Archief van maart, 2009

Je kunt naar de rechter gaan. Of je zoekt je redding bij een van je sterke broers of vrienden. Of je neemt het recht in eigen hand, haalt je gram, en slaat er eens lekker op los.

Net als u, beste lezer, kan ik me situaties voor de geest halen, waarin me groot onrecht is aangedaan. Daar zal ik u niet mee vermoeien, maar wél met de vraag die daar direct bij hoort. Wat doet een christen wanneer hem onrecht wordt aangedaan?

Ik denk dat menig christen zou antwoorden: ‘Keer ook de andere wang toe. Want dat heeft Jezus gezegd.” Laatst hoorde ik hier viavia een goede verklaring van, maar die ben ik helaas kwijt. Maar wat ik nog wel weet, is dat een christen niet zielig in de slachtofferrol hoeft te gaan zitten.

Oké, een christen neemt het recht nooit in eigen hand. Maar hij gaat wel naar de rechter: God. Ook zoekt hij zijn redding bij zijn sterke broer en vriend: Jezus Christus.
Wat een psalm, de zeventiende!

NAAR MIJN RECHTER

Psalm 17, 1-2

Een gebed van David.

Luister, HEER, ik vraag om recht,
luister naar mijn smeken,
hoor mijn gebed –
geen leugen komt over mijn lippen.
Laat van u het oordeel komen,
laat uw oog zien wat juist is.

En die rechter is geen zielig mannetje achter een tafel.

DE KRACHT VAN MIJN RECHTER

Psalm 17, 12-14

Mijn vijand is een leeuw, belust op prooi,
een roofdier dat zich schuilhoudt.
Sta op, HEER,
ga op hem af en druk hem tegen de grond.
Laat uw zwaard mij bevrijden van de goddelozen,
hand, HEER, mij verlossen van die mannen
des doods, die leven voor kortstondig gewin.

En als ik mijn rechter persoonlijk leer kennen…

DE LIEFDE VAN MIJN RECHTER

Psalm 17, 6-9

Ik roep tot u om hulp,
want u geeft mij antwoord.
Wil mij horen, God,
luister naar mijn spreken,
toon mij de wonderen van uw trouw.
Wie bij u schuilen redt u
van hun tegenstanders, met uw machtige hand.
Behoed mij als de appel van uw oog,
verberg mij in de schaduw van uw vleugels

9 voor de goddelozen die mij geweld aandoen,
voor de vijanden die mij naar het leven staan.

En tenslotte het mooiste!

DE GLORIE VAN MIJN RECHTER

Psalm 17, 15

Laat mij, recht gedaan, uw gelaat aanschouwen,
bij het ontwaken mij verzadigen aan uw beeld.

Voor de tweede keer in Leerdam geweest. En het was goed.

Net als vorige week mocht ik deze week weer stilstaan bij de stralende glorie van Jezus. Dat is het grote voordeel van preken schrijven. Ik moet zeggen: elke keer als ik aan een preek begin, denk ik: help, wat moet ik nu weer met dit Bijbelgedeelte? Maar naarmate de week vordert wordt de zaak helderder, krijgt de preek zijn vorm, en dan dat heerlijke, persoonlijke moment: de preek is klaar, en dan mag ik gaan schaven. Dat vind ik het allerleukste, een beetje pielen met woorden; het verhaal zo mooi en duidelijk en boeiend mogelijk zeggen.

Vooral in Leerdam is het de kunst om mensen te boeien, omdat de afstanden zo vreemd zijn. De vooorste rij zit voor mijn gevoel op mijn neus, en de achterste rij zit voor mijn gevoel bijna buiten. Maar het ging goed, en het was mooi.

Dat komt door het absurde evangelie. Nou ja, lees zelf. Enne, verwonder je.
Christenen volgen de meest boeiende man die ooit op aarde heeft rondgelopen. En dat boeiende, dat heeft hij weer van zijn Vader.

Matteüs 17, 1-8 Leerdam 29032009

PS. Leerdammers, ik kan me voorstellen dat u wat met de inhoud van deze preek wilt doen. In de blog hieronder heb ik een belangrijke Bijbelleestip geprobeerd te verwoorden. Misschien heb je daar wat aan. Succes, en plezier toegewenst.
Mocht je toch niet gaan genieten van Bijbellezen, wees gerust, er is hoop. Je leest gewoon verkeerd. Onze God kan niet saai zijn en heeft volstrekt geen lol in het bederven van plezier om hem.

In een eerdere blog heb ik geschreven dat het goed is om tot jezelf te spreken wanneer je overvallen wordt door lege, oppervlakkige gedachten die je van God en zijn koninkrijk afbrengen: “Mijn ziel, waarom ben je onrustig in mij. Vestig je hoop op God!”

Vanmorgen las ik Psalm 12 en daar doet David, de dichter, iets anders. Hij spreekt niet tot zichzelf, maar hij brengt God zelf in. David valt over het feit dat hij veel bedrog en grootspraak om zich heen ziet en vraagt God om in te grijpen.

En als David ziet dat de armen en zwakken onder de leugens gebukt gaan, laat David God aan het woord.

Psalm 12, 6b

‘Om hen sta ik op,’ zegt de HEER,
‘ik breng de redding die zij verlangen.’

Dat kun je dus ook doen. Soms kun je tot je eigen ziel spreken, een andere keer laat je God, zoals je hem hebt leren kennen, aan het woord. Daar wordt God zo heerlijk groot van. En het bemoedigt. Je verlangt naar God omdat hij aan alle leugen en grootspraak een eind gaat maken. Vroeg, laat, maar hij zal het doen.

[De Bijbelleestip]

Sinds kort geniet ik van het lezen uit de Bijbel. En het lijkt me nuttig om te vertellen waarom ik dat doe.
Vroeger las ik de Bijbel vanuit een motivatie die keer op keer teleurstelde. Wanneer ik eens uit de Bijbel las, vroeg ik me altijd af: ‘Wat heb ik aan deze woorden?’

Op zich is dat een onschuldige, goede vraag, maar heel vaak sloeg ik de Bijbel dan met een vervelend gevoel dicht. Geregeld zelfs met een schuldgevoel, want ik kon me niet identificeren met de woorden die geschreven stonden.

Een voorbeeld ter verduidelijking. Psalm 11.

Psalm 11, 1

Schuilen doe ik bij de HEER.

Dus dat lees ik dan en het eerste wat ik me dan afvroeg (en dat komt door mijn kerkelijke jeugd en de dominees): ‘Schuil ik werkelijk bij de HEER?’
En daar moest ik dan ‘nee’ op antwoorden, want dat doe ik dus niet – of niet altijd. Och och, wat ben ik toch zondig!
Je kunt je wel voorstellen hoe irritant en frustrerend Bijbellezen dan wordt. Je doet iets goeds (Bijbellezen), maar je wordt er down van.

Ik heb in mijn jeugd aangeleerd (gekregen) dat ik de Bijbel moralistisch of activistisch moet lezen. Het gaat ten diepste altijd over mij en over wat ik moet doen (om God te behagen en echt christen te zijn). Maar dáárvoor is de Bijbel niet geschreven. De Bijbel gaat niet over mij, maar over God van wie ik mag genieten en profiteren.

Toegepast op Psalm 11, 1. Ik mag schuilen bij de HEER! Dus ik moet me niet afvragen of ik dat wel doe, maar ik moet me afvragen waarom dat bij hem mogelijk is! Waarom is het bij de HEER beter schuilen dan bij elke andere (aardse) schuilplaats? Wat biedt hij aan wat niemand anders mij kan aanbieden?
Wanneer ik dat overdenk wordt Bijbellezen inspirerend, boeiend, vernieuwend. Er komt plaats voor verwondering en vreugde. Ik maak kennis met de geheimen van God.

Kijk eens naar de héle Psalm 11. Ik wil aantonen dat die niet over mij gaat, maar over God de HEER. Ik cursiveer telkens als het over hem gaat. Veel lees- en denkplezier en verwondering toegewenst!

Psalm 11

1 Voor de koorleider. Van David.

Schuilen doe ik bij de HEER.
Hoe kunnen jullie dan zeggen:
‘Vogel, vlieg weg naar de bergen!
2 Zondaars spannen de boog
en leggen hun pijlen al op de pees
om de oprechte in het duister te treffen.
3 Wat kan een rechtvaardige anders doen,
als de grond onder alles wegzinkt?’

4 De HEER in zijn heilig paleis,
de HEER op zijn troon in de hemel,
met aandacht beziet hij
en fronsend keurt hij
de mensen op aarde.

5 De HEER keurt rechtvaardigen en zondaars.
Wie het geweld liefhebben, haat hij.
6 Vuur en zwavel stort hij over hen uit,
storm drinken zij uit de beker die hij aanreikt.
7 Rechtvaardig is de HEER, hij heeft rechtvaardigheid lief.
De oprechte zal zijn gelaat aanschouwen.

De Bijbel is het woord van Gód. Zijn naam komt zo vaak in de Bijbel voor dat je er zomaar overheen leest…

Hoewel de ‘ramp’ totaal aan mijzelf voorbijgaat, laat geen journaal de economische crisis onbesproken. De crisis gaat ten koste van banen, het gaat ten koste van inkomen, en het kost(te) veel Haagse vergadertijd.

Hoe kijken christenen naar de financiële crisis? Oftewel: hoe denk je er op Bijbelse wijze over? Wat is de crisis in de kern?

Ik denk dat, geestelijk gezien, de economische crisis geen probleem maar een symptoom is. Ik denk dat er geen sprake is van een economische crisis, maar van een crisis onder economen. En onder die economen versta ik niet een specifieke groep vakidioten, maar de mensheid: de wereld.

De wereld is God kwijt en dat komt bijvoorbeeld tot uiting in oorlogen, ruzies, honger, terreur(dreiging), de honger naar amusement. En in deze periode uit zich dat in een totale wanorde in de wereldwijde, financiële sector.

Volgens mij is zonder problemen Psalm 10, 3-4 op de huidige crisis toepasbaar, omdat deze psalm het échte probleem aan de oppervlakte brengt.

Psalm 10, 3-4

3 De mens zonder God prijst wat hij najaagt,
en als hij rijk is, vervloekt en veracht hij de HEER.
4 Hij denkt in zijn waan: Niemand vraagt mij rekenschap.
Er is geen God, maakt hij zich wijs.

Je kunt als christen kwaad of chagrijnig worden als het journaal dagelijks bericht over de crisis. Maar ze moeten wel, willen ze de (meeste) mensen tegemoet komen.
Een mens die zonder God wil leven, moet wel jagen naar zijn eigen geluk op aarde. Een mens die zonder God wil leven, moet wel snakken naar rijkdom (wil hij wat zijn leven maken).
Kortom: de crisis en het journaal passen in deze wereld.

Een christen weet dat God totaal niet geïnteresseerd is in de wereldwijde economische crisis. Waarom niet? Omdat de motivatie om tot een oplossing te komen aan God en het christelijke verlangen naar die God voorbijgaat. De oplossing komt voort uit puur egocentrisme en is gericht op leeg geluk.

Moeten christenen zich dan niet met de crisis bemoeien? Natuurlijk wel, maar niet met het oog op het herstel van onze rijkdom of het geluk van ‘de Nederlander’. Ook niet omdat we dan weer kunnen prijzen wat we ook voor die tijd najoegen.
Een christen vraagt God om de volgende oplossing:

Psalm 10, 15-18

15 Breek de macht van de goddelozen,
eis rekenschap en ban het kwade uit.
16 De HEER is koning voor eeuwig en altijd:
vijandige volken verdwijnen uit zijn land.

17 U, HEER, verhoort de wens van de nederigen,
u bemoedigt hen en luistert met aandacht,
18 u doet recht aan wezen en verdrukten.
Geen mens kan hen nog uit het land verjagen.

De economische crisis komt voort uit dé crisis: de strijd tussen hoogmoedigen en nederigen. De strijd tussen aanhangers van satan en de aanhangers van Jezus Christus.
De crisis stelt mij de vraag: aan wiens kant sta ik, en hoe laat ik dat zien?
De crisis doet mij nog meer verlangen naar God en naar zijn koninkrijk.

Je wordt ’s morgens wakker, en het eerste waaraan je denkt is: gisteren. Aan die rotopmerking die je te verduren kreeg. Of aan het onrecht dat je op het voetbalveld is aangedaan, omdat je er ten onrechte bent uitgestuurd.
Of je denkt aan iets geestelijks: je zonden waarin je steeds weer terugvalt.

Je doet er helemaal niets aan, de eerste (bewuste) gedachte van de dag overkómt je. Je stuurt er niet op aan, je kunt hem niet ontwijken, hij schiet je gewoon te binnen.

Wat zou mooier zijn dan dat je eerste gedachte een gedachte is die aan God is gewijd? Dat je allereerst aan je God denkt. Wat David vertelt in Psalm 16, 8: ‘Steeds houd ik de HEER voor ogen’, dat lijkt me geweldig.

Maar helaas, ook christenen denken zichzelf vaak de put in. “Wat brengt de dag me (nu weer)?” Of: “Hè, moet ik nu echt eerst weer een ontbijt maken – ik sla hem dit keer maar over”, enzovoort.

Veel christenen ontbreekt het aan geluk met God. En dat begint vaak al vanaf de eerste minuut dat ze wakker zijn. Ze laten zich leiden door hun gedachten. Ze luisteren dáár naar.

In Psalm 42 heb ik iets bijzonders gezien. Daar doet een man die graag bij God wil zijn (maar het lukt hem niet, hij is volop depressief!) iets buitengewoon vreemds. Hij luistert niet naar zichzelf en ook laat hij zich niet door zijn depressieve gedachten uit het veld slaan. Hij gaat… tot zichzelf spreken.

Oftewel: hij weigert zijn eigen ziel aan het woord te laten, maar neemt zelf het woord.

Psalm 42, 12

Wat ben je bedroefd, mijn ziel,
en onrustig in mij.
Vestig je hoop op God
,
eens zal ik hem weer loven,
mijn God die mij ziet en redt.

Hoe kom je uit je eerste (misschien wel ongeestelijke) gedachtes? Of nog erger: hoe overwin je een spirituele depressie? Denk aan God, en wat hij in het verleden allemaal al voor je heeft gedaan (in Christus). Dat is de redding en de hoop van de dichter van Psalm 42.

Een diepgaande prachtpsalm.

Als je wilt weten wat de kern van het geloof is, moet je de onderstaande preek lezen. Niet dat die preek zaligmakend is – je kunt ook gewoon Johannes 17 lezen bijvoorbeeld – maar als je wat meer uitleg en woorden wilt, dan is dit je kans.
Ja, laat ik het maar gewoon op die manier stellen.

Vanmorgen een mooie dienst geleid in Bodegraven. En ik moet zeggen: het is mooiste evangelie dat ik totnogtoe heb mogen uitdragen. Nu zeg ik dat zo’n beetje elke week :) maar dit nieuws vind ik werkelijk geweldig. Ik denk dat het komt omdat het voor mezelf ook zo vers is. En verrijkend. Daarbij roept het zoveel verwachting, spanning, hoop en verwondering op.

En daar ben ik nu christen voor. En Godgenieter. Al het andere kan me gestolen worden, God niet. Al is het natuurlijk wel lekker dat Ajax NAC even met 0-3 van het veld veegt…

Hieronder de preek. Reageer gerust.

Johannes 17,1-5 Bodegraven 22032009

Niet zoveel weken geleden hoorde ik in mijn kerk verkondigd worden dat we veel te veel praten over onze rechtvaardiging. Daarmee bedoelde hij: het gaat te vaak over onze zonden, het vechten ertegen, en over de vergeving ervan.

Dat is, zo zei hij, een half evangelie. Het evangelie wordt ‘heel’ wanneer er ook en tegelijk gesproken wordt over onze heiliging. Daarmee bedoelde hij: je richten op God, weten dat je in Christus een heilig en zuiver persoon bent, en de wil om op God te gaan lijken in je concrete leven van alledag.

Ik ben het hier lange tijd mee eens geweest. Tot twee weken geleden. Want toen kreeg ik te lezen dat spreken over onze rechtvaardiging en onze heiliging óók maar het halve evangelie is. Er ligt meer achter de horizon.

Want wees ’s eerlijk: welke christen hoort in preken of gebeden wel eens de volgende woorden over God voorbij komen: glorie, heerlijkheid, majesteit, eer, pracht, schoonheid, grootheid?
Echt, daar gaat het in mijn gemeente nooit of zelden over. En ik merk nu dat ik dat gemist heb.

Ik denk dat het een van de redenen is dat buitenkerkelijken zo weinig horen van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt), na de Rooms-Katholieke Kerk en de PKN het grootste kerkverband van Nederland (hoewel het maar 125.000 leden zijn). Het gaat veel te weinig over God zelf. Wel over wat hij gedaan heeft en nog steeds doet, maar hoe geweldig en glorieus hijzelf is, daar kunnen maar weinig mensen wat over zeggen.

Als ik van mijn vrouw alleen maar kan zeggen dat ze goed kan rijden, opvoeden, (af)wassen, boodschappen doen en praten, wordt ze daar niet blij van. Ik moet kunnen zeggen wie zij (voor mij) is, niet alleen wat zij (voor of met mij) doet.

God wil dat ook. Wie niet kan zeggen dat hij van de Vader van Jezus Christus houdt, mist het mooiste van het evangelie: nabijheid van (de glorie van) God.
Zo’n iemand onderhoudt een LAT-relatie met God. Dat kan wel, en veel christenen doen dat, maar het is geen moer aan. Elke vorm van blijdschap en intimiteit ontbreekt. Sorry hoor, maar aan zo’n relatie wil ik geen ogenblik denken.

Romeinen 3, 23 Iedereen heeft gezondigd en ontbeert de nabijheid (of: glorie) van God.

PS. Een vernieuwende visie op het evangelie lezen? Lees dit artikel van de hand van Wolter Rose.

Wie wil er nu niet in de hemel komen? Na dit leven voor altijd doorleven in een wereld waar je het goed hebt. Als het even kan beter dan hier, op aarde.

Ik denk dat veel christenen op een plek in de hemel hopen. En trouwens, ik lees het vaak terug. In rouwadvertenties, of wanneer iemand wordt opgehemeld – leuk woord, in dit verband – in een in memoriam.

Het beeld dat over de hemel bestaat, wordt volgens mij gevoed door veel romantiek en fantasieën. Het zou de plek zijn waar de bloemetjes bloeien, de zon altijd schijnt, en je wordt er nooit moe.

Nou, vergeet het maar! Als ik de Bijbel lees, en er al eens iets over de hemel geschreven staat (want zo vaak gebeurt dat niet), krijg ik een heel ander beeld overgeleverd. Lees dit eens in Openbaring 6:

Openbaring 6, 9-11 Toen het lam het vijfde zegel verbrak, zag ik aan de voet van het altaar de zielen van al degenen die geslacht waren omdat ze over God hadden gesproken en vanwege hun getuigenis. Ze riepen luid: ‘O heilige en betrouwbare Heer, wanneer zult u de mensen die op aarde leven eindelijk straffen en ons bloed op hen wreken?’ Ieder van hen kreeg witte kleren. Verder werd hun gezegd nog een korte tijd geduld te hebben, totdat ook de andere dienaren, hun broeders en zusters die net als zij zouden worden gedood, zich bij hen gevoegd zouden hebben.

Daar word je nou niet echt blij van. Er is mij verteld dat dit het enige stukje in de Bijbel is waar wordt gesproken over de hemel én (mensen)zielen. Kijk, de engelen brengen God al eeuwig de lof toe, maar de mensen die na hun (martel)dood bij God komen, ja, die zijn allesbehalve blij. Ze hebben maar geduld te hebben.
Het heeft er dus alle schijn van dat de hemel het eindstation niet is.

En dat klopt ook. Want als je het boek Openbaring doorleest, kom je op een gegeven moment bij de volgende waarheid:

Openbaring 21, 1 Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Want de eerste hemel en de eerste aarde zijn voorbij, en de zee is er niet meer.

Het uiteindelijke doel van God en de nieuwe mensheid is: een nieuwe hemel (!) en een nieuwe aarde. Dat wil zeggen: een hemel op aarde, waar God zo heerlijk dichtbij ons zal zijn dat de zon, zoals we die nu kennen, een overbodig ding wordt.

Daarom verlang ik niet naar de hemel, maar naar God. De rest krijg ik er nieuw en gratis bij. En ik verheug me bij de gedachte dat die nieuwe hemel en aarde (evenals God zelf) niet in woorden te vatten zijn.
Ik laat me graag verrassen.