Jaja, dat is weer een nieuw woord dat ik recent van iemand te horen kreeg. Aanrakingstheologie. Dat komt erop neer dat (bepaalde) christenen verlangen door God aangeraakt te worden. Gebeurt dat niet, dan concluderen zij God niet ervaren of ontmoet te hebben. Kortgezegd: Gods aanwezigheid wordt afhankelijk gemaakt van de emotie.
De plaatsen waar christenen door God aangeraakt willen worden zijn, denk ik, de kerk, (praise-)concerten en de natuur.
Natuurlijk wil ook ik door God aangeraakt worden, al vind ik de terminologie wat zweverig. Ik wil door woord en lied gegrepen worden. Het is mijn verlangen om door Gods Geest uit het dagelijks leven te worden getild om nieuwe krachten te krijgen voor de verdere dagen.
Daarbij ga ik echter geen dingen van God eisen. Ook ga ik niet zeggen dat God er niet is geweest, als ik hem niet gevoeld heb. Ik ben een mens, hij niet.
Bepaalde (opwekkings)liederen lijken onder deze aanrakingstheologie te vallen. Ik heb persoonlijk helemaal niets met lied 488 (een toppertje van veel christenen), omdat het mijn emoties onder druk zet. Ik zeg niet dat het lied fout is (het gaat namelijk o.a. over veiligheid die alleen bij God te krijgen is), maar het lied wil volgens mij wel iets oproepen dat meer valt onder ‘religiositeit’ dan onder christelijke geloofsbeleving.
Houd mij vast, laat uw liefde stromen.
Houd mij vast, heel dicht bij uw hart.
Ik voel uw kracht, en stijg op als een arend.
Dan zweef ik op de wind, gedragen door uw Geest
en de kracht van uw liefde.
Wat nu, als je die kracht niet voelt? En niet het gevoel hebt als een arend op te stijgen? Ik kan me voorstellen – als je de tekst serieus neemt – dat je je down voelt als je Gods kracht tijdens het zingen niet ervaart. Het is gewoon niet leuk om jezelf tegen te moeten spreken/ zingen.
Zo is er ook een lied dat eindigt met de zin: ‘Ik heb van u gehouden, maar nooit zoveel als nu.’ Ik vraag me hierbij af waar dit lied nu precies op uit is.
Ik voel bij dit lied eerder een bepaalde druk – ik moet nu dus meer dan gisteren van God houden? – en vind deze liederen aantoonbaar niet passen bij de Geest van Jezus Christus.
Ik hecht veel waarde aan een liturgie die eerlijk, christelijk en dus God-verheerlijkend is. Liederen die mij opjagen, op móeten wekken, zet ik niet snel op het programma. Ik geloof in de Geest, niet in die van mezelf. Ik zing veel liever naar Gods Geest toe dan mijn eigen geest te dwingen tot wellicht deprimerende prestaties.
Reageer
Reacties
Ik heb het nog nooit zo bekeken nu jij het zo opschrijft. Geeft weer stof tot nadenken. Dat ik heb van U gehouden maar nooit zoveel als nu was één van de lievelingsliederen van mijn vader dat hij graag op zijn sterfbed zong. Dan krijgt het wel een diepere betekenis. Het raakt mij heel erg als ik dat weer hoor. Zelfs in zijn ergste pijn hield mijn vader meer van Jezus dan voor zijn ziekbed. En dat straalde hij ook uit. Echt een zegen!
Hartelijke groet
Kijk, Arjanne, zo kan volgens mij elk lied op een mooie, echte en diepgaande manier gebruikt worden.
Wat mooi dat je dit (geloof) mocht meemaken!
David.
PS. Zo heb je bijvoorbeeld het bekende lied ‘Wat de toekomst brenge moge’. Daarin staat de zin ‘leer mij volgen zonder vragen’. Dat is een zin waar ik als 27 jarige jongen helemaal niets mee kan. Ik heb juist heel veel vragen. En ik weet zeker dat Jezus wil dat ik die stel. (Jezus zit niet te wachten op volgelingen die hem stilzwijgend volgen.)
Anders wordt het als je op het sterfbed ligt en jezelf zonder vragen aan God wilt overgeven. Dan wordt het een gebedszin met veel diepgang (zoals je zelf bij je vader ervaren hebt).
En laat dit lied nu geschreven zijn door een vrouw die nog maar kort te leven had.
Als liturg ga ik dus heel voorzichtig met dit lied om. Ik zou het in een jeugddienst of reguliere dienst niet laten zingen.
Jammer dat je het in deze termen vat, want je laat daarmee een heel interessante discussie liggen.
Ja, er is een groot probleem, theologisch en liturgisch met modernere songs, met name Hill Songs, maar het is ook een kwestie van benaderen en vertalen. God is niet mijn vriendin, dus heeft mijn kerkeraad unaniem besloten dat ook niet in de diensten toe te laten. Er worden dus ook geen nummers opgenomen in de diensten die die richting in gaan. Dat even vooraf.
Aan de andere kant zitten we ook met dienstbaarheid. Wij kunnen vanalles denken en redeneren over de nummers die we in onze diensten gebruiken, maar als de mensen in de dienst, degenen die we willen betrekken in onze aanbidding en verering van G.D, dat anders beleven, hebben we alleen onze eigen stempel op de dienst gedrukt en niet G.D in de dienst betrokken.
Ja ik weet dat de gemeente opgevoed wordt door de diensten die we organiseren en de vorm die deze hebben. Ik ken de mechanica binnenste buiten na 20 en een beetje jaar. Wat ik ook weet is dat wat we bidden, we ook preken en vandaaruit ook aan de gemeente leren. Als we iets niet willen, denk ik dat je met de pastor/voorganger/predikant/geef het dier een naam moet bekijken of dat gewenst is. Te vaak zien we de liturgie los van de prediking, maar die twee zijn onlosmakelijk verbonden. Als de dienst rammelt is de preek vaak niet toereikend en omgekeerd. Het zijn twee paarden die de gemeentekar trekken en moeten daarom op elkaar afgestemd zijn.
Nog even over die druk die je waarneemt in de twee voorbeelden. Dit laat veel zien van je eigen verwachting. “Ik heb van u gehouden” is een momentopname die niets zegt over morgen of gisteren, het is vergelijkbaar met thuiskomen na een lange dag en je partner te treffen met een gedekte tafel en het juiste wat je op dat moment nodig hebt om de dag te verwerken. Het is een uitdrukking van je liefde op dat moment, niet een absolute vaststelling. Je kunt liefde niet wegen en Liefde nog minder.
Die Arend komt regelrecht uit een psalm, maar is een vertaling, dus er gaat altijd wel wat van de kracht af. Ik vindt het een geslaagde versie. Het toont het ontzag waarmee we G.D benaderen en geeft een gezicht aan die Liefde die we voor G.D voelen op een manier die door de gemente gedragen en verstaan wordt.
Ten laatste “aanrakingstheologie” blijft theologie, een menselijk proberen om G.D, die we niet kunnen bevatten of begrijpen, in menselijke termen te benaderen. We gebruiken in elke dienst die we organiseren verschillende van die benaderingen, vaak onbewust. Deze benadering zoekt een weg om mystiek in woorden te vatten. Wij protestanten hebben een haat/liefde verhouding met dat begrip en vinden het vaak lastig het een plaats tegeven, juist omdat het heel makkelijk uit de gestelde grenzen en verwachtingen treedt. Toch heb ik ervaren dat de gemeente daar een grote behoefte aan heeft in deze kille en eenzame tijd. Ik heb daar af en toe een probleem mee, maar ik probeer wel in perspectief te houden wat ik daar mee zeg. De dienst is waar de Gemeente G.D ontmoet. De pastor/predikant/etc is daarbij een gids en degene die de dienst leidt een herdershond. Beiden zijn heel belangrijk, maar de Gemeente is het belangrijkst.
Ga door met dit blog, want ik heb genoten van een aantal van je posten en de reacties. Ik hoop dat je ermee kunt uitdrukken, wat je in je hoofd hebt en ik hoop dat in die uitdrukking we iets meer mogen zien van G.D’s grootheid.
hee broeder,
“toevallig” op een conferentie geweest dit weekend (waar een jouw wel bekende GKV dominee G.H. te A aanwezig was) en daar kwam dit ook ter sprake. o.a. de “ik-gerichte” liederen-fase die de opwekkingsbundel heeft gekend, met als antwoord “ps 23, van wie is de Heer een Herder, wie ontbreekt niets, wie voert Hij aan grazige weiden? enz. Het meest ik-gerichte lied wat we kennen (in elke zin komt minimaal 1 keer ik of mij voor) maar toch komt Gods Liefde en Grootheid naar voren in dat lied (psalm). ” In het lied “U redde mij” wordt God groot gemaakt vanuit het redden van mij waarin Hij wordt geprezen als Held (in alle eerbied) die de moeite heeft genomen om mij (notabene) te redden. En nog even over de veelbesproken kracht en opstijgende arend, dat staat in jesaja 40:31, in die context ook.
groet`n
Edco
PS erg boeiende en indrukwekkende spreker G.H. te A, hij mag zo voorganger worden bij ons in de Ark!
Ja, goeie peer hè. Gert is een van m’n voorbeelden (geweest).
Wat die liturgie-kwestie betreft… het is zó onbelangrijk.
Zing er maar lekker op los voor onze Heer – met een op hem gericht hart is elk lied genieten.
Ik hoop (en denk) dat je een boeiend weekend hebt gedrumd… eh… gehad.
‘Amen’… ik herken je worsteling met deze /en andere liederen. Het is zeer zeker goed bedoeld bij het maken ervan. Geloven is een zeker weten en een vast vertrouwen. Dat is geen zweven of vliegen…
Moet nog even zeggen dat ik je weblog trouw lees… ga zo door.