Toch nog een blog over m’n preekvisie. Want ik wil graag nog iets vertellen over een m.i. geweldige vondst die ik in het afgelopen jaar heb gedaan.

In mijn jeugd werd er natuurlijk ook veel uit het Oude Testament (OT) gepreekt. In 9 van de 10 gevallen waren dat heilshistorische preken, die in de gereformeerd-vrijgemaakte preekvisie ingekaderd dienden te worden in het verbond en de bijbehorende beloften van God. Mensen waren gek op dat soort prediking. De beloften van God geven je namelijk veel vertrouwen in diezelfde God.

Ik wist niet beter. Van medestudenten hoorde ik voor het eerst dat ze op deze preekvisie totaal waren afgeknapt. Ze zeiden: “De eerste twee punten worden gereserveerd om het Oudtestamentische gedeelte uit te leggen en dan wordt opeens in het derde punt Jezus Christus (en zijn kruisdood op Golgota) uit de hoge hoed tevoorschijn gehaald.”

Daar komt ook het bekende grapje vandaan. Critici noemden dit Jezus-uit-de-hoge-hoed-trucje op een gegeven moment geen heilshistorische prediking, maar heilshysterische prediking. Want het maakte niet uit hóe je in het derde punt bij Jezus Christus uitkwam, áls je Jezus Christus en Golgota maar noemt. “Want”, zeiden de dominees van toen, “elke prediking moet Christusprediking zijn.”

Toen ik dit voor het eerst hoorde, begon ik anders te luisteren naar de prediking in mijn geboortedorp. En ja hoor, de critici hadden gelijk. (Ik weet trouwens niet hoe het vandaag de dag is, moet ik eerlijk bekennen). Jezus kwam altijd uit de hoge hoed, vaak totaal onbegrijpelijk gekoppeld aan de eerste twee punten.

Als ik zelf uit het Oude Testament preek (zoals aanstaande zondagmorgen), wil ook ik graag de grote bijbelse lijnen laten zien. Want dat geeft zoveel bijbelinzicht. Bovendien voorkomt het biblicistische (van tekst naar tekst zweven) en overdreven exemplarische prediking (wees net zo gelovig als Noach, David of Simson!). Maar ik wil natuurlijk niet gemakkelijk en goedkoop overkomen.
Daar heb ik over nagedacht en ik kwam op de volgende overweging.

Waarom moet elke Oudtestamentische preek toch steeds op de heuvel Golgota uitkomen? Waarom moet altijd het verzoenend lijden en sterven van Jezus Christus centraal staan? Natuurlijk is Jezus’ kruisdood de kern van het evangelie, maar het is – vanuit het Oude Testament gezien – de vraag of je het altijd over die kern moet hebben.

Maar goed, wanneer noem je Christus’ dood wel en wanneer niet? Ik gebruik voor mezelf twee stelregels:

1. Kijk goed naar de OT-tekst die je bespreekt. Roept dat de verzoening of plaatsbekleding aan het kruis op? Zo niet, heb het er dan niet over.

2. Koppel de inhoud van de OT-tekst niet dwangmatig alleen aan Golgota (Goede Vrijdag), maar als het beter is aan een van de andere Nieuwtestamentische heilsfeiten, te weten:

- Kerst
(-Jezus persoon en leven op detailniveau)
- Goede Vrijdag
- Pasen
- Hemelvaart
- Pinksteren
(- De apostolische, theologische reflectie op het leven en sterven van Jezus Christus. Van Paulus, Petrus, Johannes e.a.)

Ten slotte, een paar voorbeelden hiervan:

1. Als je preekt over Abraham die zijn zoon Isaäk moet offeren, dan voel je op je klompen aan dat hier een link naar Goede Vrijdag gelegd moet worden. Het (bijna-)offer van Isaäk is een voorafschaduwing van het volmaakte offer van Jezus Christus.
Ik weet ook niet beter, of predikanten hebben dit in mijn jeugd altijd netjes gedaan. Want dit stukje bijbel is natuurlijk een homiletisch inkoppertje. (Hier is het de homiletische kunst om dit boeiend te doen; het is zó’n bekend stuk!)

2. Als je preekt over Genesis 11, de torenbouw van Babel, is een link naar Pinksteren veel logischer dan naar Golgota. Pinksteren heft namelijk de taalverwarring (voor even) op. Bovendien wordt Gods omgang met de volken na Babel beperkt tot één volk (Israël), maar na Pinksteren is de héle wereld weer overduidelijk in Gods vizier. (Dit vind ik nou zo’n mooie bijbelse lijn!)

3. Je preekt over Simson, de gespierde man van God. Een link naar Jezus Christus is te maken, maar is nog niet zo gemakkelijk. De verzoening is niet in beeld, dus Goede Vrijdag kan onbesproken blijven. Maar ja, wat zeg je dan? Wat heeft Jezus wel wat Simson niet had?

Uit de losse pols zou ik het, denk ik, hebben over de kracht van beide personen. Jezus gaat er namelijk anders mee om dan Simson. Gebruikt Simson zijn kracht zijn hele leven lang voor zichzelf (behalve zijn laatste daad), Jezus Christus heeft zijn goddelijke krachten nooit aangewend voor eigen genot of ten behoeve van waardering van anderen. Simson is zijn leven lang een macho, rokkenjager en vrouwenverslinder, Jezus absoluut niet.

En dan kom je toch bij Golgota uit! Niet in het kader van Jezus’ verzoenend sterven o.i.d., maar in het kader van zijn goddelijke krachten. Jezus Christus maakt zijn kracht ondergeschikt aan de wil van zijn vader. Om mij te redden. Oftewel: Jezus gebruikt zijn kracht niet om zichzelf voor een kruisdood te behoeden (hij kón echt van het kruis afkomen, toen ze hem dat toeriepen), maar hij gebruikt het op dienende wijze: om de wil van God (met het oog op mij!) te volbrengen.
En zo zou je Jezus de volmaakte Simson kunnen noemen.

Reageer

Reacties

Reactie van: Mathieu

In één zin wordt alle profetische bediening vanaf het begin samengevat:
‘Het getuigenis van Jezus is de geest van de profetie’ (Op. 19:10)

Mathieu

9 augustus 2008 om 14:00 uur