Een van de meest mysterieuze gebeurtenissen die in de kerk plaatsvinden, vind ik het avondmaal. Met ‘mysterieus’ bedoel ik dan niet ‘eng’ of ‘geheimzinnig’, maar ‘vol van geheim’. Want hoewel ik aardig wat hersens van mijn Heer heb meegekregen, kan ik er met mijn verstand niet bij wat daar gebeurt.
In mijn gemeente lopen we in een lange rij naar voren. We zingen geestelijke liederen en we luisteren naar een broer of zus die uit de Bijbel voorleest. Als ik op een gegeven moment voor onze predikant sta, biedt hij mij een stuk brood aan. En ja, dan gebeurt het. Dan ontvang ik het brood of ik pak het aan. Ik stop het in mijn mond en: Jezus Christus komt in mij!
Ik hou van deze (Lutherse) visie op het avondmaal. De gereformeerde voorkeur gaat uit naar de visie van Zwingli: we gedénken vooral het lijden en sterven van Jezus Christus. Al vind ik het compromis van Calvijn, de mystieke unie met Christus door het eten van het brood door de Geest, ook mooi.
Hoe het ook zij, het avondmaal is meer dan gedenken. Jezus heeft er mijns inziens bewust voor gekozen om ons te laten eten.
Vanmorgen las ik iets heel spannends, wat het avondmaal elke keer weer op scherp zet. Andermaal in Johannes 13. Jezus heeft tegen zijn leerlingen gezegd dat iemand hem gaat verraden. Iedereen schrikt natuurlijk, en Petrus stoot op een gegeven moment Johannes aan. Petrus vraagt hem: “Vraag jij anders even aan Jezus wie hem gaat verraden.”
Johannes 13, 25-27 25 Hij [Johannes] boog zich dicht naar Jezus toe en vroeg: ‘Wie, Heer?’ 26 ‘Degene aan wie ik het stuk brood geef dat ik nu in de schaal doop,’ zei Jezus. Hij doopte een stuk brood in de schaal en gaf het aan Judas, de zoon van Simon Iskariot. 27 Op dat moment nam de duivel bezit van Judas. Jezus zei: ‘Doe maar meteen wat je van plan bent.’
Tijdens de laatste maaltijd die Jezus voor zijn dood meemaakte, deelt hij net als onze predikant het brood uit. Maar wat gebeurt er dan? Niet (geloof en blijdschap in) Jezus, maar de duivel neemt bezit van Judas! Op het moment dat Jezus het stuk brood aan hem gegeven heeft.
Verschrikkelijk! Judas hoeft hem niet (en Jezus weet dat van te voren).
Ik denk dat Judas het stuk brood niet opgegeten heeft. Vers 30: ‘Judas nam het brood aan en ging meteen weg. Het was nacht.’
Daarom vind ik het avondmaal zo vol geheim. Elke keer als ik voor mijn predikant sta en voor de schaal met brood, sta ik letterlijk voor de keus: wil ik Jezus of wil ik hem niet?
Dat hij in mij wil wonen, staat als een paal boven water. Jezus geeft zichzelf ook ‘gewoon’ aan Júdas en gisteren heeft hij ook ‘gewoon’ Judas’ voeten gewassen. Maar wil ík hem?
Wil ik hem niet, dan kies ik voor de duivel! Dan kies ik voor de duisternis, het nachtleven.
Wil ik hem wel, dan kan niemand mij wat aandoen. Dan krijg ik Jezus in mij. Dan leef ik met hem, en dus in het daglicht.
Deze Jezus is zo machtig. Hij bepaalt wat Judas/de duivel mag gaan doen (vers 27!). Jezus regisseert zijn eigen arrestatie en dood!