Laatst zat ik in de kerk naar een saaie preek te luisteren. Lekker te lijden aan de kerk
. Hoewel een preek een halfuurtje kost, voelt dat dan aan als een uur (of langer). Dan denk ik: Hm, ik denk dat ik volgende week toch maar weer ’s zelf voorga.
Niet omdat ik nu zo goed preek, maar omdat ik liever naar mijn eigen gezeik luister dan naar dat van een ander
. Zou dat trouwens ook de reden zijn dat je maar weinig predikanten in de kerk ziet zitten? Dat ze liever uit gaan preken dan in de eigen gemeente gaan zitten luisteren?
Hoe het ook zij, zo’n saai moment zet me ook aan het denken. Hoe komt het nu dat (veel) preken niet landen? Dat mensen onderuit zakken? Dat er opvallend veel gehoest, gekucht, snoep gegeten en naar alle kanten gekeken wordt, behalve naar de kant waar de preekstoel staat?
Deze keer kwam ik op de volgende gedachte. Volgens mij kun je de hoorders in vier categorieën onder verdelen:
1. Positieve christenen met een actieve luisterhouding. Dat zijn de hoorders die niets in het bovenstaande herkennen. Zij vinden het mooi om naar de kerk te gaan, hebben daar zin in, luisteren gehoorzaam vanuit een voorliefde voor kerk en evangelie. Iemand uit deze categorie zei tegen mij, toen ik hem vroeg waarom hij de preek zo boeiend vond: “Het evangelie is toch al mooi voordat ik naar de preek luisterde? Ik vond de preektekst al mooi!”
Hij beantwoordde mijn vraag dus niet, maar in zekere zin ook wel. Het maakt hem niet zoveel uit hoe een preek in elkaar steekt en of-ie boeiend is, want “ik haal er altijd wel wat uit”.
2. Positieve christenen met een passieve luisterhouding. Dit zijn christenen die ook graag naar de kerk komen en actief in het kerkelijk leven meedoen, maar vaak eerst in het kerkblad kijken wie er voorgaat. Ze willen in een preek aangesproken en geboeid worden. In deze categorie val ik zelf ook.
Ze dwalen af als een preek teveel uitleg of irrelevante informatie bevat. En gaan chagrijnig de kerk uit als dit helaas weer gebeurd is.
3. Nominale christenen met een actieve luisterhouding. Nominale christenen zijn mensen die in naam christen zijn. Je ziet ze altijd in de kerk, maar verder nooit. Ook weet je van hen dat ze het in hun leven van alledag niet zo nauw nemen met ‘God en het gebod’.
Deze mensen luisteren wel goed naar de preek. Vaak vanuit een soort wil om met woorden gereinigd te worden. Ik heb daar wel eens iets over geschreven.
4. Nominale christenen met een passieve luisterhouding. Dit zijn dezelfde ’soort’ christenen als in categorie 3. Deze mensen lijken op categorie 2 als het gaat om hun luisterhouding. Ze luisteren goed naar een preek als ze erdoor geboeid worden.
Ik ben ervan overtuigd dat al deze categorieën in elke gemeente te ontdekken zijn. Wellicht categorie 3 en 4 meer in volkskerken, maar dan spreek ik alleen over aantallen. Ook in mijn gemeente durf ik deze categorieën wel toe te passen.
Maar ik preek dus op een concrete zondag tegen al deze categorieën hoorders. Ik denk dat menig predikant zijn preken schrijft voor de eerste categorie. Hij gaat ervan uit dat zijn hoorders welwillende luisteraars zijn die graag naar de kerk zijn gekomen, daarvóór natuurlijk gebeden hebben om de werking van de heilige Geest in de dominee en in henzelf.
Vroeger kreeg ik van mijn eigen predikanten ook steevast te horen dat het aan míjn luisterhouding lag als ik hun preken saai en slecht vond. Wat ze eigenlijk tegen mij zeiden, was: “Ik zou niet weten hoe ik jou in mijn preken moet bereiken.” Met hun antwoord schoten ze in een kramphouding waarin ze tot aan de dag van vandaag nog zitten. Deze mensen zullen het gros van de gemeente week in week uit niet boeien of aanspreken.
Ik denk dat binnen de GKv categorie 2 óf ontkend óf onderschat óf fel bestreden wordt. Deze mensen zouden zich moeten bekeren en welwillende christenen moeten worden. Nou, dat zal je tot aan de jongste dag niet lukken. Het is een gegeven dat de meeste mensen aangesproken willen worden.
Ga bij jezelf maar eens na wanneer én waardoor je in een normaal gesprek afhaakt. Wedden dat je niet door je gesprekspartner geboeid werd, dat hij/zij je niet zag staan (en meer óver zichzelf dan mét jou sprak)?
Maar ja, hoe preek je dan boeiend en aansprekend? Daar kan ik wel wat over zeggen, maar lees daarvoor mijn scriptie. Vind je dat te lang? Lees dan eens dit artikel uit het Nederlands Dagblad over Tim Keller, een kerkplanter van gereformeerde snit in New York. Hij preekt zoals ik wil preken. Mijn scriptieconclusies (1. communicatieve aansluiting, 2. religieuze distantie en 3. feitelijke choquering) worden door Keller in dit artikel benoemd!
Dankjewel, Gerrit, voor het doorsturen van het artikel.