Echt contact met iemand maken. Ik denk dat het een van de moeilijkste en belangrijkste dingen is in de communicatie van het evangelie. Daarom is evangeliseren een kunst, een vak of een ambacht. Het is in ieder geval wat anders dan foldertjes uitdelen en ‘over Jezus Christus vertellen’.

Als je Nederlanders religieus hoort praten, zullen er veel zeggen dat ze wel in iets geloven. Dat wordt zelfs zo vaak gezegd dat het een geaccepteerd ‘geloof’ is: het ietsisme.

Maar ja, hoe ga je met een ietsist in gesprek? Anders gezegd: hoe benader je hem of haar met het evangelie van Jezus Christus?
Ik denk dat een van de valkuilen is om direct tegenover het ‘iets’ een ‘iemand’ te plaatsen. Dat je zoiets zegt als: “Jij gelooft in iets, maar weet je, ik geloof dat er een iemand is, namelijk Jezus Christus (of zijn Geest).” [Tip: praat in een evangelisatiegesprek nooit over de Geest van God/Jezus. Veel te vaag!]

Het is wel waar dat er een ‘iemand’ is, maar je neemt de ietsist niet echt serieus in zijn eigen ‘geloof’. Je bestrijdt dan namelijk niet de denkwijze van de unieke ietsist die voor je staat, maar je bestrijdt het ietsisme an sich.

Daarom is het in eerste instantie belangrijk én een gave om te luisteren. Wat verstaat je gesprekspartner onder dit ‘iets’? Want voor de een is het een (mystieke) kracht, voor de ander een onpersoonlijke ‘big brother’ en voor weer een ander komt dit geloof in principe neer op ‘nietsime’.

Als je een helder antwoord wilt krijgen, kun je waarschijnlijk een van deze ontmaskerende vragen stellen:

1. “Vertel me eens: hoe aanbid je het?”
2. “Hoe weet je zeker dat dit iets bestaat?”
3. “Hoe maakt het contact met jou; en hoe kenmerkt dat contact zich?”
4. “Met welk doel bestaat dit iets?”

Zo voorkom je dat je gesprekspartner het evangelie rauw op z’n dak gegooid krijgt (zie vele straatevangelisten, die na één of twee zinnen van mijn kant al met Jezus Christus op de proppen komen). Op deze manier blijf je namelijk bij je gesprekspartner, terwijl je met prikkelende vragen de deur naar het evangelie opent. Want het kan niet anders of je gesprekspartner moet eerlijk bekennen dat zijn geloof leeg, oncontroleerbaar en liefdeloos is.
Het gesprek krijgt het karakter van een fuik die hem of haar steeds dichter bij Jezus Christus brengt. Tenminste: dat moet je bedoeling zijn.
Maar heb geduld, blijf goed luisteren en stel de relevante vragen.

Ik zeg niet dat zo’n iemand dan wel even tot geloof komt, want dat heb ik niet in de hand. Maar hij loopt óf kwaad weg (vluchtgedrag) óf hij is het aan denken gezet óf hij moet buigen en een totaal andere weg inslaan: bekeren.

PS 1. Voor de Boogkerkers die dit lezen: in het komend seizoen komt er een cursus ‘evangeliseren’ in de kerkelijke gemeente van Hoogland (EE: EvangelisatieExplosie). Want je voelt wel aan dat dit nog niet zo gemakkelijk is. Bedenk de goede vragen maar eens, en probeer maar eens goed naar iemand te luisteren.
Dat vereist oefening.
Ik ga er dit jaar aan mee doen. Het lijkt me een uitdagende en grensverleggende cursus.

PS 2. Wat is het heerlijk dat ik een God heb die zijn naam bekendgemaakt heeft. Ik geloof niet in een ‘iets’, maar in de HEER. En met die naam wil hij aangeroepen worden. Zo wil hij contact met mij (Exodus 3, 13-15).

Reageer

Reacties

Reactie van: menrike

die cursus EE wordt bij ons in de kerk ook al een hele tijd regelmatig gegeven en de reacties zijn erg positief!!!

25 augustus 2008 om 15:37 uur