Archief van februari, 2009

Sabbat, Nieuwemaansfeest, drie pelgrimsfeesten, Pesach (Pasen), Wekenfeest/Pinksterfeest, Loofhuttenfeest, Poerimfeest, enzovoort enzovoort. Ja, Joden wisten wel wat het leven inhield: feest op feest op feest.

Dat heeft alles met hun God te maken. En dat is precies dezelfde God als de Vader van Jezus Christus; dus ook mijn God.

Maar of een Jood nu echt altijd blij was met die feesten? Ik vraag het me zwaar af. Want natuurlijk had je dan een vrije dag of een vrije week, maar ja, je werk dan? En hoe zat het met de opbrengst van je akker? En hoe zat het met de vijanden die op de loer lagen?
Zit jij lekker te feesten, loop je ondertussen dus wel even de kans dat je huis leeggeroofd en platgebrand wordt!

Het is weer typisch God. Hij wil dat wij het goed hebben. Hij houdt van feest. Het eerste wonder van Jezus gebeurde niet voor niets op een bruiloft, lijkt me (Johannes 2, 1-11). Maar dat is nog maar de ene kant. Want God wil meer dan dat ik feest. Hij wil dat ik erken dat hij God is, en dús mijn hele leven leidt.

FEESTEN MET GOD: ERKEN DAT HIJ GOD IS

[Exodus 34, 21-24]

Feest (Sabbat) – [De HEER zegt:] Zes dagen lang mag je werken, maar op de zevende dag moet je rust houden, ook in de ploegtijd en in de oogsttijd.
Erkenning – Mijn God zorgt voor de oogst. Van zaad tot opbrengst. Hij is daarvoor niet afhankelijk van mijn inspanningen.

Feest (Wekenfeest – [De HEER zegt:] Vier het Wekenfeest wanneer je de eerste opbrengst van de tarweoogst binnenhaalt, en het Inzamelingsfeest wanneer het jaar ten einde loopt.
Erkenning – De mens doet niet niets. Maar als hij zijn werk dan gedaan heeft, dan erkent hij het feestend: “Ik heb het allemaal van mijn God gekregen.”

Feest (Pelgrimsfeest) – [De HEER zegt:] Driemaal per jaar moeten alle mannen voor de Machtige, de HEER, de God van Israël, verschijnen. Ik zal de andere volken voor jullie verdrijven en je een uitgestrekt gebied geven; niemand zal dan je akkers in bezit durven nemen wanneer je driemaal per jaar op reis gaat om voor de HEER, je God, te verschijnen.
Erkenning – Dit was een enge onderneming. Alle mannen moesten op reis naar (de tempel van) de Heer. Dus alle vrouwen en kinderen bleven thuis achter. Alleen en weerloos. Een simpele prooi voor de vijand. Niet dus! Op deze manier laat God zien dat hij niet afhankelijk is van mannelijke spierballen in de bescherming van zijn volk. Hij kan het wel alleen af!

Eindelijk, eindelijk is het zover. It’s done! Ik ben afgestudeerd.

Vanmiddag beleefde ik mijn laatste tentamen. Om 16.00 uur mocht ik me melden in het kamertje van de docent Hebreeuws. In die drie kwartier kreeg ik drie kleine gedeeltes uit Jesaja 40, Job 28 en Psalm 103 voorgeschoteld.

Het ging redelijk (cijfer: 7,3). Ik had gehoopt op een stuk uit Haggaï en Amos, want die gedeeltes zaten er het best in en vond ik persoonlijk het meest boeiend (want het meest onbekend). Da’s wel gek, hoor. Zit je twee weken lang op negen hoofdstukken Amos te broeden, krijg je er niet één versje uit! Maar goed, de docent is daar natuurlijk vrij in.

Ik heb nog wel wat geleerd tijdens dit tentamen. Want we kwamen het woord ‘rechem’ tegen. Dat wordt vaak vertaald met ‘barmhartigheid’ of ‘ontferming’. Dus ik zeg tegen hem: “Ik vertaal het tegenwoordig met ‘baarmoederlijkheid’.” (Want ‘rechem’ verwijst naar het woord voor baarmoeder.)

De docent vertelde me hierin voorzichtig te zijn, “want het is nog maar de vraag of die (baarmoederlijke) connotatie nog door de Joden gevoeld werd.
Hij vergeleek het met ons woord ‘aarzelen’. Iedereen weet wat dat woord betekent, maar wist je dat het oorspronkelijk iets betekent als ‘aan je aars krabben’?
Die betekenis voelen wij natuurlijk allang niet meer mee. Zo zou het met ‘rechem’ ook kunnen zijn.

Dat vind ik wel jammer, want ik vind ‘baarmoederlijkheid’ én een mooi woord én een mooie aanduiding van een van Gods eigenschappen.

Maar goed, hoe het ook zij: de studie zit er op. En ik ben zo blij als een kind in de baarmoeder. Margreet heeft taart gekocht en Joram gaf me zo-even een dikke, lieve knuffel. Wat wil ik nog meer?

M’n bul hoop ik op donderdagmiddag 23 april in ontvangst te nemen. U bent daar allemaal van harte welkom (zou ik erg leuk vinden)!

PS. Binnenkort maak ik wereldkundig wat mijn toekomstplannen zijn. Het heeft nu dus geen zin om beroepingsbrieven op te sturen :)

[d.w.n.v.t.i. = doorhalen wat niet van toepassing is]

Wanneer zijn mannen het best voor seks te porren?
Haha, ik hoor het mannelijk lezerspubliek denken: ‘Nou, daarvoor heb ik niet heel veel nodig, hoor!’ Oké, je hebt gelijk.
En toch is er wel iets te zeggen over de momenten waarop mannen het meest zin hebben.

1. Als je je vrouw lange tijd niet gezien hebt. Bijvoorbeeld omdat je om zakelijke redenen naar het buitenland moest, of na een lang weekend met vrienden.

2. Als je na een nachtrust of middagdutje net wakker bent (waar denk je het snelst aan als je net wakker bent?). Zou dat misschien komen omdat je je na het slapen het meest leeg voelt? Ik bedoel: je hebt nog niets gedaan en je bent nog nergens vol van (óf je moet gedroomd hebben óf erg uitzien naar de komende bezigheden).

3. Als je je verveelt.

4. Als je ertoe wordt aangezet door vrienden, kennissen, foto’s, reclames, seksgrappen. Als iemand tegen je zegt dat hij je vrouw mooi, lief of sympathiek vindt, dan bevordert dat zeker je libido. Als je veel (half)bloot ziet (TV, internet, op billboards langs de snelweg), sla je dat in je onderbewuste op. Als je op je werk veel seksgrappen hoort of maakt, dan heeft dat zeker gevolgen.

5. Als er wat alcohol in de man zit.

Stel je eens voor dat drie van de vijf aspecten je zo goed als tegelijkertijd overvallen. Wie gaat er dan niet overstag?
Antwoord: Uria! [Over hem lees je in 2 Samuël 11]

Deze man wordt 1. door koning David, die Uria’s vrouw Batseba in een one-night-stand bezwangerd heeft, aangespoord met Batseba naar bed te gaan. Deze David paait hem ontzettend. “Ontspan je toch lekker wat, Uria!” En: “Hier, ik heb nog een leuk cadeautje voor je! Dat heb je wel verdiend na je veldtocht.”

Uria kwam dus 2. net terug uit het legerkamp, ergens in het buitenland. Hij had zijn vrouw dus lange tijd niet gezien. Met Batseba had hij een mooie vrouw, dat staat vast.

En 3. David voert hem dronken.

En toch duikt Uria niet naast zijn vrouw het bed in. Ongelooflijk! Die man verdient alsnog een standbeeld.
David is ten einde raad en met een sluwe list lukt het hem om Uria uit de weg te ruimen.

URIA’S REDEN

De vraag is natuurlijk waarom Uria weigert. Hij voert een geestelijke en sociale reden aan. Hij zegt tegen David: “De ark en het leger van Israël en Juda zijn ondergebracht in hutten, opperbevelhebber Joab en zijn manschappen bivakkeren in het open veld; zou ik dan naar huis gaan om te eten en te drinken, en te slapen met mijn vrouw? Zo waar u leeft, dat doe ik niet!”

Je zult zo’n geloof in God (het is de ark van God) en zo’n liefde voor je collega’s hebben!
Ik zie in Uria dan ook een voorloper van Jezus Christus. Want deed hij niet precies hetzelfde, maar dan op grotere schaal. Had Jezus niet alle macht om zijn eigen koninkrijk op aarde te stichten? En kon hij vanuit die macht niet alle vrouwen om z’n vingers winden?

Jezus heeft dit niet gedaan. Ik hoor hem zeggen: “Denk je nu echt dat ik mezelf ga plezieren, als ik [vul je naam in] nog in het donker zie leven en alleen ik hem/haar kan redden.”
Jezus kreeg daarvoor geen bloemetje, laat staan een standbeeld. Een kruis, dát kon-ie ervoor krijgen!

PS 1. David ziet zijn zonden in, en zal vast nog vaak aan deze zwarte bladzijde in zijn leven gedacht hebben. Postuum bewijst hij Uria nog de eer. Uria staat namelijk in de lijst van de helden die David in zijn leven heeft gekend. Uria sluit de eregalerij in 2 Samuël 23 af.

PS 2. Ik baseer de momenten waarop mannen het meest zin in seks hebben op 2 Samuël 11.
Uria: 1, 4 en 5
David: 2 en 3.

Steeds meer kom ik er achter dat veel predikers die het evangelie verkondigen niet over de Vader of over de Zoon Jezus, maar ten diepste over zichzelf en de mens praten. En het gevolg daarvan is dat hun hoorders zichzelf ook in het middelpunt van hun godsdienst zetten.

Laatst praatte ik er met een groepje mensen, waaronder christenen, over hoe de mens voor eeuwig gered wordt. Allemaal stemden ze er mee in dat goede werken de mens geen toegang tot Gods koninkrijk geven.
Tot zover is het ook nooit spannend.

Maar als ik dan hoor wat wel toegang tot dat rijk geeft, hoor ik dit: “Je moet durven loslaten!” Of: “Je moet jezelf overgeven!” En nog meer van dit soort zinnen. Onzinnen, wat mij betreft.
Want dit is net zo goed egocentrisme, en werpt je ook terug op je goede daden. Maar het heeft een subtieler karakter. Het klinkt o zo vroom, maar het gaat puur en alleen over jezelf.

Stel je voor dat je voor God staat en hij zou je vragen: “Op grond waarvan kan ik je toelaten tot mijn koninkrijk?” En jij zegt: “Ik heb me toch aan u overgegeven?”
Ik zeg niet dat je dan niet zult worden toegelaten (God maakt zich kenbaar als zeer genadig, hoewel? Let op het egocentrisme daar!), maar of je het evangelie begrepen hebt? Want je trekt de aandacht toch weer naar jezelf. En je beroemt je op jouw bereidwillige overgave. In plaats van op Gods waarheid en wijsheid die je zijn overvallen.

Ik zou op Gods vraag antwoorden: “Omdat u wilt dat ik bij u ben. Daar heeft u mij genoeg van overtuigd!”
Begrijp me goed: dit is geen trucje met woorden. Dit is ronduit evangelie. Ik houd het bij de manier waarop Calvijn het zegt: zoek je behoud (helemaal!) buiten jezelf.

VOORBEELD: DE KOPEREN SLANG

Stel dat je preekt over de koperen slang (zie blog van gisteren). Volgens mij kun je als prediker de fout ingaan door alle nadruk op de mens en zijn problemen te leggen. “Zit je in de problemen? Kijk naar de koperen slang (en niet naar de slangen om je heen)!”
Dat is niet het punt van Numeri 21, 4-9 waar dit verhaal beschreven staat. Daar wordt de mens niet verlost van zijn of haar problemen (de slangen). Alsof de slangen daar bij toeval gekomen zijn, zoals problemen je ook kunnen overvallen. Dus niet! Die slangen waren een straf van God.
Ook gaat dit verhaal niet over onze control-freakerigheid. In de zin van: “Probeer je problemen niet zelf op te lossen, maar kijk naar Jezus!”
Los van de vraag of de gebeten Israëlieten bezig waren hun problemen zelf op te lossen (hoe dan?), is dit gewauwel zwaar onbijbels en ‘vergeestelijkte’ psychologie.

Ontdek hoe subtiel de mens op deze manier – en op grond van de Bijbel, zal men zeggen – centraal komt te staan. Het is subtiel egocentrisme, dat vervolgens moralistische trekken krijgt (”Doe dit, christenen! Doe dat, gemeente!”)
En God? Ja, hij wordt niet meer dan de oplosser van al onze problemen!

Waar gaat de geschiedenis over de koperen slang dan wel over? Over de HEER, en wel over zijn genadige besluit zijn volk tóch nog te redden van de ondergang. Dat was hij niet verplicht, dat wilde hij! Hij keek als het ware in de spiegel van zijn trouw. En het was zijn hartstochtelijke liefde voor mensen dat hij dat koperen ding liet maken.

En op die manier haalt Jezus Christus zelf deze geschiedenis aan in Johannes 3. Want daar zegt hij: “De Mensenzoon móet (!) verhoogd worden, zoals Mozes in de woestijn de slang omhooggeheven heeft.”
Zonder Jezus ontkomt geen mens aan het oordeel van God. En dat oordeel gaat nog veel dieper, gruwelijker, wereldwijder en universeler dan die slangenstraf ooit, ergens in een woestijn.

Kijk, nu gaat het over God de geweldige Vader en ultiem eerlijke rechter. En nu gaat het over Jezus. En ik? Ja, ik pluk daar de heerlijke vruchten van. Ik kan niet anders. Door Jezus ontkom ik aan het goddelijk oordeel dat over deze wereld ligt (te zien aan het kruis van Golgota).
En het moralisme? Dat ligt nu ergens in Verweggistan weg te rotten.

Wat mooi is, kan zomaar lelijk worden. Wat goed is, zomaar fout.

Wat is er mis met de orden van dienst die wij in de gereformeerde kerken kennen? Wat is er mis met de psalmen, met de opwekkingsliederen? Wat is er mis met de onderwijsvormen die wij in de kerk kennen? Helemaal niets!

Maar iets goeds kan zomaar afgoderij worden. De vorm wordt belangrijker dan het doel. We verschuiven het middel naar het doel.

Een uitermate duidelijk (en voor mij nieuw) voorbeeld hiervan staat in het Oude Testament. Het gaat over het verhaal van de koperen slang. Wanneer God het volk Israël in de woestijn straft met giftige slangen, besluit hij op voorspraak van Mozes het volk toch van die plaag te redden. Hij laat een koperen slang maken, maakt die aan een stok vast en iedereen die door een slang gebeten is maar opkijkt naar het ding, zal niet sterven. Nalezen? Het staat in Numeri 21, 4-9.

Wat een ding, hè, die slang van koper! Geweldig wondermiddel natuurlijk.

Maar wat is er gebeurd? In de loop van de geschiedenis zijn de Joden dat ding gaan vereren. Ze zijn er wierook voor gaan branden. En het is Hizkia, een koning die voor God gaat, die er wat aan doet.

2 Koningen 18, 1-4 Hizkia, de zoon van Achaz, werd koning van Juda in het derde regeringsjaar van koning Hosea van Israël, de zoon van Ela. Hij was vijfentwintig jaar oud toen hij koning werd. Negenentwintig jaar regeerde hij in Jeruzalem. Zijn moeder was Abi, de dochter van Zecharja. Hij deed wat goed is in de ogen van de HEER, net zoals zijn voorvader David gedaan had. Hij verwijderde de offerplaatsen, verbrijzelde de gewijde stenen, haalde de Asjerapalen omver en sloeg de koperen slang die Mozes gemaakt had aan stukken. De Israëlieten hadden namelijk nog altijd de gewoonte voor deze slang, die de naam Koperslang droeg, wierook te branden.

O, ik zou de ‘vrijgemaakte’ Joden wel willen zien. En horen! “Wat doe je nu, Hizkia, dat is onze traditie. Dit kun je echt niet maken! Of wil je soms graag vernieuwend bezig zijn?”

Hoe iets goeds een afgod kan worden!

Wat is er mis met de wekelijkse voorlezing van Gods wet in de kerk? Helemaal niets! Waar wat denk je: voor hoeveel vrijgemaakten is dit gebruik een wet van Meden en Perzen geworden? En dus een afgod?

PS 1. Riekt het vele, vele synodewerk rond de goed- dan wel afkeuring van bepaalde psalmen en (opwekkings)liederen ook niet naar afgoderij? Iemand zei m.i. terecht: “Als we al die tijd nu eens zouden gebruiken om God met al die liederen groot te maken (in plaats van te muggeziften), zouden we God daarmee dan niet veel meer eer geven en plezier doen?

PS 2. Overigens komt afgoderij ook in de maatschappij voor. Bijvoorbeeld in de voetbalwereld. Het feit dat de wereldvoetbalbond (FIFA) nog steeds niet overstag gaat voor het plaatsen van camera’s op de doellijn is een vorm van afgoderij, maar dan in wereldse zin. Men verheerlijkt de traditionele gedachte dat het voetbal onder de regie van de mens moet blijven (en niet onder de regie van de techniek mag komen).
Op deze manier voorkomt de FIFA dat voetbal mooier, eerlijker en puurder dan voorheen wordt. Men verheerlijkt het voetbal uit de 20ste eeuw, terwijl de 21ste eeuw nu al bijna 10 jaar duurt en om haar eigen regels vraagt.
Maar goed, hierom maak ik mij vanzelfsprekend minder druk dan om letterlijke afgoderij.

[Dit is een blog n.a.v. een kerkdienst van 22 februari 2009 in 'de Kandelaar' in Amersfoort, waarin René Barkema voorging]

Vanmorgen ging ik voor in Leerdam, een plaatsje dat ik alleen ken van het amateurvoetbal. LRC is de plaatselijke club dat eventjes – een jaar dacht ik – aan het hoofdklasseniveau heeft mogen ruiken.

Een aparte kerk heb ik mogen bezoeken. Vanaf de veel te hoge kansel – snel verwijderen als je het mij zou vragen – zie je tot ergens in de verte mensen zitten (zie bovenstaande foto die vanaf de kansel is genomen: wat een hoogte en diepte hè?). En dan moet je je voorstellen dat de eerste 4 á 5 rijen niet bezet zijn, zoals dat vanmorgen het geval was.

Dus voordat ik contact had met de gemeente waren we een stuk verder in de dienst. Pas tijdens de preek voelde ik – want het blijft als het om contact gaat vaak bij een gevoel – dat er een klik tussen de gemeente en mij ontstond.
Kijk, ik ben maar een vreemde pipo die even een uur een dienst komt leiden. Niemand kent me, dus ik begrijp best dat de mensen even de spreekwoordelijke kat uit de dito boom willen kijken.

Maar goed, genoeg over mijn ervaringen. Het evangelie van God was weer geweldig om te mogen vertellen. Het ging over de torenbouw van Babel. En vooral wat destijds allemaal gruwelijk misging. En wat laat God zich daar op een stevige en tegelijk subtiele manier zien.

En dan die geweldige link naar Pinksteren, de komst van Gods Geest naar de mensheid in Jeruzalem. Daarin ruik je Babel gewoon. Okè, Babel wordt daar niet voorgoed hersteld (we miscommuniceren nog steeds), maar Gods koninkrijk gloort daar overduidelijk.

Pinksteren doet me verlangen naar dat koninkrijk. En naar mijn koning Jezus, zonder wie dat hele wonderlijke gebeuren rond die Pinksterdag nooit had plaatsgevonden!

Lees hieronder de (oude) preek. En reageer gerust.

Genesis 11, 1-9 Leerdam

Afgelopen zondagmorgen mocht ik luisteren naar een indringende preek over Gods woord. En het eerste wat ik dan denk is: O nee hè, daar gaan we weer. Hoe vaak heb ik in mijn leven al aan moeten horen dat we de Bijbel moeten lezen.

Maar voor het eerst in mijn leven hoorde ik een schitterende preek over het feit dat onze gemeente elke week ‘onder het woord’ mag zitten. De voorganger wees erop dat dat een groot voorrecht is, en werkte dat geweldig uit. Natuurlijk wist ik al van dit voorrecht, maar nu werd het op een wijze gezegd dat ik werkelijk dacht en voelde: hij heeft gelijk. Hij heeft gewoon helemaal gelijk!
Mooi vind ik dat. Als het evangelie gaat leven.

Ik ben nu bezig met het vertalen van enkele Bijbelboeken en Bijbelgedeeltes (de laatste loodjes Hebreeuws). En deze week was b(r)oer Amos aan de beurt. Heb je dat boekje wel ’s helemaal in één keer uit gelezen? In dat boekje gaat het er bikkelhard aan toe. Zo goed als een en al onheilsprofetie.

Op een gegeven moment lijkt Amos – laat ik het maar duidelijk zeggen – de hel op aarde te beschrijven. En dat is, in negative zin, verrassend nieuws. Want de hel (op aarde) is niet dat er dan en dan oorlogen, aardbevingen, tsunami’s of (zelfmoord)aanslagen plaatsvinden. Het meest verschrikkelijke wat een mens kan overkomen, is dat God niet meer te vinden zal zijn. Dat hij mensen naar hem laat hongeren, en dat hij zich dan niet laat vinden!

Dat is verschrikkelijk. Dat is ‘de dag van de Heer’, de grote oordeelsdag.
Ik hoop dat een groot aantal mensen met mij blij zal zijn/worden dat dit nieuws te horen is. Dat Jezus, de redder, te kennen is. Én dat dit week in week uit te horen is. Ook in Nederland.

Amos 8, 11-13 Weet dat de dagen komen – spreekt God, de HEER – dat ik het land zal laten hongeren. Het zal geen honger zijn naar brood of dorst naar water, maar honger naar de woorden van de HEER. Het volk zal zwerven van de ene zee naar de andere, en dwalen van het noorden naar het oosten om de woorden van de HEER te zoeken, maar ze zullen die niet vinden. Sterke jonge vrouwen en mannen zullen op die dag van dorst bezwijken.

Horen hoe serieus de toorn en verschrikkelijk het laatste oordeel van God zal zijn? Luister ’s naar een van mijn grote voorbeelden, en proef zijn compassie met zijn medemensen die Jezus Christus niet als de Zoon van God, de bedenker en schepper van hemel en aarde, willen accepteren.

Het was op een druilerige maandagmorgen. Locatie: scholengemeenschap Guido de Brès. Specifieker: een grefoklas die onder leiding stond van René Barkema. Ik zat daar als aanstaand classicus (dat is een leraar Grieks en Latijn) te kijken hoe René deze oude talen aan een groep overbracht.

Zo’n schooldag begint altijd met een Bijbelse opening. Daar kun je een boekje voor gebruiken, maar René deed dat niet. Hij vertelde iets over genade aan z’n tienergroep. En hij zei: “Weet je hoe je gemakkelijk kunt onthouden wat Gods genade inhoudt? Door de zes G’s: God Geeft Graag Gratis Goede Gaven.”

Ook ik heb dat onthouden en de groep tieners die ik wekelijks Bijbels en kerkelijk onderwijs geef, kennen dit ezelsbruggetje nu zo goed dat het bruggetje bijna instort. Zó vaak lopen we er over heen!

En nu onthouden zij (en de gemeente) het helemaal! Want Wim Buenk, een uiterst talentvolle musicus en gemeentelid, heeft een lied op dit geheugensteuntje gemaakt. Inclusief coupletten die slaan op alle zes weken die ons gemeenteproject Feest van genade telde. Het refrein wordt in twee verschillende stemmen gezongen.

Hieronder kun je het lezen en downloaden (Dank je, Wim!). Het lied gaat op de wijs van ‘It’s me, it’s me, it’s me, o Lord’. En Wim is zo aardig geweest om er meteen de akkoorden bij te zetten. Dus… spelen maar als je het kunt.

Lied Feest van genade