Iemand die met mijn scriptie meeleest, zei tegen me: “Ja, leuk hoor, David, dat we de heilsfeiten moeten gebruiken in ons gesprek met niet-christenen, maar op mijn werk praten we nooit over Kerst, Goede Vrijdag, Pasen, Hemelvaart of Pinksteren.” Hij vertrouwde me toe, dat zijn niet-christelijke collega veel meer zit met de vraag of een God de wereld gemaakt heeft. “Daar gaan onze gesprekken over, niet over die heilsfeiten!”
Inderdaad, de vraag naar het ontstaan van deze wereld is een hot issue. En je kunt er urenlang over discussiëren. Het is vaak ook enorm interessant.
Een van de intelligentste christenen op deze aarde, Tim Keller, heeft een boek (The Reason for God) geschreven waarin hij op deze vragen ingaat. Hij komt daarin met een aantal zogenaamde clues voor de dag die sterk heenwijzen naar het gegeven dat deze wereld wel door (een) God geschapen moet zijn.
Voorop gesteld: dit boek is nuttig. En ik wil het ook graag hebben en lezen.
Toch denk ik dat deze manier van redeneren niet of nauwelijks bekering zal uitwerken. Want de meest sterke clues of aanwijzingen vormen nog geen bewijs. Het zijn richtingaanwijzers, ze pakken de mens niet bij de lurven, ontmaskeren niet en leiden ook niet tot het maken van een keuze.
En daarom schrijf ik in mijn scriptie dat christenen in het (evangelisatie)gesprek met bewijzen moeten komen. En dat bewijs hebben ze en kennen ze. Het bewijs van het bestaan van God is namelijk een persoon: Jezus Christus.
Nu zou je kunnen zeggen: “Ja, ook dat moet je geloven. Je moet geloven dat deze Jezus bestaan heeft.” Dan zeg ik: volgens mij is dat vaak helemaal geen issue. Mensen geloven best wel dat deze Jezus bestaan heeft, zoals ze ook klakkeloos aannemen dat Karel de Grote en Aristoteles hebben bestaan. De geschiedenisboeken worden altijd geloofd.
De Bijbel presenteert zich als een boek dat feiten op tafel legt. Feiten die mensen – zoals u en ik – hebben meegemaakt. Jezus is gezien, gehoord en gevoeld. Zijn daden, zijn kruisiging en zijn levende lichaam na de opstanding ook.
De vier evangeliën (Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes) zijn dan ook het best te vergelijken met uitgebreide dossiers over het leven van Jezus Christus. Keiharde feiten. Zo begint Lucas bijvoorbeeld zijn evangeliebeschrijving. Hij heeft alles nauwkeurig onderzocht en opgeschreven (Lucas 1, 3). De Bijbel kan dus in geen velden of wegen vergeleken worden met bijvoorbeeld The Lord of the Rings of met een of ander sprookjesboek. Laatstgenoemde boeken presenteren zich als fictieve verhalen of sprookjesachtige lectuur. En dat trekt dan ook niemand in twijfel.
Daarom moeten wij, christenen, het veel vaker én veel eerder in onze gesprekken over deze Jezus hebben. De kunst is om Jezus’ daden en woorden te laten aansluiten bij datgene wat je niet-christelijke gesprekspartner bezighoudt. Vraag God om Bijbelse ingevingen en om de goede woorden, zou ik zeggen. En studeer vooral in de Bijbel, zodat je er steeds meer bedreven in raakt.
Zo zou je bijvoorbeeld, als het gaat om die scheppingsvraag, kunnen vertellen over Jezus’ geboorte of over de ‘wonderbare spijziging’. Dat is namelijk allebei schepping. God maakt iets uit (bijna) niets. En vooral de wonderbaarlijke maaltijd laat zien dat God dit doet waar de mensen bij zitten! 5000 Getuigen (vrouwen en kinderen niet meegerekend)!
En dan zijn er, volgens mij, zelfs twee wonderbaarlijke maaltijden door deze Jezus georganiseerd…
Kijk, en hierop heeft de niet-christen gewoon te reageren. Geloof je in deze Jezus? Of vind je het toch een sprookje (maar toon dat dan ook aan, beste vriend!)?
En ik denk, dat wanneer de niet-christen deze Jezus als zijn Heer aanneemt, dan vanzelf ook tot de conclusie komt dat deze (Zoon van) God wel de schepper van deze wereld moet zijn.
Jezus’ komst (Kerst) impliceert dat deze wereld door deze God geschapen is.
PS. Mocht je gesprekspartner, nadat je Jezus op een eerlijke en doordachte manier ter sprake hebt gebracht, niet tot geloof komen (hij begint te spotten of vermijd vanaf dat moment elk contact met je), ga dan niet van jezelf balen. Je hebt namelijk resultaat behaald! Oke, geen positief resultaat, maar je gesprekspartner heeft het nieuws gehoord. En hij zal het z’n hele leven onthouden en er misschien pas op z’n sterfbed op terugkomen.
Maar: houd het gesprek wel eerlijk en doordacht. Je kunt het evangelie ook verkeerd brengen (denk aan veel straatevangelisten die, door Jezus door de strot te drukken, binnen 2 minuten bekeringen proberen te ‘regelen’).
Doe het samen met God en zorg voor een feedbacklijntje met enkele intelligente en gelovige medechristenen.