikt. De beslissende 3-0 kwam op naam van Lindo die de bal van ver bekeken in het netje krulde.

Real Cachondo – Lucky Bastards
Het publiek stond achter de Bastards, omdat ze in deze wedstrijd duidelijk de mindere waren. Na slordig balverlies (we begonnen andermaal zwak) van Imam, werd David al poortend geklopt. Hierdoor lieten we ons hoofd op hol brengen, terwijl we nog genoeg tijd hadden. Zelfs in een man-meer-situatie renden we als doldwaze stieren rond.
We waren wel veel beter en het was aan de paal en de lat te wijten, dat de gelijkmaker uitbleef. En ook vanaf dichtbij viel het balletje net niet goed. Toen David meeging zag de andere keeper zijn kans schoon. Hij schoot de bal prima van ver in het andere doel. Hierdoor ging deze wedstrijd voor Cachondo verloren en deed onze tegenstander vooral zijn naam eer aan.

Real Cachondo – Alco-United
Verreweg de zwakste broeder totnutoe is Alco-United. De wedstrijd zou nooit spannend zijn. We scoorden al snel en liepen simpel en met best wel leuke doelpuntjes uit naar de grootste zege in de geschiedenis van Real Cachondo: 8-0. Vooral Lindo en Tjeerdjan vielen in deze wedstrijd op door hun productiviteit. Het vizier van Christiaan moet na deze avond nog wat scherper komen te staan (of richt hij zijn pijlen op het scheidsen en wil hij Real Cachondo a la Pieter Vink helemaal niet op de finaleavond zien?).

We weten dus dat we scoren kunnen.
Hopelijk blijven we in het vervolg rustiger als we op een achterstand komen. Want kansen krijgen we toch genoeg.

Als ik die vraag aan een (gereformeerde) kerkganger zou stellen, blijft het denk ik stil.

De wet van God wordt zo goed als elke week in een kerkdienst voorgelezen. Vandaag de dag gebeurt dat vaak (en hopelijk) op allerlei manieren. Als ik voorga probeer ik er altijd wat van te maken door die wet bijvoorbeeld aan het thema van de dienst te koppelen.

Een predikant zei het laatst nog tegen me: “Als ik de eerst zin uitgesproken heb, zie ik de gemeente onderuitzakken. Een paar centimeter, maar het gebeurt.”

We vinden het dus vaak saai. En dat is door die wekelijkse herhaling heel begrijpelijk. En als je dan de vraag gesteld wordt of je Gods wet liefhebt, ja, dan denk je zeer waarschijnlijk als eerste aan de situatie waarin je die wet te horen krijgt: dat saaie moment in de kerkdienst.
En dan wordt het een behoorlijk ongemakkelijke vraag.

Ikzelf ontdek steeds meer wie God is. In de wet, maar ook in de hele thora, de eerste vijf boeken van het Oude Testament, waarin die wet tweemaal staat. En ik krijg hem steeds meer lief.

Het is mijn ideaal (en opdracht) om de gemeente van Jezus Christus ook op dit pad te krijgen.
Dat betekent dat de wet niet in de eerste plaats gebruikt moet worden om onze schuld voor God aan te tonen (door de Heidelberse Catechismus, Zondag 2, gebeurt dit naar mijn mening veel teveel), maar om aan te tonen wie God voor ons is.
Want hij laat zich in de wet zien. En daarin onderscheidt hij zich van elke andere god.
En het gegeven dat de meeste grondwetten bepalingen uit die wet hebben overgenomen (bijvoorbeeld het zesde en achtste gebod), is één groot compliment aan deze God.

Psalm 119, 97-98

Hoe lief heb ik uw wet,
heel de dag is hij in mijn gedachten.
Uw gebod maakt mij wijzer dan mijn vijanden,
ik ben er eeuwig mee verbonden.

De preek van afgelopen zondagmorgen, 22 juni 2008, is hieronder te downloaden. Vragen en opmerkingen zijn welkom.

In mijn stage moest ik ook één keer tweemaal achter elkaar voorgaan. In Zeewolde en Nijkerk.

Vandaag ging ik én voor in Nieuwland én in Hoogland. Dat is pittig, maar als ik echt pauze neem tussen de diensten door is het goed te doen. 10.45 uur is in ieder geval leuker dan 8.45 uur, omdat er later op de morgen een fittere gemeente voor je neus zit.
En wat was het die tweede dienst soms stil; doodstil. Prachtig! Gods evangelie boeit mateloos.

Genesis 3, 8-13.pdf

Gods wet in het kader van zijn trouw is kun je ook downloaden.

Wet – betrouwbaarheid.pdf

Jezus neemt een bijbeltekst uit Leviticus 19 over als hij zegt: “Heb je naaste lief als jezelf.”
Dat blijf ik een intrigerende uitspraak vinden, omdat zelfliefde vaak de sfeer van arrogantie met zich meedraagt. Als ik zeg dat ik me zelf lief heb, zouden veel christenen kunnen zeggen: “Nee, je moet (vooral) God liefhebben.”

[En zo worden God en de mens ook op dít gebied tegen elkaar uitgespeeld.]

De cabaretier Harry Jekkers – je weet wel, die van ‘O, o Den Haag’ – verwoordt dit schitterend in een van z’n liedjes.
De titel daarvan is ‘Ik hou van mij’. De timing en humor vind ik geweldig. En de laatste zin krijgt glans als je die als christen betrekt op je relatie met God. Maar ook andersom: op Gods relatie met jou.

God kan van mij houden, omdat hij van zichzelf houdt (en daar in principe eeuwig genoeg aan heeft!). Maar die goddelijke, kostbare liefde gaf hij weg. Aan mij.
Als die God van mij houdt, hoe kan ik dan beslissen om niet van mezelf te houden.
God is mijn spiegel!

[Met dank aan Jan-Willem Uringa, die dit filmpje gebruikte in een preek in een jeugddienst over seks]

Ongelooflijk, bijna mocht ik naar de kwartfinale van aanstaande zaterdag in Basel! Man, wat had ik dat graag gewild!

Op de site van Voetbal International mocht je een onderschrift insturen bij een foto die ze op de site geplaatst hadden. Het leukste onderschrift werd beloond met twee tickets voor zaterdagavond.

Maar helaas, mijn inzending eindigde op de vijfde plaats. Ik vind mijn vondst eerlijk gezegd leuker dan die van de winnares, maar goed, over de uitslag wordt niet gecorrespondeerd.

Volgende keer beter.

Bekijk hier de bedachte onderschriften, waaronder de mijne (ik ben trouwens best wel trots op de plaatsing, want er is massaal ingestuurd).