In mijn gemeente vieren we deze weken het feest van genade. Dat houdt in dat we zo’n 6 weken stilstaan bij dat vreemde Bijbelse begrip. Wat betekent genade precies? Wat heb je eraan? Hoe krijg je het? Enzovoort, enzovoort.
Ik vind het een prachtwoord.
Hm… bij nader inzien: nee, ik vind het niet alleen een woord, maar een werkelijkheid. Ik krijg er beelden bij.
Ik zie uitverkoopborden voor me, je weet wel, zoals ze achter etalageramen hangen. Maar dan geen borden waarop een bepaald procent aan korting staat, maar borden met de tekst ‘gratis af te halen’!
Ik zie het kruis van Golgota voor me: een stervende Jezus. Ik zie een goede, liefdevolle, lijdende Vader naar hem en mij kijken. Ik zie inderdaad een stervende Jezus voor me, die voor mij móest sterven en graag voor mij wílde sterven. En ik zie hem opnieuw, maar dan weer levend. Als overwinnaar, met een brede glimlach. Wie doet hem nog wat?
Ik zie allemaal cadeaus van goud. “Waarom van goud?” vraag je. Omdat ze schitterend zijn en niet kapot te krijgen. En als ik ze openmaak, zie ik eeuwig leven, voel ik onvoorwaardelijke, goddelijke liefde, proef ik de beste wijn, hoor ik de mooiste muziek en ruik ik de eerste dag op de nieuwe aarde. En ik zie de zon: ik zie God zelf. Hij is het echt, mijn Vader!
Weet je wat ik zo gek vind als ik over genade nadenk en droom? Dat ik helemaal niet zoveel naar mezelf kijk. Ik kijk – ook in de alinea’s hierboven – alleen maar om me heen. Wat zie ik? Wie zie ik?
Dat doet genade: het doet me verbaasd staan, met de mond wijd open.
En het gekke is, dat is juist ook het irritante van genade. Ikzelf heb met het hele proces naar die verwondering toe zo weinig te maken! Soms denk ik: kon ik maar iets betekenen voor God. Hem ietsiepietsie helpen met de voorbereiding van de nieuwe hemel en aarde.
Nou, dat kan ik vergeten. God doet alles helemaal zelf.
Wat doe ik dan wel? Profiteren! Tot in de verste eeuw(igheid) genieten van wat God voorbereid heeft. Meer kán ik niet doen, daar wordt God chagrijnig van. Hij kwam niet voor de gein naar deze wereld. Hij kwam voor mij.
2 Korintiërs 5, 19 Het is God die door Christus de wereld met zich heeft verzoend [...].
Zie je wel: de verzoening is de wereld overkómen. Ze heeft er nog geen minuut aan meegewerkt!
Ik hou van Gods genade!
mooi geschreven!