Als ik zeg dat iedereen op deze aarde behoefte heeft aan rust, zal ook iedereen ja-knikken. Om de zoveel uur moet ik slapen. Bijna elke Nederlander wil jaarlijks – of vaker – z’n rust pakken door op vakantie te gaan. En als ik zaterdags voetbal bestaat de wedstrijd niet zonder het kwartiertje rust om op adem te komen.
Maar ja, hoe zit het nu met die andere rust? Geestelijke rust. Ik denk dat het een van de risico’s van ons rijke en snelle bestaan is, dat we amper stil staan bij die rust. Terwijl we juist dáár behoefte aan hebben, zelfs nog meer dan aan onze slaap- en vakantieuren.
De rust die de God van Jezus Christus ons belooft, is veelzijdig. Ik stel me zo voor dat Gods rust bestaat uit:
1. Bij hem thuis zijn. Thuis bij je echte, goede Vader.
2. Bevrijd van de angst voor de dood, voor tijdsdruk en stress, voor eenzaamheid.
3. Rust vinden na al je werk dat je op aarde hebt gedaan. Alle gelegenheid hebben om daar eens rustig op te reflecteren en/of van na te genieten.
4. Alle tijd om van het leven, van de (nieuwe) schepping, van God zelf te genieten.
Jezus Christus roept de mensheid met klem op zijn rust in te gaan. In Hebreeën 4, 1-11 wordt het volk Israël als negatief voorbeeld gebruikt. Zij mochten Gods beloofde rust – concreet: na een woestijnreis het land Kanaän – ingaan, maar ze wantrouwden God. En dat pikte God niet, waarna hij een hele generatie Israëlieten de toegang tot het beloofde land blokkeerde.
Dit scenario wordt met de komst van Jezus Christus herhaald, wanneer hij het Koninkrijk van God bekendmaakt. Maar nu wordt het nog dwingender. Israël kreeg met de komst van Jezus nog een tweede kans, maar na Jezus komt er geen derde mogelijkheid.
Het is simpel: je kiest voor eeuwige rust bij en met deze God of je blijft eeuwig onrustig. Want de rust is er. God heeft hem in Jezus Christus beloofd. We hoeven nooit te zeggen dat er helaas geen rust te vinden is; bij deze God is wèl te rusten.
God heeft mensen geschapen die dagelijks rust nodig hebben. Zou hij wel behoefte aan lichamelijke rust ingeschapen hebben, en geen drang naar geestelijke rust? Tuurlijk wel, elk mens is ongeneeslijk religieus, zelfs de grootste atheïst.
Onze God heeft niet zoveel op met een scheiding van lichaam en ziel.
