Archief van april, 2009

Op dit weblog laat ik me de laatste weken vrij kritisch uit over de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt, het kerkverband waartoe ik al 27 jaar behoor. En ik zal er ook lid van blijven.

Maar, zoals gezegd, ik ben kritisch. Waarom ben ik dat? Natuurlijk heeft dat te maken met de eerste 20 jaar van dat lidmaatschap, vooral de laatste twee jaar daarvan. Daarin ben ik losgemaakt van een al te loyale band aan deze kerken, en dat suddert nog geregeld na in mijn schrijven en denken.
Misschien geloof je het nu niet, maar ik had misschien wel zo’n een-in-waarheid-freak geweest, of ik had een hartstochtelijk bezoeker van gereformeerdblijven.nl geweest.

Deze mensen eisen als minderheid veel aandacht op (indirect ook nu weer, sorry voor dat). Maar een afscheid van dit soort mensen betekent nog geen afscheid van de GKv. Er is nog een groot, heel groot midden. In dat midden is er, zo merk ik, grote honger naar God, naar inspirerende leiders, naar aansprekende en indringende prediking, naar hechte en authentieke gemeenschappen, naar geestelijke opwekking en revitalisering (op- en herleving), naar relevantie, kortom: naar een kerk zoals Jezus Christus die voor ogen had.

Nu ik ben afgestudeerd komt de vraag natuurlijk op mij af. Wat ga ik doen? Ga ik de GKv dienen als predikant, of ga ik – misschien wel namens deze kerken – aan kerkplanting doen?

Wat Bijbelser geformuleerd: ben ik meer een priester of meer een profeet? Ik denk dat de meeste predikanten zichzelf zullen zien als een priester. Ze onderhouden in Gods naam de kerken, proberen haar schoon te houden, of wat platter gezegd: ze houden de winkel draaiende. :(
Priesters, goede priesters – een kerk kan niet zonder.

Ik voel meer voor het profeetschap. De hort op, de niet-christen bereiken, mensen waarschuwen voor het komende oordeel van God, hen met de opofferende liefde van Christus in aanraking brengen, een nieuw leven vol verlangen naar God en de nieuwe schepping voorschotelen.
Profeten, goede profeten – een kerk kan niet zonder.

Ik denk echter dat de balans tussen profeten en priesters behoorlijk zwaar doorslaat naar de kant van de priesters. En dat terwijl de kerk van de 21ste eeuw volgens mij schreeuwt om profeten. Mensen die de kerk van Jezus Christus een nieuwe, relevante plaats geven in de Nederlandse samenleving.

Ik denk dat de gemiddelde Nederlander, zelfs de meest geseculariseerde, veelal onbewust verlangt naar datgene waarnaar het grote midden van de GKv ook verlangt.

Ik ben benieuwd waar God me brengt.

Ik word er niet goed van. Bloed. Ik heb er persoonlijk helemaal niks mee. Ik vind het smerig, de dieprode kleur vind ik akelig, en ik als ik het op tv zie, daalt m’n bloeddruk en word ik helemaal slap en soms duizelig.

Jezus heeft zijn bloed aan de wereld gegeven toen hij gegeseld en gekruisigd werd. En dat heeft een bepaalde betekenis, maar welke?

Ik weet de eerste reden, omdat ik ben opgegroeid met de Bijbel. De in rang hoogste priester doodde namens het volk Israël een keer per jaar een paar jonge stieren of bokken, ving het bloed op, besprenkelde daarmee het wetboek van Mozes en alle voor de eredienst benodigde voorwerpen. Met dat bloed werd alles gezuiverd.
[Nieuw voor mij:] Het bloed van Jezus zuivert ook. Niet de wereld, maar de plek waar hij is. Zoals het bloed van die dieren de tempel zuiverde, zo zuivert Jezus’ bloed de hemel. Jezus’ bloed is dan ook de enige reden dat er een nieuwe hemel mogelijk is.

De tweede reden heeft te maken met vergeving, met zuivering van mensen. Ik weet dat het volk Israël eenmaal per jaar, op diezelfde dag als zo-even, collectief vergeven en gezuiverd werd. De zonden van het volk werden op figuurlijke wijze op een bok gelegd, waarna het arme beest de woestijn ingestuurd werd om daar te sterven. De zogenaamde zondebok.
Jezus vervulde deze ceremonie volmaakt door zelf de zondebok voor reddeloze zondaren te worden.

En nu die derde reden. Die was vanmorgen ook nieuw voor mij (of begon voor me te leven, terwijl het zó eenvoudig is!). En dat heeft te maken met een geweldig glorieuze en sprankelende erfenis die voor mij klaar ligt: eeuwig bij God zijn.
Hoe ik dat weet? Door de Bijbel, en preciezer: door wat Jezus Christus me daarin vertelt.

God, de Vader van Jezus, heeft een testament-vol-verrassingen opgemaakt, zoals wij ook testamenten voor onze kinderen kunnen opmaken. Maar wanneer wordt zo’n testament geldig?
Als er bloed gevloeid heeft! Dat betekent: als je ouders overlijden.

Oftewel: als Jezus niet gestorven was, zijn bloed niet had gegeven, dan kon ik geen aanspraak maken op de nabijheid van God, was mijn plekje op de nieuwe hemel en aarde niet gegarandeerd en was ik niet zeker van het eeuwige leven: groeiende kennis van God.

Jezus móest dood, for my sake. Zijn bloed maakt me daarom allesbehalve slap en duizelig.
Veel eerder verschrikkelijk dankbaar en ontstellend blij en gelukkig.

Hebreeën 9, 16-18 Bij een testament is het noodzakelijk dat de dood van de erflater wordt vastgesteld. Een testament is immers pas geldig na overlijden, het heeft geen rechtskracht wanneer de erflater nog leeft. Daarom is ook het eerste verbond niet zonder bloed ingewijd.

Het bloed van Jezus Christus betekent dus meer dan vergeving van zonden. Ik moet (bijvoorbeeld in mijn gebedsleven) niet blijven steken in de vergeving van mijn zonden. Sterker nog, dat hele gebeuren is door toedoen van Christus voorbij.
Het gaat nu om verlangen naar God. Een diep verlangen naar eenheid met God, Jezus en de Geest. Dat maakt het gebed een stuk spannender, intenser en hoopvoller.

Hebreeën 9, 27-28 Eens moeten mensen sterven en daarna volgt het oordeel. Net zo zeker is het dat Christus, die eenmaal is geofferd om de zonden van velen te dragen, voor een tweede maal zal verschijnen om te redden wie hem verwachten, maar dan gaat het niet meer om de zonde.

Omdat ik er zelf over nadenk om niet-christenen met Christus bekend te maken, denk ik automatisch ook na over de redenen waarom gereformeerde kerken er niet of moeizaam in slagen de niet-christen te bereiken.
Vorige week schreef ik iets over jongste maar vooral oudste zonen.

Een andere reden ligt mijns inziens in het gegeven dat de GKv zich nog altijd te gemakkelijk vereenzelvigen met Israël, het oude volk van God. En dat is best begrijpelijk, omdat we nou eenmaal elke zondag de psalmen zingen, regelmatig de Oudtestamentische zegen uit Numeri 6 mogen aanhoren en we geregeld preken uit het Oude Testament te horen krijgen.

Maar een is-gelijk-teken tussen de Gkv en het oude Israël zetten gaat natuurlijk veel te ver. Is ook niet Bijbels.

Ik denk dat het een schok voor Jezus’ leerlingen moet zijn geweest toen Jezus het volgende tegen hen zei. Vlak nadat Jezus uit de dood is wakker gemaakt.

Matteüs 28, 10 [Jezus zegt tegen zijn leerlingen:] “Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen.”

Dit is zó’n niet-Oudtestamentische uitspraak (op het eerste gezicht). Hoezo gáán?

Israël ging nooit buiten haar eigen grenzen andere mensen bekeren. Ze hadden wel de wens (zie vele psalmen), maar Elia, Elisa en de hele profetenbende gingen zelden of nooit de grens over.
Een Israëliet deed wat veel GKv’ers ook denken: het buitenland, de niet-Jood en de niet-christen komt maar lekker naar ons. Van een Israëliet mocht hij naar de tempel in Jeruzalem komen, en van veel GKv’ers past hij zich maar lekker aan de kerk aan.

En nu zegt Jezus: “Ga!” Oftewel: “Maak je klein, verdiep je in de ander, niet zij maar jij hebt je aan te passen. Vertel mijn evangelie in elk land en in elke cultuur.”

Dat is slikken. En uitdagend!
Ik hoop dat er moederkerken zijn die dit willen inzien, en mij (en anderen) graag laten gaan.

Het was wel leuk om de eerste keer na mijn buluitreiking een kerkdienst te mogen leiden in mijn eigen gemeente.
Nogmaals bedankt voor alle felicitaties en de gebeden! Ook degene die ik nog nooit gezien heb maar met wie ik via deze site een virtuele en geestelijke band heb, hartelijk dank!

Vanmorgen ging het breed bekeken over het wonder dat Jezus deed toen hij zich na zijn opstanding uit de dood liet zien. Wat deed hij dan? Hij zorgde ervoor dat de ogen van zijn leerlingen opengingen. Niet alleen zagen ze hun Heer weer, opeens begrepen ze ook dat het hele Oude Testament (de Schrift) de komst, de dood en de opstanding van Jezus Christus impliceert en/of voorzegt.

Smal bekeken ging het over rijkdom en de leugen die daarachter schuil gaat, namelijk dat geld en vermogen de mens gelukkig maakt. Prachtig, hard en direct gedicht in Psalm 49.

De preek kun je hieronder lezen en downloaden.

Psalm 49 Hoogland 26042009

Zo, het zit erop. Of, om de woorden van professor Kamphuis aan te halen, het is een einde van een era. Want word je tegenwoordig master (m) in de theologie, in het voorgaande tijdperk kreeg je als titel doctorandus (drs) mee. En omdat ik nog in dat oude tijdperk met de theologische studie ben begonnen, ben ik vanaf gisteren dus officieel een drs.

Ik weet nog goed hoe ik daar als 19-jarig mannetje binnenstapte. Ik weet nog goed wie toen mijn (geestelijke) voorbeelden waren. Ik weet nog goed hoe het eerste jaar zo simpel was dat ik alleen maar Championship manager speelde. Ja echt, met een boek of reader voor m’n neus uren- en dagenlang een computerspel spelen.
Ik slaagde dat jaar, zoals dat heet, met veel genoegen…

Het tweede jaar ging redelijk, het derde jaar dramatisch slecht, en vanaf jaar vier tot m’n trouwdag hortend en stotend. Met als ‘dieptepunt’ dat mondelinge tentamen dat ik niet haalde. Bij Hoekzema, mijns inziens de enige docent die tentamineren tot een kunst kon verheffen. Ik maakte een diepe buiging voor de beste man en in de herkansing ‘versloeg’ ik hem met een 7.5.
Sinds de bruiloft ging het ietsje beter, maar in m’n eigen tempo.

Tegen het afstudeertraject zag ik flink op. Want langer dan één jaar aan één project werken, dat is niks voor mij, resultaatgericht als ik ben.
Maar goed, het ging, vooral omdat ik tegelijkertijd preekbevoegdheid kreeg. Ik kon de stof werkelijk direct omzetten in verscheidene preken, en dat werkte inspirerend.
En samen met m’n mentor Kees Haak heb ik leuke uren beleefd. En de scriptie mocht er gewoon zijn.

Jammer dat Kees Haak er gisteren niet bij kon zijn. Hij had wel een praatje voorbereid, waarvan Kamphuis de eerste regel voorlas. Schitterende zin, vol waarheid! Ik was lomp, eerlijk, eigenwijs, enthousiast, onbehouwen, recht-door-zee, eigengereid, scherp, enzovoort enzovoort.
En het kan niet anders of hij had me verbaal gefileerd. En terecht! Dat was lachen geweest!

En nu… nooit meer Kampen. Dat vreemde, knieperige stadje. Met die vreemde universiteit, met haar eigen gedrag- en leefcodes. Wanneer ik daar de drempel overstap, stap ik een andere wereld binnen. Ik begin bijvoorbeeld opeens naar iedereen te knikken. En ze knikken nog terug ook.

Ik wens ‘Kampen’ het beste toe (snel weg uit dat dorp! Kom op, de wereld in: naar Amsterdam!), ik wens haar transparantie toe, goede humor, inspirerende theologie, en een hartgrondige afschuw van de platgetreden paadjes om ‘het volk’ niet voor het hoofd te stoten.

Ik zou graag willen eindigen met een lied dat ik gemaakt heb voor de soos waar ik in de eerste jaren elke donderdag met veel genoegen m’n biertjes en kalmoes dronk.
Het lied kwam helaas niet door ‘de synode’ der studenten. Belachelijk! :)

1. Hou eens op met al dat werken
en ga naar de Soos der Kerken.
We gaan drinken tot we niet meer kunnen staan.
Ja, laat iedereen het merken,
want straks sta je in de kerken,
je moet nuchter zijn om voor te kunnen gaan!

[Refrein:]
Wij zijn hypocriet!
Niemand die het ziet.
Want het volk denkt dat we leven zoals ‘t moet.
Bijbelstudie, stagelopen, ‘t zit wel goed.
Natuurlijk kennen wij,
maar niet alcoholvrij
alle Bijbelboeken op een rij.
Genesis, Exodus, Deuteronomium.
Jozua, Richteren… ad delirium!

2. Op de kansel blijven we preken
en het volk dat zal smeken:
“Blijf bij ons, verlaat ons niet, o dominee!”
Maar op de coetus van de classis
drinken we bier – en dus geen cassis.
Zijn wij hypocriet, zeg nu: ja of nee? (Ja!)

[Refrein.]
Wij zijn hypocriet!
Niemand die het ziet.
Want het volk denkt dat we leven zoals ‘t moet.
Bijbelstudie, stagelopen, ‘t zit wel goed.
Natuurlijk kennen wij,
maar niet alcoholvrij
alle Bijbelboeken op een rij.
Genesis, Exodus, Deuteronomium.
Jozua, Richteren… ad delirium!

Ik ben student-af. Ergens wel jammer…

Bul

Donderdagmiddag krijg ik om 15.30 uur dan eindelijk mijn bul uitgereikt in Kampen. Ik ben wel benieuwd naar het praatje. Even horen hoe ze over me denken daar…
Daarna krijg ik een etentje aangeboden van mijn ouders. Lief van ze!

Een dag later houd ik een actief feestje in Bunschoten. Boven winkel ‘De Welkoop’ (na de schuifdeuren meteen rechts de trap op), Nijverheidsweg 5, hebben Margreet en ik een zaaltje ingericht waar we lekker kunnen eten, drinken, darten, WII-en, sjoelen en pokeren.

Dus als je zin hebt om me te feliciteren met dit heuglijke feit, dan ben je van harte uitgenodigd! Vrijdagavond dus, vanaf een uurtje of 8.

“Om te leven, natuurlijk.” Dat is het eerste waaraan ik denk bij die invuloefening. Ik werk om te leven.

Aldus David, de niet-christen.

Wanneer Jezus niet in mij leeft, ben ik binnen de minuut een mens die voor zichzelf leeft. Ik zorg voor uitgebreid eten, ik spaar maanden voor een grotere auto, ik leef van weekend tot weekend, ik verwen mijn vrouw en kind met cadeaus, koop nog maar wat DVD’s, en waarom zou ik niet overstappen op merk-chips?

Menig christen voelt zich in zijn geweten bezwaard als hij nu van zijn of haar computerscherm opkijkt, om zich heen kijkt in het huis, vervolgens opstaat en de voorraadkast opentrekt. [Schaam, schaam, wat moet ik hier allemaal mee?] En we zullen tegen elkaar zeggen: “Eigenlijk loopt het de spuigaten uit.” Dat woordje ‘eigenlijk’, dodelijk is dat!

Hoe kan het dat veel mensen die zich christen noemen in kasten van huizen wonen? Waarom die overvolle winkelwagens? Waarom altijd praten over onze vakanties, onze auto’s en ons weekend? Wat is er mis met (mee)lijden, vasten en het missen van een stuk vlees op je bord?

Jezus, ónze Heer, kon nergens slapen, vastte van tijd tot tijd, en leed om ons. Veel christenen bedanken hem daar wekelijks hartelijk voor, maar verklaren hem tegelijk voor gek wanneer zij hem niet in die levensstijl volgen.

Maar het grootste probleem komt aan de oppervlakte wanneer we nadenken over wat leven is. En vooral: hoe je vreugde in het leven krijgt.
We nemen namelijk genoegen met veel te weinig wanneer we Jezus Christus en zijn Vader vervangen door aardse genoegens, zoals hierboven opgesomd.

Jezus Christus is en God is mijn diepe vreugde. En er gaat een diep gevoel van vreugde en dankbaarheid door mij heen wanneer ik weggeef wat ik (deze week) verdiend heb. Ik zit namelijk in de positie dat ik een ander mag helpen met het geld dat ik van God heb gekregen.

En het mooiste: ik mag meelijden met Jezus Christus. Bijdragen aan zijn lijden. Hij gaf zichzelf voor mij, en juist daarom wil ik niets anders dan mijzelf geven voor hem. Eén met hem zijn, op hem lijken. Zijn goedkeuring krijgen, zijn vreugde groot maken. Zijn beloning – eenheid met Vader en Zoon – ooit ontvangen.

Maar ik ben een mens, niet eens zo diep in mijn hart een zondaar, een egoïst. Satan weet het, en trekt me maar wat graag van het smalle pad van Jezus af.
Bidden zal ik, volhouden zal ik. “God, help me om te genieten van u en van mijn naaste. Geef me het grootste genot, de grootste vreugde. Heer, laat me alstublieft werken om te geven.”

Ik vind Nederland maar een verrot verleidelijk land. Ik vind mezelf maar een verrot en eenvoudig te verleiden mensje.
Met hoop, heel veel hoop, dat wel.

Efeziërs 4, 28 Laat wie steelt niet meer stelen, maar eerlijk de kost verdienen door zelf hard te werken om iets weg te kunnen geven aan wie het nodig heeft.

Preken is zo goed, ook voor mezelf. Na een wat minder geestelijke week bevalt het me om geestelijke voeding te krijgen. Hoe krijg ik dat als ik zelf preek?
Het is de blijdschap die ik voel na de preek. Als ik werkelijk merk dat het evangelie geland is. Dat is niet te beschrijven, ik beschouw het als een wonder.

Vanmorgen in Eindhoven-Best geweest. Schitterende kerk die kan duelleren met de Gkv van Vlaardingen qua esthetiek.
Het is een moderne katholieke kerk, dus ik sta achter een altaar/ lange tafel, gewoon op de grond, achter me een mooi kruis, voor me een prachtige Bijbel in Nieuwe Vertaling, en in de consistorie twee mooie priestergewaden die ik helaas niet mocht aantrekken :) .

Ik hield een ‘oude’ preek. Over het verlangen van Jezus om bij God te zijn en te genieten van zijn overweldigende glorie. Kortom: eeuwig leven.

Hieronder is de preek (nog eens na) te lezen. Reageer gerust.
Ik verblijd me het meest wanneer u of jij vragen of opmerkingen plaatst over het evangelie (niet over de uitvoering).

Johannes 17,1-5 Bodegraven 22032009