Sabbat, Nieuwemaansfeest, drie pelgrimsfeesten, Pesach (Pasen), Wekenfeest/Pinksterfeest, Loofhuttenfeest, Poerimfeest, enzovoort enzovoort. Ja, Joden wisten wel wat het leven inhield: feest op feest op feest.
Dat heeft alles met hun God te maken. En dat is precies dezelfde God als de Vader van Jezus Christus; dus ook mijn God.
Maar of een Jood nu echt altijd blij was met die feesten? Ik vraag het me zwaar af. Want natuurlijk had je dan een vrije dag of een vrije week, maar ja, je werk dan? En hoe zat het met de opbrengst van je akker? En hoe zat het met de vijanden die op de loer lagen?
Zit jij lekker te feesten, loop je ondertussen dus wel even de kans dat je huis leeggeroofd en platgebrand wordt!
Het is weer typisch God. Hij wil dat wij het goed hebben. Hij houdt van feest. Het eerste wonder van Jezus gebeurde niet voor niets op een bruiloft, lijkt me (Johannes 2, 1-11). Maar dat is nog maar de ene kant. Want God wil meer dan dat ik feest. Hij wil dat ik erken dat hij God is, en dús mijn hele leven leidt.
FEESTEN MET GOD: ERKEN DAT HIJ GOD IS
[Exodus 34, 21-24]
Feest (Sabbat) – [De HEER zegt:] Zes dagen lang mag je werken, maar op de zevende dag moet je rust houden, ook in de ploegtijd en in de oogsttijd.
Erkenning – Mijn God zorgt voor de oogst. Van zaad tot opbrengst. Hij is daarvoor niet afhankelijk van mijn inspanningen.Feest (Wekenfeest – [De HEER zegt:] Vier het Wekenfeest wanneer je de eerste opbrengst van de tarweoogst binnenhaalt, en het Inzamelingsfeest wanneer het jaar ten einde loopt.
Erkenning – De mens doet niet niets. Maar als hij zijn werk dan gedaan heeft, dan erkent hij het feestend: “Ik heb het allemaal van mijn God gekregen.”Feest (Pelgrimsfeest) – [De HEER zegt:] Driemaal per jaar moeten alle mannen voor de Machtige, de HEER, de God van Israël, verschijnen. Ik zal de andere volken voor jullie verdrijven en je een uitgestrekt gebied geven; niemand zal dan je akkers in bezit durven nemen wanneer je driemaal per jaar op reis gaat om voor de HEER, je God, te verschijnen.
Erkenning – Dit was een enge onderneming. Alle mannen moesten op reis naar (de tempel van) de Heer. Dus alle vrouwen en kinderen bleven thuis achter. Alleen en weerloos. Een simpele prooi voor de vijand. Niet dus! Op deze manier laat God zien dat hij niet afhankelijk is van mannelijke spierballen in de bescherming van zijn volk. Hij kan het wel alleen af!
