Archief van juli, 2008

Ten slotte: van zoetige preken word ik ook chagrijnig. Het komt in gereformeerde kerken niet heel vaak voor (de neiging tot moralistische en ware preken is vele malen groter, maar ook gereformeerde predikanten en hoorders zijn natuurlijk gevoelig voor tendensen uit vooral evangelische hoek).

Ik kan heel goed begrijpen dat je naar dit soort preken bent gaan verlangen. Vooral als je in je jeugd een ‘christelijke’ God voorgeschoteld hebt gekregen die alleen maar tegen je schreeuwt en met een geheven wijsvinger staat.
Zoetigheid is evenwel geen bevredigend alternatief voor bitterheid. De maaltijd in z’n geheel moet beter.

Onder zoetige preken versta ik preken die zich kenmerken door een eenzijdig godsbeeld. God wordt vooral verkondigd met zijn positieve eigenschappen. Het gaat wèl over zijn liefde, goedheid, genade, zorg, barmhartigheid, geduld e.d., maar niet of veel minder over zijn rechtvaardigheid(sgevoel), zijn toorn, zijn jaloezie, zijn laatste oordeel en meer van dit soort ‘negatieve’ aspecten.

Een paar voorbeelden daar van:

1. Een preek gaat wel over Gods redding van Noach in de ark, maar niet over de setting waarin dit gebeurde: de zondvloed.

2. Preken uit het boek Jesaja behandelen wel de hoofdstukken waarin de komst van Jezus wordt voorspeld, maar het gaat bijvoorbeeld niet over hoofdstuk 59: ‘In de ban van het kwaad’.

3. Uit de kleine profeten wordt nauwelijks gepreekt, omdat het oordeel van God (over Israël en de wereld) daarin een grote plek krijgt. Als er al uit deze boekjes wordt gepreekt, worden de positieve gedeeltes eruit gehaald. Zoals Hosea 11, 1-4; Micha 5, 1-2 en Habakuk 2, 4.

4. In de preek wordt wel gezegd dat Jezus altijd van je blijft houden (dit is trouwens een van de grootste huidige leugens), maar uitspraken als “Ga weg van mij, ik heb je nooit gekend!”, “Doe alle moeite om in het koninkrijk van God te komen” en de werkelijkheid van de hel krijgen weinig tot geen aandacht.

Als je eenzijdige, zoetige preken hoort, moet je weten dat de predikant of spreker geen recht doet aan de bijbel die Jezus kende. Hij doet ook geen recht aan Jezus zelf.

Spreek je predikant erop aan. Luistert hij niet, zoek dan een bijbelgetrouwe gemeente. Ik begrijp dat het fijn is om positieve verhalen te horen (dat wil elk mens). Maar vroeg of laat moet je op preken over een positivo-God afknappen.
Ik help je uit de droom: die God bestaat niet.

Gelukkig niet, zeg ik er gelijk bij. Ik word al rillerig bij de gedachte alleen.

Een volgende soort preken waar ik op afknap zijn ware preken; ik noem ze ook wel collegepreken. Wat bedoel ik daar mee?

Ware preken zijn preken waar geen speld tussen te krijgen is. Ze worden zó gebracht, dat de hoorder er niets mee kan. Om de volgende redenen:

1. De hoorder wordt niet, nauwelijks of veel te laat in de preek betrokken;
2. De inhoud van de preek kenmerkt zich door algemeenheden, die de hoorder niet of nauwelijks aanmoedigen het er mee eens of mee oneens te zijn. “Het zal wel zo zijn.” Of: “Jaja, nu weet ik wel dat Jezus voor mijn zonden is gestorven of mij ‘met zijn kostbaar bloed gekocht heeft’.”

In de gereformeerd-vrijgemaakte traditie zijn veel mensen met ware preken grootgebracht. De primaire taak van de predikant is dan om schriftgedeeltes inzichtelijk te maken. Alle aandacht komt te leggen op de zogenaamde explicatio (uitleg).
De applicatio (toepassing) volgt dan na het tweede punt (in ieder geval altijd ná de uitleg), is alleen al qua tijd en preekruimte van minder belang dan de uitleg, is vaak goedkoop en gemakkelijk, en van de hoorder wordt vaak teveel gevraagd omdat deze de stap van de uitleg naar de toepassing niet mee kan maken.

De kans is namelijk groot dat de hoorder al vóór de toepassing z’n concentratie kwijt is. Je telt de kerkraampjes voor de vierde keer, denkt aan je werk van morgen of afgelopen week, of je geniet van je laatst gescoorde doelpunt…
Als je dat aan het doen bent, ben je zeer waarschijnlijk naar een ware preek aan het luisteren.

Lees meer »

In m’n blog van gisteren kon je zien dat moralisme en wetticisme tegen elkaar aan liggen. Als evangelieprediking alleen maar draait om goed gedrag, heb je 1. een verengde en starre visie op het evangelie en 2. een verengde en starre visie op moraal.

C.S. Lewis heeft me geleerd dat moraal om drie dingen draait:

1. een goede verstandhouding en harmonie tussen mensen onderling;
2. een goede verstandhouding en harmonie tussen de dingen in ieder mens persoonlijk;
3. een alomvattend doel van het menselijk leven als geheel.

Moralistische preken kenmerken zich door een eenzijdige nadruk op het eerste element óf op het tweede element. Het derde element komt in het geheel niet of nauwelijks aan bod.

Stel dat je mag preken over Lucas 16, 19-31, waar Jezus de beroemde gelijkenis vertelt over de rijke man en de arme Lazarus. De rijke man komt na een egoïstisch leven in de ‘hel’. De arme Lazarus mag na een verrot leven bij Abraham in de hemel uitrusten.

Als predikant kun je de plank totaal misslaan door in de preek onze omgang met geld en rijkdom centraal te stellen. Alsof dát het punt is waarom deze gelijkenis wordt verteld.
Dan zul je te horen krijgen “dat we niet als die rijke man moeten zijn die zijn geld gebruikte voor z’n eigen feestjes; de man is ten diepste arm.”. Nee, “vertrouw net als Lazarus op God, die uitkomst biedt [o.i.d.]. Lazarus is pas echt rijk.”

Kijk, natuurlijk past het je als christen om goed en niet zelfzuchtig met je geld om te gaan. Maar hoeveel niet-christenen zouden het hier óók niet mee eens zijn? Velen natuurlijk.
Nederlanders geven vergeleken met andere Europeanen het meeste geld aan goede doelen.

Maar stel je eens nu eens voor dat de hele gemeente besluit om na deze preek z’n geld anders, dus goed, te gebruiken. Zou Gód dan tevreden zijn? Zit hij op ons goede gedrag te wachten?

Hier zit het gevaar van moralistische prediking. De gemeente zou namelijk kunnen gaan denken dat het niets uitmaakt hoe en waarom je het goede doet, áls je het maar doet (omdat de dominee, omdat God het zegt).
Dan lijk je op een tennisser. Je slaat een goede slag, je wint er misschien zelfs een game mee. Maar je zal er nooit een betrouwbare tennisser door worden.

Ook zou de gemeente kunnen denken dat God alleen gehoorzaamheid vraagt aan een stel vaste regels. Terwijl hij in werkelijkheid vraagt om mensen van een bijzonder kaliber.

Tenslotte zou de gemeente kunnen denken dat ‘het goede doen’ alleen betrekking heeft op het aardse leven. In het toekomstige leven houdt dat wel op, want “dan doen we alles toch vanzelf goed [o.i.d.].” Dan koppel je het leven dat je nu leidt onterecht los van het leven straks. De hemel is geen plaats waar je door de omgeving anders wordt en handelt, maar het is een plaats waar mensen zullen leven die innerlijk anders zijn. En met die innerlijke verandering begint een christen al op deze aarde.

En dat laatste is precies de reden waarom ik onze omgang met rijkdom niet centraal zal stellen in een preek over de rijke man en de arme Lazarus. Ik zal Gods koninkrijk centraal stellen (vergelijk twee verzen vóór deze gelijkenis: Lucas 16, 16). En dan nóg scherper. Als je preekt over een gelijkenis, moet je het over de verteller van die gelijkenis hebben. Want het maakt nogal een verschil of David Heek of Jezus Christus deze gelijkenis verzonnen en verteld heeft.

Want die Jezus en zijn evangelie geven mij inspiratie. Én reden om mijn gedrag (ook m.b.t. rijkdom) te veranderen. Alleen Jezus en het komende rijk van God (en niet mijn goede gedrag om God te plezieren) kan van mij een betrouwbaar christen maken. Heb het in een preek dan ook vooral over hem. Want het gaat in deze gelijkenis over de God van Abraham (vers 23, 24, 25, 29-31), de God van Mozes en de profeten (vers 31), en de God die zelfs de échte Lazarus – daarom noemt Jezus de arme man natuurlijk Lazarus! – en zijn eigen Zoon liet opstaan uit de dood, en nóg lieten en laten velen zich niet overtuigen (vers 31).

Als je zo preekt, houd je je vanzelf ver van moralisme. Het maakt preken ook leuk, verrassend en boeiend.
En je hebt de meeste kans dat mensen hun gedrag zullen veranderen als ze deze God en deze Jezus leren kennen. Als hun éigen God, hun éigen Heer Jezus.
Dan komt er ruimte voor liefde (in plaats van regeldwang en ‘goed’ gedrag, hoe goed en geestelijk dat ook bedoeld kan zijn).

Na een kerkdienst kwam er eens een wat oudere vrouw op me af die het volgende tegen me zei: “David, ik weet niet of jij het boeiend vond, maar ik kon m’n gedachten niet bij de preek houden. Maar eh… dat zal wel aan mij gelegen hebben.”

Dit gebeurt vaak. Mensen geven vaak zichzelf de schuld als ze hun gedachten niet bij de preek konden houden. “Het lag aan mijn luisterhouding.”
Ik heb het donkerbruine vermoeden dat predikanten dit schuldgevoel er bij mensen ingebeiteld hebben. Want dan ligt het natuurlijk nooit aan henzelf en hun manier van preken…

Een van de manieren van preken waar in ieder geval ik helemaal op afknap, zijn moralistische toespraken. Maar wat bedoel ik daar nu precies mee?

Moraal is een woord dat een negatieve klank heeft. Denk bijvoorbeeld aan moraalridders. Dat zijn niet de meest geliefde personen. Of denk aan de uitdrukking ‘Ik zal je mores leren’. Nou, dan breken geen gelukkige tijden aan.

Ondanks die negatieve klank kan de mensheid niet zonder moraal. Zonder moraal wordt het leven een zooitje. Neem nu het mooiste spel op aarde: voetbal.
Als een rechtsback besluit om op eigen houtje lekker in de spits te gaan lopen, zal de trainer daar wat van zeggen. “Je hebt je aan je positie te houden”, zal de trainer hem duidelijk maken. Dat is een morele uitspraak.

Ook God houdt van moraal. Kijk maar naar z’n wet, waarover ook zijn Zoon Jezus Christus uitermate positief en scherp spreekt.
In een preek zitten dus altijd morele uitspraken.

Maar in moralistische preken schieten predikanten te ver door in de moraal. En dat komt door het volgende. Moraal heeft geen leven in zichzelf. De regel an sich is niet belangrijk, niet zaligmakend.
De regel heeft alleen zin als de bedoeling ervan duidelijk wordt gemaakt.

De rechtsback kan na de waarschuwing van z’n trainer weer rechtsback gaan lopen. Maar als hij niet begrijpt waarom en met welk doel hij op zijn positie moet blijven staan, heb je weinig tot niets aan zo’n verdediger.
(Ik weet dat sommigen zullen zeggen: “Het is toch voldoende dat die speler weet dat-ie gewoon op zijn positie moet blijven staan? Hij moet ballen afpakken en meer niet. Punt uit!”
Een goede trainer verlangt meer van een rechtsback. Hij wil dat de verdediger zélf nadenkt; hij is geen F-pupil meer. God/Jezus is zo’n goede trainer. Of herder, als je meer van bijbelse metaforen houdt.)

Moralistische preken zijn preken waarin wel de regel wordt verkondigd, maar het waarom van die regel en het waar(naar)toe van die regel buiten beschouwing gelaten wordt.

En dat is nu precies de kunst van het preken. Kijk, ik zou met gemak van de kansel kunnen bulderen dat je geen overspel mag plegen. Maar ja, ik ben ervan overtuigd dat jij, lezer, dat ook wel kunt.
Maar leg maar eens uit waaróm God dat dan niet wil. En waarom déze God dat niet wil. En waarom dat niet in zíjn koninkrijk past. En wat het doel van die regel is? Dat is een stuk lastiger, vind je niet?
En daar ben je nu precies predikant voor. Daar heb je de beste prediker aller tijden, Jezus Christus, in te volgen. Mensen stonden niet voor niets versteld van Jezus’ beroemde bergrede (Matteüs 7, 28-29)

Als je dat niet kunt of wilt verkondigen, moet de toegang tot de kansel je met onmiddellijke ingang geweigerd worden.

Knap je af op moralistische preken? Don’t blame yourself! Vermaan je predikant!

Vanmorgen mocht ik weer voorgaan. Op een fatsoenlijk tijdstip en in een volle kerk. De gemeentes van Nieuwland en Hoogland vieren hun omgang met God in deze vakantieweken namelijk samen.

Het aantal mensen maakt principieel niets uit, maar het is wel lekker om voor een ‘volle bak’ te preken.

Ik moest een oude preek tevoorschijn halen, omdat mijn mentor op vakantie is. Ik heb de preek echter wel stevig bewerkt, omdat ik natuurlijk wel groei in mijn theologische gedachten.

De preek is hieronder na te lezen. Wil je ‘m in een Word-document ontvangen, reageer dan even op dit blogje. Ook andere reacties zijn welkom.

Romeinen 8, 31-32

Aan de ene kant verlang ik er naar, aan de andere kant zou ik niet weten wat ik hem zeggen moest. Ik zou ’s naast mijn God, de HEER, komen te staan! Mijn hart zou in m’n keel tekeergaan. Zo close bij de HEER, die bepaalt wat er met de wereld gebeurt. Die er rechter over is.

Abraham mag het meemaken. De HEER komt, geflankeerd door twee engelen, in mensengedaante op hem af. Eindelijk geen vage stem meer, maar een mens.
Die HEER wil intiem contact met Abraham. Hij is van plan om Sodom te verwoesten en hij stelt Abraham daarvan op de hoogte. Het staat in Genesis 18, 16-33.

Genesis 18, 17 De HEER dacht: Waarom zou ik voor Abraham geheimhouden wat ik [met Sodom] van plan ben?

Om jaloers op te worden. De HEER zal z’n geheimen met je willen delen.
Ik heb dus een HEER die dat wil. Hij deed dat al met Abraham, van wie God zegt dat velen zullen wensen zo gezegend te worden als hij.
Nou, inderdaad, ik zou ook wel zo intiem, zo concreet, met de HEER willen praten. Dat is al een zegening op zich.

Abraham krijgt natuurlijk wel iets dramatisch te horen. De stad waar zijn neef Lot is gaan wonen, zal verwoest worden. Vandaar dat hij in het vervolg met de HEER begint te onderhandelen. (Zien?) Maar voordat die onderhandeling begint…

Genesis 18, 22-23a Toen gingen de twee mannen [de engelen] weg, naar Sodom, terwijl Abraham bij de HEER bleef staan [slik!]. Abraham ging dichter naar hem toe [kijk, dat is contact waar ik naar verlang] en vroeg…

Mooi, spannend en levendig beschreven, vind ik.

Tsjonge, je zult mogen onderhandelen met God over zoiets groots. (Zouden we dat misschien, heel misschien, ook mogen als het oordeel over de héle wereld geveld zal worden?)

Vast staat in ieder geval dat ik een HEER heb die zijn geheimen met mij wil delen. En ik ken zelfs nog een groter geheim dan Abraham destijds te horen kreeg. Een geheim waar ik niet over uitgedacht raak.

1 Timoteüs 3, 16 Ongetwijfeld is dit het grote mysterie (!) van ons geloof:

Hij is geopenbaard in een sterfelijk lichaam,
in het gelijk gesteld door de Geest,
is verschenen aan de engelen,
verkondigd onder de volken,
vond geloof in de wereld,
is opgenomen in majesteit.

Eén keer raden over wie dit gaat.

Gisteravond keken Margreet en ik naar de film Abraham, een van de betere delen in de NCRV-serie. Goed, authentiek acteerwerk.

Op een gegeven moment wordt Lot, de neef van Abraham, gevangen genomen. Abraham bevrijdt hem met een slimme tactiek en dan gebeurt er iets vreemds.

Hij krijgt plotseling een geloofsgenoot op bezoek. Zijn naam is Melchisedek en net als Abraham gelooft ook hij in God, de schepper van de hemel en de aarde.

Genesis 14, 18-20 Melchisedek, de koning van Salem, liet brood en wijn brengen. Hij was een priester van God, de Allerhoogste, en sprak een zegen over Abram uit:
‘Gezegend zij Abram door God, de Allerhoogste,
schepper van hemel en aarde.
Gezegend zij God, de Allerhoogste:
uw vijanden leverde hij aan u uit.’

Dat moet Abraham een geweldige boost gegeven hebben. Hoe kan dit? Waar komt deze man vandaan? Is er zomaar nóg iemand die in zijn God gelooft?
Totnogtoe was Abraham namelijk de enige die geloofde in een onzichtbare God, die hem uit het heidense Ur (bij Babel) opriep naar een ver en onbekend land te reizen.

Blijkbaar is deze Melchisedek een koning die God na de verspreiding vanuit Babel (Genesis 11) trouw is gebleven. Ook voor hem moet een ontmoeting met Abraham, z’n broer in het geloof, geweldig geweest zijn. De brood en wijn moeten gesmaakt hebben.
Ook ik vind het nog altijd heerlijk om met echte christenen te eten. Niets is mooier dan een goed gesprek met lekker eten en een goed glas wijn. ‘t Kan me nooit lang genoeg duren.

Lees meer »

Net terug van de ochtenddienst. Ik heb nu al een aantal keren gepreekt, maar ik moet zeggen: zo scherp en hard heb ik totnogtoe nooit gepreekt.

Ik kreeg dat ook wel terug na de dienst.

Preken is wat mij betreft een voorrecht, maar ook confronterend om te doen. Het is ook voor mij een harde boodschap van Jezus. En het is ook helemaal niet leuk om de gemeente op scherp te stellen. Het is wel nodig, voor ons allemaal.

Maar als ik bedenk dat ik dit zowel namens als dankzij Jezus mag doen, word ik blij en voel ik me inderdaad bevoorrecht.

En Jezus Christus belooft natuurlijk zoveel! Hij is de strijd meer dan waard. (Ik zeg het maar vooraf, in plaats van achteraf :) )

Hieronder de preek:

Lucas 13, 22-30