
961. De satan had nooit zoveel kans van slagen in de wereld gehad als we niet zelf konden kiezen vijand van onszelf te worden.
962. Om veel vaker zicht op God en de hemel te houden had God ons met ogen bóven op ons hoofd kunnen maken. De reden dat hij dat niet gedaan heeft, zo denk ik daarover, is dat hij niet wil dat we gebukt door het leven gaan.
963. Ware christenen vereren de schepper in plaats van de schepping. Ze zijn daarom geen zon- maar Godaanbidders.
964. Een van de redenen waarom veel christenen niet ruim de tijd nemen voor het overdenken van Gods woord, is niet dat zij het druk hébben maar dat zij zich druk máken.
965. Een christelijke prediker is meer leerling van Jezus Christus dan leraar van zijn gemeente.
966. Dat Jezus voor mij móest sterven, houdt me nederig. Dat hij voor mij wílde sterven, maakt me zelfverzekerd. [Tim Keller]
967. Het is zonde Gods genade te beperken tot vergeving van zonden.
968. God stuurt mensen niet naar de hel, mensen kiezen er op aarde (en straks) zelf wel voor.
969. Van alles wat er in de wereld is, kan alleen liefde nooit genoeg gegeven worden. Wellicht vormt deze stelregel de reden dat de God van Jezus Christus eeuwig met ons kan leven.
970. Zolang we niet in Gods rijk zijn aangekomen, zijn we nooit gearriveerde christenen.
971. Het evangelie van Jezus Christus is zo simpel. Het punt is dat wij, mensen, zo moeilijk doen.
972. Ben ik met mijn gedachten in de hemel, dan is Jezus daar natuurlijk ook. Maar als ik in de put zit, daalt Jezus graag naar me af.
973. De werkelijkheid van Golgota (1): álle rottigheid van de wereld op een paar houten planken.
974. Te vaak leggen voetbalanalisten de vinger bij een opstelling van een ploeg. Veel vaker schort het echter aan de instelling.
975. De spiritualiteit van de gereformeerd-vrijgemaakte mens is nog het best te verwoorden met de toestand van mijn lippen in de winter: schraal. We hebben daarom snel wat hemelse Labello nodig.
976. Hij is niet goed, goed, goed of liefde, liefde, liefde of barmhartig, barmhartig, barmhartig. Onze God is heilig, heilig, heilig.
977. Mensen die veelvuldig over alles en iedereen klagen zouden wel eens moeite kunnen hebben zichzelf te accepteren.
978. De meeste mensen zien de wet van God als een lichtstraal die een lantaarnpaal geeft: je kunt beter niet buiten die straal komen.
Enkelingen zien de wet als een lamp op een stok die je voor je kunt houden: het verlicht je pad, het licht je toekomst op en geeft je voorwaartse kracht om het leven te ontdekken.
979. Lees alleen dat wat je interesseert en aangrijpt; er is namelijk genoeg geschreven.
980. Zij die om het minste of geringste beginnen te steigeren, lopen het risico steeds maar over hun eigen problemen heen te springen.
981. De kerk staat in het rijk van God, ze is het niet.
982. De leer van de drie-eenheid in het kort: God is voor zichzelf wie hij voor ons wil zijn.
983. De werkelijkheid van Golgota (2): als God niet in mijn leven is, is mijn leven benauwend, eenzaam en donker.
984. Lees de bijbel niet met het oog op informatie, maar met het oog op transformatie. [Gert Hutten]
985. Jezus vindt het niet belangrijk wat hij voor je gedaan heeft, maar wie hij voor je is. [Gert Hutten]
986. Jezus heeft het oude verbond niet hersteld, maar vernieuwd. Het nieuwe verbond is dan ook geen opgelapte auto, maar een spiksplinter nieuwe (en met de kenmerken van de oude) auto.
987. Als ik zeg de Geest te hebben, zou ik wel eens te klein van hem kunnen denken. Het wonderlijke is nou net dat de Geest het niet benauwd krijgt als hij bezit van mij genomen heeft.
988. Dat ik in Gods ogen zwak ben is nog niet zo erg, maar dat ik dat vaak prettig vind is pas slecht.
989. Een echte ajacied houdt niet van dominant, imponerend of resultaatgericht, maar van puur voetbal.
990. Mijn verlangen naar Gods aanwezigheid is al mijn andere verlangens verreweg de baas. Als ik maar naar dat eerste verlang.
991. Een groot deel, zo niet het grootste deel van de schepping moet wel een uiting van Gods humor zijn.
992. God geeft ons zoveel druiven, gerst en hop, dat we wel dronken moeten worden van zijn goedheid.
993. Dat de gereformeerde dogmatiek crisis en spanning mist, zou wel eens de reden kunnen zijn dat veel predikanten hun toevlucht zoeken tot het moralisme.
994. Als ik op school beproefd word, krijg ik misschien een voldoende. Als ik door God beproefd word, krijg ik hoe dan ook een arm om me heen.
995. God is barmhartig. Dat zeg ik. God is warmhartig. Dat voel ik.
996. Om meer vrouwen naar voetbal te laten kijken zou in de eerste plaats de buitenspelregel opgeheven moeten worden. Dat brengt meer doelpunten én meer mannelijk kijkplezier.
997. Ik moet niet zeggen dat ik Jezus volg als hij niet mijn doel of nummer één van mijn leven is.
998. Hoe kleiner ik word, hoe groter mijn perspectief om de grootheid van God te zien.
999. Het bestuderen van God is te vergelijken met het bestuderen van elk sneeuwkristalletje van een sneeuwbal. Het risico is echter elk deel van het geheel te abstraheren.
1000. Als bepaalde mensen in de kerk zich net zo druk zouden maken om de kenmerken van de ware christen als om die van de ware kerk, dan mogen we zeker een opwekking verwachten.