Discussies over de invulling van de zondag kunnen in christelijke kring nog wel eens verzanden in ‘dit mag wel’- en ‘dit mag niet’-discussies. Wat mij hierbij vrijwel altijd opvalt, is dat de maatstaf voor iemands standpunt gevormd wordt door zijn of haar mening. ‘Ik vind dat nou eenmaal zo, dus…’
Ook kan iemand z’n eigen praktijken goed keuren door te zeggen: “Jezus at koren op sabbat, terwijl dat niet mocht. Dan mag ik het toch ook, als christen?”
Even goed kijken naar Lucas 6 en naar deze Jezus luisteren.
Lucas 6, 1-5 Toen Jezus op sabbat eens door de korenvelden liep, begonnen zijn leerlingen aren te plukken. Ze wreven die stuk tussen hun handen en aten ervan. Enkele farizeeën zeiden echter: ‘Waarom doen jullie iets dat op sabbat niet mag?’ Jezus antwoordde: ‘Hebt u dan niet gelezen wat David deed toen hij en zijn metgezellen honger hadden, hoe hij het huis van God binnenging, de toonbroden nam, ervan at en ze uitdeelde aan zijn mannen, ook al mogen alleen de priesters van die broden eten?’ En hij voegde eraan toe: ‘De Mensenzoon is heer en meester over de sabbat.’
Jezus eet zelf niet van het koren
, maar wees gerust, dat is het punt niet. Ik vind het trouwens wel mooi dat Jezus het voor zijn leerlingen opneemt. Zij worden aangevallen, Jezus pareert.
Wat doet Jezus? Het valt me op dat Jezus de Farizeeën niet uitscheldt voor muggenzifters. Hij neemt ze – getuige zijn behoorlijk serieuze en doordachte antwoord (kom er maar eens op!) – uiterst serieus.
De vraag is: wat voor punt maakt Jezus nu precies als hij de situatie van David en zijn mannen vergelijkt met de situatie waar hij met zijn volgelingen in verkeert? Wat is het punt van vergelijking? – mooi gezegd.
Dat is, dat Jezus zichzelf op één lijn met God zet. David beging een zonde door iets te doen wat echt niet mocht. Jezus erkent dat zelf ook. Toch is David daar niet voor gestraft. Waarom niet? Omdat hij, als gezalfde van God, op de vlucht was voor Saul. Tijdens die vlucht kregen zij honger. Ze maakten geen wandeling ofzo, ze vluchten op weg naar de toekomst die God met hen voorhad.
Dat is nu ook het geval bij Jezus en zijn leerlingen. Ze lopen op de Joodse zondag door de Galilese korenvelden om ook op die dag – Jezus gebruikt zijn tijd optimaal – het koninkrijk van God aan de man te brengen en mensen te genezen. Dat maakt zijn leerlingen hongerig. En dus eten ze.
Jezus ontkracht de wet van God niet (om even lekker populair te doen en Farizeeën te pesten), hij laat zien dat hij er de vervuller van is.
Als Jezus Christus je Heer is en Gods koninkrijk je doel, moet je vooral gebruik maken van de dingen en etenswaren die hij – met het oog dáárop – zelf geschapen heeft. Dat lijkt me de maatstaf die Jezus hier hanteert. Vandaar dat hij zegt dat hij de Heer over de sabbat is. Met hem krijgt de rustdag haar zin weer terug. Dan bedoel ik: de zin waarmee de bijbel in Genesis 1 begint: de rustdag is er voor de mens, en niet andersom.
Maar dan ook alleen voor de mens die met deze God wil leven.
Concreet nu.
Een christelijke chirurg begaat in de ogen van God geen zonde als hij op zondag patiënten opereert. De chirurg doet namelijk iets wat zijn Heer ook zou doen: op zondag mensen genezen.
Een niet-christelijke chirurg begaat in de ogen van God wél een zonde als hij precies hetzelfde doet. Dat hij mensen geneest is uiteraard goed. Maar zijn maatstaf is te oppervlakkig, te menselijk. Dat hij opereert op de dag die God speciaal voor de eer aan hem gereserveerd heeft, zal deze chirurg niets uitmaken. En dat is in Gods ogen absoluut zonde.
Ik heb bij mezelf na te gaan in hoeverre ik liefde voor Christus heb, wanneer ik bepaalde dingen op zondag nalaat of juist doe. Hoe denk ik over kerkgang? Moet ik per se naar mijn familie? Kan ik zonder Studio Sport? Enzovoort, enzovoort.
Er bestaat een vers (een zogenaamd ‘handschrift’) dat nooit in onze bijbelvertalingen terecht is gekomen. Jezus zou een gedeelte van dit vers na deze gebeurtenis uitgesproken hebben, zeg maar Lucas 6, 5b. Het luidt zo:
Toen Jezus op dezelfde dag een man op sabbat werk zag verrichten, zei hij tegen hem: “Mens, wanneer je weet wat je doet, ben je gelukkig. Wanneer je het niet weet, ben je vervloekt en een overtreder van de wet”.
Hier komt de christelijke maatstaf exact in beeld. Ik hoop dat je Jezus begrijpt.