Archief van oktober, 2008

Ik vind het altijd een uitdaging om bekende verhalen opnieuw te analyseren. Een van die bekende verhalen is de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. Bijna elke christen antwoordt op de vraag wat Jezus met deze gelijkenis wilde vertellen, iets als dit: “Doe goed voor iederen, want iedereen is je naaste.”

Ik denk dat deze gelijkenis te snel uit de context wordt gehaald en dan als een soort christelijke fatsoensnorm gaat fungeren. Jezus wil dat je iedereen als je naaste beschouwt. Klaar.
Dat punt op zich klopt als een bus. Toch zal (bijna) elke niet-christen het hier ook mee eens zijn in de zin van: je moet niet egoïstisch zijn, maar een goed mens voor anderen zijn.

Jezus wil geen politiek-sociaal programma neerzetten. Daarom stel ik bij gelijkenissen sinds kort de vraag: wat betekent het dat Jézus (en niet JP Balkenende ofzo) dit verhaal vertelt?

Jezus vertelt dit verhaal aan een wetgeleerde, die niets van Jezus wil hebben. Waarom niet? Omdat Jezus zichzelf even daarvóór gepresenteerd heeft als de Zoon van God, de Vader. En dat is voor een Jood niet te aanvaarden. Een Jood kent één God, de God van Israël.
Deze Jezus, dat is niets anders dan een godslasteraar. Die even een nieuwe wet komt brengen, een nieuwe godsdienst waarvan hij de hoofdpersoon is.

De wetgeleerde stelt hem op de proef (Lukas 10, 25) en even later wil hij zich op een gegeven moment tegenover Jezus rechtvaardigen.

Lucas 10, 29 en 36-37 Maar de wetgeleerde wilde zich rechtvaardigen en vroeg aan Jezus: ‘Wie is mijn naaste?’ Toen vertelde Jezus hem de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. [Daarna vroeg Jezus:] 36 Wie van deze drie is volgens u de naaste geworden van het slachtoffer van de rovers?’ 37 De wetgeleerde zei: ‘De man die medelijden met hem heeft getoond.’ Toen zei Jezus tegen hem: ‘Doet u dan voortaan net zo.’

Jezus ontmaskert de man. De wetgeleerde denkt namelijk beter dan Jezus te weten wie zijn naaste is. Hij verwacht van Jezus het antwoord: “Iedereen die mij volgt, is mijn naaste.” Op dat antwoord hoopt de wetgeleerde, zodat hij kan zeggen: “Zie je wel, deze Jezus staat alleen in zijn visie, hij is een ‘Geert Wilders’, een ‘Pim Fortuin’. Kom op Israël, laten we de échte God weer gaan dienen in plaats van deze malloot!”

Jezus gelijkenis is verrassend scherp. In plaats van de vraag van de wetgeleerde te beantwoorden, stelt hij na het verhaal zelf een andere vraag: Wie is de naaste gewórden?
Oftewel: een naaste bepaal je niet zelf (wat de wetgeleerde doet: iedereen die net als hij denkt, is zijn naaste), maar een naaste overkomt en krijg je.

De wetgeleerde moet ontdekken dat Jezus hem als zijn naaste beschouwt. Net als in de gelijkenis is de wetgeleerde de naaste van Jezus gewórden, toen hij met zijn vragen op Jezus afstapte.
De wetgeleerde moet alleen ontdekken dat hijzelf het slachtoffer is (van zijn eigen denkwijze) en dat deze Jezus de barmhartige Samaritaan is die hem wil verzorgen. Ook voor hem wil Jezus zijn leven geven (vergelijk de 2 denarie – 2 daglonen! – die de Samaritaan wil betalen voor de verzorging: da’s niet niks).

Je zou kunnen zeggen: Jezus is de enige die dit verhaal mag vertellen. Hij is de barmhartigheid zelve. Volmaakt.
Omdat ik dat weet, weet ik dat hij mij helpt als ik me een slachtoffer voel. Bijvoorbeeld wanneer ik alleen in de kerk sta, omdat een grote groep (Levieten en priesters!) mij niet ziet staan en stug vasthoudt aan eigen starre denkwijzes.
Aan de andere kant: ik ben niet áltijd slachtoffer natuurlijk. Wanneer ik dat niet ben, wil ik op die Jezus lijken en ontdekken wie hij mij allemaal als naasten geeft. En ja, dat zou mij best wel eens wat offers kunnen kosten. Niet iedereen hoeft bij voorbaat een ‘David’ te zijn om mijn naaste te zijn [slik].

Als Jezus je naaste wordt… moet je wel veranderen.

Jaja, dat is weer een nieuw woord dat ik recent van iemand te horen kreeg. Aanrakingstheologie. Dat komt erop neer dat (bepaalde) christenen verlangen door God aangeraakt te worden. Gebeurt dat niet, dan concluderen zij God niet ervaren of ontmoet te hebben. Kortgezegd: Gods aanwezigheid wordt afhankelijk gemaakt van de emotie.

De plaatsen waar christenen door God aangeraakt willen worden zijn, denk ik, de kerk, (praise-)concerten en de natuur.
Natuurlijk wil ook ik door God aangeraakt worden, al vind ik de terminologie wat zweverig. Ik wil door woord en lied gegrepen worden. Het is mijn verlangen om door Gods Geest uit het dagelijks leven te worden getild om nieuwe krachten te krijgen voor de verdere dagen.

Daarbij ga ik echter geen dingen van God eisen. Ook ga ik niet zeggen dat God er niet is geweest, als ik hem niet gevoeld heb. Ik ben een mens, hij niet.

Bepaalde (opwekkings)liederen lijken onder deze aanrakingstheologie te vallen. Ik heb persoonlijk helemaal niets met lied 488 (een toppertje van veel christenen), omdat het mijn emoties onder druk zet. Ik zeg niet dat het lied fout is (het gaat namelijk o.a. over veiligheid die alleen bij God te krijgen is), maar het lied wil volgens mij wel iets oproepen dat meer valt onder ‘religiositeit’ dan onder christelijke geloofsbeleving.

Houd mij vast, laat uw liefde stromen.
Houd mij vast, heel dicht bij uw hart.
Ik voel uw kracht, en stijg op als een arend.
Dan zweef ik op de wind, gedragen door uw Geest
en de kracht van uw liefde.

Wat nu, als je die kracht niet voelt? En niet het gevoel hebt als een arend op te stijgen? Ik kan me voorstellen – als je de tekst serieus neemt – dat je je down voelt als je Gods kracht tijdens het zingen niet ervaart. Het is gewoon niet leuk om jezelf tegen te moeten spreken/ zingen.

Zo is er ook een lied dat eindigt met de zin: ‘Ik heb van u gehouden, maar nooit zoveel als nu.’ Ik vraag me hierbij af waar dit lied nu precies op uit is.
Ik voel bij dit lied eerder een bepaalde druk – ik moet nu dus meer dan gisteren van God houden? – en vind deze liederen aantoonbaar niet passen bij de Geest van Jezus Christus.

Ik hecht veel waarde aan een liturgie die eerlijk, christelijk en dus God-verheerlijkend is. Liederen die mij opjagen, op móeten wekken, zet ik niet snel op het programma. Ik geloof in de Geest, niet in die van mezelf. Ik zing veel liever naar Gods Geest toe dan mijn eigen geest te dwingen tot wellicht deprimerende prestaties.

Aanstaande vrijdagavond, 31 oktober, organiseren twee jongens uit mijn gemeente een jeugdsamenkomst. Daar zijn ze al een poosje mee bezig, natuurlijk.

Het is een samenkomst voor mensen die van God houden, voor mensen die willen dat anderen van God gaan houden (en dus mensen meenemen), voor mensen die God willen aanbidden en grootmaken, en voor mensen die wel eens wat meer willen weten over de God van de christenen.

Deze happening begint om 20.00 uur (tot 21.30 uur) en wordt gehouden in De Boogkerk, in Amersfoort-Nieuwland. Waar je ook vandaan komt, je bent van harte uitgenodigd.

De vraag die in dit uur gesteld wordt, is: Wat is de ambitie van God? Wat wil God het liefst? En wat hebben wij, mensen, daar aan?

Dat was me even een wow-ervaring vanmorgen. Tsjongejonge, toen ik voor 1000 man in de Immanuëlkerk stond, wist ik even niet waar ik kijken moest. Het helpt me dan ook wel wanneer ik dat gewoon voor de dienst uitspreek.

Naarmate de dienst vorderde, raakte ik aan de massaliteit gewend. En dan kom ik wel (wat) los(ser).

Het was een echte gereformeerde dienst. Daarmee bedoel ik: een dienst van Woord en gebed. Meestal klopt die verhouding niet helemaal (het draait vaak teveel om de preek), maar vanmorgen baden we wel vijf keer. Nu gaat het me natuurlijk niet om het aantal keer dat we baden, maar het geeft wel aan dat er zoveel diversiteit op dit gebied mogelijk is: danken, bidden, aanbidden, voorbede, smeekbede, en wellicht nog meer.

Ik vind beide elementen belangrijk: want het een is het contact dat God met ons maakt (Bijbellezing en preek), en het ander is ons contact met hem (zingen en bidden). En de Geest – en ik weet dat er mensen zijn die hiervan kunnen getuigen – verbond beide elementen.

Hieronder kun je de preek nalezen. Reageer gerust.

Genesis 11, 1-9 Bunschoten-West

PS 1. Bedankt voor alle lieve bemoedigingen en feedback die ik mondeling en via de mail kreeg. Dat doet me zeer goed en houdt me nederig. (Hoogmoed is absoluut de grootste valkuil van voorgangers.)

PS 2. Voor de trouwe lezers van m’n blog: ik publiceer bestaande preken opnieuw, zoals je ziet. Ik heb namelijk geen tijd om nieuwe te schrijven. Vanaf december 2008 hoop ik dat weer te doen.

Iets zit me nog dwars, wanneer ik terugdenk aan m’n vorige blog. En dan gaat het me om de dag.
Zoals je kunt zien, heb ik die dag ook in mijn eerste blog al tussen haakjes gezet. Ik vraag me namelijk af of het er voor christenen toe doet op welke dag je Jezus Christus meer of minder volgt. In mijn vorige blog lijk ik meer dan te suggereren dat de zondag een andere volgwijze vraagt dan de overige dagen van de week.

Volgens mij stelde ik me in die blog teveel onder de (Joodse) wet. Tegen de Joden heeft God gezegd dat ze de zevende dag (sabbat) moeten heiligen. Oftewel: zes dagen werken, en dan een dag beleven die voor God gereserveerd is.
Wat zegt God tegen christenen? Ik denk hetzelfde, maar dan nog dieper. Het gaat God niet meer zozeer om de dag, maar om de rust. En christenen belijden dat niet een (zon)dag hun rust geeft, maar dat Jezus Christus hun rust is! Hij is de sabbat (dat is: rust), maar dan van vlees en bloed.

Als christen voel je meteen aan dat Jezus meer dan de rustdág is. Als hij de beloofde rust is, dan gaat dat verder dan de zondag. Rust is rust, 168 uur per week.

Conclusie – en dan ik haal het voorbeeld van de chirurg nog maar eens aan.
Een niet-christelijke chirurg die op zondag mensen opereert, begaat geen zonde omdat hij dat op zondag doet, maar omdat hij Jezus niet als zijn Heer accepteert. Als hij op maandag of donderdag mensen zou genezen – en tegelijk God blijft ontkennen, terwijl hij beter weet – is hij net zo zondig als op zondag bezig. Jezus Christus gaat over de héle week.
Je zou kunnen zeggen: met de komst van Jezus Christus wordt Gods oordeel niet verlicht, maar verzwaard. Was het vóór de komst van Christus nog één speciale rustdag die met God gevierd moest worden, met en na Christus is er álle dagen rust.
Duidelijker dan in de persoon van Jezus Christus kan God deze rust niet aan de mensheid aanbieden.

PS. Nu kan ik me voorstellen dat er ‘christenen’ zijn die zeggen: “O, als de zondag na de komst van Jezus Christus geen bijzondere dag meer is, dan hoef ik dus niet meer per se naar de kerk!” Dan zal ik antwoorden: “Inderdaad, dat hoeft niet per se, maar je moet je wel stevig gaan afvragen of Jezus Christus je Heer nog is als je dit soort dingen zegt.”
De zondag is een rustdag waarop ik van mijn rust met God mag genieten. Mogelijk gemaakt door Jezus Christus, mijn Heer. Ik zou het voor geen goud willen missen.

(Ik merk dat deze laatste zin een belijdenis is. Mijn oude ‘ik’ is het er namelijk helemaal niet mee eens! Die zegt zoiets als: “Ik zou het voor 200 euro per week willen missen.” Of voor 50 euro. Nou zeg, hij wil het helemaal missen, als hij eerlijk is…)

Vanmorgen mocht ik samen met m’n jongste broer Driebergen met een bezoek vereren. Natuurlijk reden we verkeerd – zaten we bijna in Doorn -, en dus dacht ik heel even dat ik een zusje naast me had zitten…

Maar goed, we kwamen nog ruim op tijd aan. Benjamin en ik hadden afgesproken de ‘Nu we er toch zijn-test’ te doen, oftewel: Hoe gastvrij is Driebergen?

M’n broertje is vrij lang maar werd toch over het hoofd gezien en ook ikzelf moest toch eerst wel even naar iemand toestappen. Beetje opletten, Drieberger ontvangstcomité… :)
De leden van de kerkenraad waren zeer attent, vertelden me exact hoe de protocollen bij deze gemeente werken. Ook de enige voorbede werd me niet even verteld, maar uitgebreid en met liefde doorgesproken.
Een zilveren plak dus.

Het was ff wennen voor me, zo’n nieuwe kerk. Beetje nerveus, maar naarmate de dienst vorderde kwam ik losser. Zal wel door de Heer van het evangelie komen…
Er werd erg geconcenteerd geluisterd, viel me op.

Wil je de preek nalezen, volg deze link. Wil je nog wat kwijt, reageer dan op dit blog of mail me anoniem: dheek@davidium.nl.

Volgende week Bunschoten-West (Immanuëlkerk). Zou daar een ontvangstcomité staan?

Discussies over de invulling van de zondag kunnen in christelijke kring nog wel eens verzanden in ‘dit mag wel’- en ‘dit mag niet’-discussies. Wat mij hierbij vrijwel altijd opvalt, is dat de maatstaf voor iemands standpunt gevormd wordt door zijn of haar mening. ‘Ik vind dat nou eenmaal zo, dus…’
Ook kan iemand z’n eigen praktijken goed keuren door te zeggen: “Jezus at koren op sabbat, terwijl dat niet mocht. Dan mag ik het toch ook, als christen?”

Even goed kijken naar Lucas 6 en naar deze Jezus luisteren.

Lucas 6, 1-5 Toen Jezus op sabbat eens door de korenvelden liep, begonnen zijn leerlingen aren te plukken. Ze wreven die stuk tussen hun handen en aten ervan. Enkele farizeeën zeiden echter: ‘Waarom doen jullie iets dat op sabbat niet mag?’ Jezus antwoordde: ‘Hebt u dan niet gelezen wat David deed toen hij en zijn metgezellen honger hadden, hoe hij het huis van God binnenging, de toonbroden nam, ervan at en ze uitdeelde aan zijn mannen, ook al mogen alleen de priesters van die broden eten?’ En hij voegde eraan toe: ‘De Mensenzoon is heer en meester over de sabbat.’

Jezus eet zelf niet van het koren ;) , maar wees gerust, dat is het punt niet. Ik vind het trouwens wel mooi dat Jezus het voor zijn leerlingen opneemt. Zij worden aangevallen, Jezus pareert.

Wat doet Jezus? Het valt me op dat Jezus de Farizeeën niet uitscheldt voor muggenzifters. Hij neemt ze – getuige zijn behoorlijk serieuze en doordachte antwoord (kom er maar eens op!) – uiterst serieus.

De vraag is: wat voor punt maakt Jezus nu precies als hij de situatie van David en zijn mannen vergelijkt met de situatie waar hij met zijn volgelingen in verkeert? Wat is het punt van vergelijking? – mooi gezegd.
Dat is, dat Jezus zichzelf op één lijn met God zet. David beging een zonde door iets te doen wat echt niet mocht. Jezus erkent dat zelf ook. Toch is David daar niet voor gestraft. Waarom niet? Omdat hij, als gezalfde van God, op de vlucht was voor Saul. Tijdens die vlucht kregen zij honger. Ze maakten geen wandeling ofzo, ze vluchten op weg naar de toekomst die God met hen voorhad.

Dat is nu ook het geval bij Jezus en zijn leerlingen. Ze lopen op de Joodse zondag door de Galilese korenvelden om ook op die dag – Jezus gebruikt zijn tijd optimaal – het koninkrijk van God aan de man te brengen en mensen te genezen. Dat maakt zijn leerlingen hongerig. En dus eten ze.

Jezus ontkracht de wet van God niet (om even lekker populair te doen en Farizeeën te pesten), hij laat zien dat hij er de vervuller van is.

Als Jezus Christus je Heer is en Gods koninkrijk je doel, moet je vooral gebruik maken van de dingen en etenswaren die hij – met het oog dáárop – zelf geschapen heeft. Dat lijkt me de maatstaf die Jezus hier hanteert. Vandaar dat hij zegt dat hij de Heer over de sabbat is. Met hem krijgt de rustdag haar zin weer terug. Dan bedoel ik: de zin waarmee de bijbel in Genesis 1 begint: de rustdag is er voor de mens, en niet andersom.
Maar dan ook alleen voor de mens die met deze God wil leven.

Concreet nu.
Een christelijke chirurg begaat in de ogen van God geen zonde als hij op zondag patiënten opereert. De chirurg doet namelijk iets wat zijn Heer ook zou doen: op zondag mensen genezen.
Een niet-christelijke chirurg begaat in de ogen van God wél een zonde als hij precies hetzelfde doet. Dat hij mensen geneest is uiteraard goed. Maar zijn maatstaf is te oppervlakkig, te menselijk. Dat hij opereert op de dag die God speciaal voor de eer aan hem gereserveerd heeft, zal deze chirurg niets uitmaken. En dat is in Gods ogen absoluut zonde.

Ik heb bij mezelf na te gaan in hoeverre ik liefde voor Christus heb, wanneer ik bepaalde dingen op zondag nalaat of juist doe. Hoe denk ik over kerkgang? Moet ik per se naar mijn familie? Kan ik zonder Studio Sport? Enzovoort, enzovoort.

Er bestaat een vers (een zogenaamd ‘handschrift’) dat nooit in onze bijbelvertalingen terecht is gekomen. Jezus zou een gedeelte van dit vers na deze gebeurtenis uitgesproken hebben, zeg maar Lucas 6, 5b. Het luidt zo:

Toen Jezus op dezelfde dag een man op sabbat werk zag verrichten, zei hij tegen hem: “Mens, wanneer je weet wat je doet, ben je gelukkig. Wanneer je het niet weet, ben je vervloekt en een overtreder van de wet”.

Hier komt de christelijke maatstaf exact in beeld. Ik hoop dat je Jezus begrijpt.

Vanaf aankomende zondag begint het. Dan reis ik Midden-Nederland rond. En dan mag ik woorden van en namens God spreken – om maar eens een spannende zin aan het scherm toe te vertrouwen.

Hieronder zie je mijn schema. Misschien kom ik wel bij trouwe lezers van mijn weblog terecht. Zo ja, dan lijkt het me meer dan leuk om je in het echt te ontmoeten. Spreek me ’s aan.

PREEKSCHEMA 2008

19 oktober, Driebergen (9.30 uur)
26 oktober, Bunschoten-West (9.30 uur)
31 oktober, Amersfoort-Hoogland (vrijdagavond, jeugddienst voor Amersfoorters, 20.00 uur)
2 november, Amersfoort-Emiclaer en Amersfoort-De Horsten (8.45 en 10.45 uur)
5 november, Amersfoort-Hoogland (woensdagmiddag, dankdag voor kids, 16.00 uur)
9 november, Loenen-Abcoude (10.00 uur)
16 november, Langerak (8.30 uur)
23 november, Langerak (8.30 uur)
30 november, Enkhuizen (9.00 uur)
7 december, Amersfoort-Zuid: Martuskerk (10.00 uur)
14 december, Gouda (9.30 uur)