Vandaag ging ik naar een symposium, ergens in Utrecht. Dus met de bus naar Amersfoort en van de Keistad met de trein naar Utrecht. En dan loop ik in dat mierennest: Hoog Catharijne. En dan opeens – gek is dat – denk ik: ‘Maar dit is in Gods koninkrijk dus voorbij.’ En dan ga ik daar al lopend en wachtend over mijmeren.
Kijk, dé reden dat ik het koninkrijk van God binnen wil gaan, is absoluut God zelf. Ik wil zo graag wat Mozes wilde: Gods heerlijkheid zien. Dat lijkt me indrukwekkend en imponerend. Ik zie me al staan met m’n mond wijd open. Genietend, proevend, ruikend, horend, alles! Ja, mijn God, de HEER, is mijn doel. Zeker weten.
Maar als ik door Hoog Catharijne loop, dan denk ik ook aan praktische zaken. Het klinkt misschien wat oppervlakkig, maar het is wel lekker.
HET KONINKRIJK VAN GOD
- Nooit meer dat gehaast en gestress: alle tijd van de wereld hebben
- Van iedereen die je ziet of aankijkt weten dat hij of zij met de God van Jezus Christus wil leven
- Nooit meer 50 cent in een automaatje moeten gooien om vervolgens door een smal poortje naar de WC te kunnen gaan
- Geen snicker meer hoeven te kópen
- Geen geldsysteem maar alles met elkaar delen
- Geen OV-kaart hoeven te laten zien, terwijl je je net heerlijk in een goed boek of in De Metro verdiept
- Geen eindeloos geklaag over vertragingen of het slechte weer
- …
En tenslotte, het koninkrijk van God: geen symposia meer waarin je van een geleerd iemand te horen krijgt dat een mengelmoesje tussen het christelijk geloof en de Islam (’Chrislam’) wel een leuke optie met het oog op de ontwikkeling van het christendom in Indonesië zou zijn.
Heb jij dat ook op Hoog-Catharijne… Waus dan verlang ik daar altijd zo naar. Maar nog meer wil ik al die mensen meenemen…