Soms leer je gewoon uit eigen ervaring wie God is. Tegelijkertijd ontdek je de zin en onzin van het christelijk geloof.
Vanmorgen stond ik naast de box. Joram was druk aan het spelen, zag waarschijnlijk mijn benen, keek naar boven en keek me in de ogen.
Ik bukte voorover en strekte mijn armen naar hem uit om hem op te pakken. Tijdens die beweging deed Joram zijn armpjes en handjes omhoog. Hij wilde mijn handen vastpakken. Maar hij kon er net niet bij.
Piepen en huilen volgde.
En toen viel de gedachte me te binnen, en deelde hem meteen met Margreet. Ik zei: “Ik weet nu zeker dat het onzin is wanneer christenen tegen elkaar zeggen dat je God moet vastgrijpen.”
Want dat zeggen we vaak. God strekt zijn handen overduidelijk naar ons uit. We zeggen: “Kijk naar Jezus, kijk naar het kruis van Golgota, kijk naar de levende Jezus!” En het enige wat christenen nu nog moeten doen is Gods uitgestrekte handen vastpakken. Geloven, noemen ze dat dan.
En zo wordt geloven activistisch. En er sluipt iets katholieks in deze visie, maar onder evangelischen hoor ik het ook genoeg. God is zeker genadig, maar de mens moet óók nog iets van zijn kant doen, namelijk Gods handen vastpakken.
Net als Joram begin ik van die visie te piepen en te huilen. Want in deze visie lijkt het net alsof Gods handen te kort zijn. Alsof God mijn handen nodig heeft om zijn handen te vullen. Of: om zijn genade compleet te maken.
In de Bijbel is deze visie niet te vinden. Het werkt eerder andersom. De mens kan maar één ding doen, wil zijn leven zin hebben: zijn handen uitstrekken naar God. Van verlangen! Want hij rekent erop dat God in actie komt, en zijn handen – en hele lichaam – vastpakt.
Voordat ik mijn handen naar God uitstrek, is hij al begonnen met zijn handen uit te strekken naar mij (zie Joram en mij). En: al strekt Joram zijn handen niet naar mij uit, dan nog zijn mijn handen nooit te kort om hem uit de box te halen. Om hem lief te hebben, ben ik als vader niet afhankelijk van de lengte van de armen van mijn zoon.
En zo is het mijn Vader ook. Zijn handen zijn nooit te kort (geweest) om mij uit het leven van alledag op te tillen. En mij uit de verschrikkingen van de Godverlatenheid te redden.
Psalm 143, 5-7
5 Ik denk terug aan vroeger dagen,
mijmer over uw daden
en beschouw het werk van uw handen, [Kortom: God is al begonnen, voordat ik wat doe]
6 ik strek mijn handen naar u uit,
dorstig als droge aarde. [Kortom: ik kan niets anders doen naar hem verlangen]
7 HEER, geef mij antwoord, haast u,
mijn kracht is uitgeput. [Kortom: ik ben totaal afhankelijk van God, en van zijn kracht, en van zijn armen]
PS 1. Wat ik bij Joram deed was dus geen goddelijke actie. Een beetje plagen. Ik liet mijn armen bewust te kort zijn, terwijl Joram naar contact verlangde (Psalm 143, 6).
Maar wat vind ik het heerlijk om als vader op Vader te lijken. Ik ben zo blij dat God mij gewoon laat ervaren wie hijzelf, maar dan in volmaakte vorm, is.
PS 2. Ik kan me voorstellen dat je nu denkt: “Ja, maar je moet toch gelóven dat Gods armen lang genoeg zijn.” Of: “Je moet je toch overgeven aan God, alles loslaten?”
Dat ontken ik niet, maar de Bijbelse manier van zeggen is: je moet je bekeren. En dat is niets anders dan jezelf omdraaien. Want als je je niet omdraait, zie je Gods lange armen niet. En kun je niet recht in zijn ogen kijken.
Bekering is dus wat anders dan God vastgrijpen of je aan hem overgeven. Zowel vastgrijpen als overgeven zijn een gevolg van God-zien.
Wanneer je deze blog nog eens leest, dan zul je zien dat Joram zich bekeerd heeft!
Reageer
Reacties
Hoi Edco,
ik begrijp wat je schrijft, maar ik heb het vermoeden dat je mij niet begrepen hebt.
Het (bijbels-theologische) punt dat ik maakte is dat ons handelen geen AANVULLING is op Gods redding. Zelfs onze bekering (omdraaien) maakt Gods redding niet af.
Bekering is een noodzakelijke handeling om Gods redding (of armen) te ZIEN. Bekering hoort niet bij de redding zelf. In het leven en sterven van Jezus Christus ligt namelijk onze redding.
In zekere zin heeft geloven wel iets passiefs. Bijvoorbeeld in 2 Kor. 5, 20, waar Paulus zegt: “Wij zijn gezanten van Christus, God doet door ons zijn oproep. Namens Christus vragen wij: LAAT u met God verzoenen.” Niet: “Verzoen je”, maar: “Laat je verzoenen…” Dat klinkt wel passief, vind je niet?
En vervolgens vertelt Paulus niets over óns handelen, maar heeft hij het in de volgende zin over Gods handelen. 2 Kor. 5, 21: “God heeft hem die de zonde niet kende (Jezus dus) voor ons één gemaakt met de zonde, zodat wij door hem rechtvaardig voor God konden worden.” En wij? Wij staan erbij en kijken ernaar… (en verwonderen ons!). Let ook in dit vers op het woordje ‘worden’. Weer passief. God regelt álles!!!
Gods hand grijpen (of je aan hem overgeven door te geloven) suggereert de gedachte dat wij iets aan Gods reddingsplan moeten bijdragen.
Wat de Katholieken betreft: zij hebben officieel in hun leer staan dat Gods genade de natuur vervolmaakt. Dus de mens doet iets voor God, bijvoorbeeld hem proberen te grijpen, maar God maakt de handeling af door middel van zijn genade. Een katholiek doet een opstapje naar God en God tilt hem vervolgens over het dode punt heen. Dat is onbijbels.
(Veel gereformeerden denken dit helaas trouwens ook. In hun spreken (vaak als het over de kerkgang gaat: dat zou dan een opstapje naar het eeuwig leven zijn) en ook in hun daden (trots zijn op en het afkondigen van bepaalde collectebedragen, bijvoorbeeld. “Kijk ons eens goed bezig zijn, God!”).
Evangelischen hebben geen officiële leer, maar hebben vaak wel de neiging op actie van de mensen aan te dringen. God doet wel alles, maar de mens moet ook wat doen. Geloven, God vastgrijpen enzovoort. Dat klinkt vroom, maar is onbijbels.
Bekering is het Bijbelse woord.
Bijbelse bekering = in de zon gaan staan (en niet: de zon vastgrijpen, want dat lukt je toch niet). Bijbelse bekering = voor God en Jezus gaan staan en ontdekken hoe je vastgegrepen bént. (En niet: God vastgrijpen, want dat lukt je toch niet.)
Woordspelletjes. Je maakt je eigen waarheid tot de waarheid. Soms zijn bepaalde stappen van mensen nu eenmaal belangrijk. In mijn proces kan ik dat samenvatten met het woord OVERGAVE. Ok, noem het Bijbelse bekering. Voor mij moest mijn ik, mijn controle, aan de kant. Is dat aan mezelf te danken? Natuurlijk niet, alle eer aan God. Hoe het precies werkt? Ik weet het gewoonweg niet.
Wat ik wel weet is dit. Ik was vroeger een ‘naamchristen’, nu een christen. Na een oproep om ‘een stap te zetten’. Die oproep heeft dus mijn leven veranderd! Zo kan het ook.
In sommige kerken is het ‘not done’ om iets dergelijks te vragen. We zijn toch allemaal wedergeboren? En in mijn geval was dat een leugen. Laat ook dat besef in sommige kerken maar doordringen.
hee David,
Wat is er lichamelijk qua aktiviteit en inspanning anders aan “je omdraaien” of “een hand vastpakken”? In beide gevallen volstaat een passieve houding niet. En in beide gevallen is er toch van enige aktiviteit sprake. Bij je naar God uitstrekken kun je ook denken aan de zieke vrouw in mattheus 9 vers 20-22. De visie van geloven is de uitgestrekte Hand van God vastpakken ken ik niet, althans het is mij nog niet eerder gepredikt. Wel dat wij onze handen naar God mogen uitstrekken in ons verlangen dat Hij ons hart kan vullen met Zijn liefde en Zijn Geest. Jammer dat je evangelisch en katholiek in dit verband onder één noemer schaart. “God is zeker genadig, maar de mens moet óók nog iets van zijn kant doen, namelijk zich omdraaien”…héé, dan klinkt het ineens heel anders. Nu lijkt het wel of er iets katholieks in je visie is geslopen.
groet`n
Edco