Archief van mei, 2009

Zonde is: God onderwaarderen door iets anders boven hem te waarderen. In een eerdere blog deze week schreef ik over de vier elementen die zonde kenmerken. Ik had het over die vier Engelse p-woorden: de

penalty
power
presence
pleasure van de zonde.

Zoals beloofd zou ik een Nederlands ezelsbruggetje verzinnen. Die is te lezen in de preek hieronder.

Het ging redelijk vanmorgen in Amersfoort-De Horsten. Ik vond het alleen erg rumoerig, en ik hoorde van m’n broer dat dat onder andere kwam omdat de preek achter in de kerk al fluisterend voor iemand werd vertaald. Dus dat stemt me gerust.

Een beetje inside-information: ik vind het echt irritant als er net bij een belangrijke zin of bij een kernwoord iemand gehoest wordt. Daar kunnen de mannen of vrouwen in kwestie natuurlijk niets aan doen, maar ik hoor me zelf dan even niet praten. En dan twijfel ik eraan of het wel overgekomen is (had iedereen last van die hoestbui? denk ik dan). En dus herhaal ik die zin of dat woord ook. Dit overkwam me wel drie keer vanmorgen.

De sfeer was goed. En de preek paste wat mij betreft helemaal bij Pinksteren. Lees ‘m hieronder (nog ’s) en reageer gerust.

Bedankt voor de gastvrijheid, Lichtkringers!

Efeziërs 1, 13-14

… dan is het einde daar!

Of niet dan? Geen christen moet er aan denken dat Jezus zijn koningschap opgeeft! Dat hij zou besluiten: “En nu heb ik er genoeg van. Ze zoeken het maar uit, daar beneden!”
Ik moet er niet aan denken dat de goddelijke man aan wie alle macht van de wereld en zelfs nog meer is gegeven (Matteüs 28, 18), ophoudt mijn koning te zijn. Dan is het einde daar.

En toen hoorde ik van de volgende zinnen uit de brief van Paulus aan de gemeente vol krenten (Korintiërs). En vanmorgen zocht ik die zinnen ’s op:

1 Korintiërs 15, 22-25 22 Zoals wij door Adam allen sterven, zo zullen wij door Christus allen levend worden gemaakt. 23 Maar ieder op de voor hem bepaalde tijd: Christus als eerste en daarna, wanneer hij komt, zij die hem toebehoren. 24 En dan komt het einde en draagt hij het koningschap over aan God, de Vader, nadat hij alle heerschappij en elke macht en kracht vernietigd heeft. 25 Want hij moet koning zijn totdat ‘God alle vijanden aan zijn voeten heeft gelegd’.

Jezus houdt dus ooit wèl op koning te zijn. ‘Hij draagt het koningschap over aan zijn Vader’, schrijft Paulus. En ik maar denken dat Jezus voor altijd koning blijft. Niet dus.
Hoe zit dat?

Ik denk dat ons beeld van een koning gevormd wordt door ons wereldbeeld. En dat beeld wordt ook zichtbaar in de Bijbel die midden in deze wereld is geschreven. Een koning is iemand die regeert over zijn vijanden. Over machten die eropuit zijn om zijn koninkrijk omver te werpen.
Al de koningen in de Bijbel vochten zich een ongeluk tegen omringende landen, en zelfs tegen eigen volksgenoten.

Behalve één. En dat was Salomo. Die regeerde á la zijn naam, namelijk in vrede. Salomo hoefde, door toedoen van zijn God, zijn koninkrijk niet te beschermen tegen de kwade bedoelingen van zijn opponenten.
Was Salomo daar minder koning door? Absoluut niet, Salomo was een koning zoals God die bedoeld heeft.

Terug naar Jezus, de Zoon van God. Hij heeft van zijn Vader de opdracht gekregen om alle vijanden die deze in zonde gevallen wereld kent, compleet te vernietigen. Tot de grootste vijand, die geen mens kan verslaan, toe: de dood. (Pasen, de opwekking van Jezus uit die dood, is daarvan het bewijs.)
En nu regeert deze Jezus bij zijn Vader over deze nog steeds gevallen wereld.

Maar ooit – wanneer het einde daar is (Vers 24a) – zorgt Jezus, de koning, ervoor dat alle vijanden definitief verslagen worden. Geen satan meer, geen overlijden meer, geen dodelijke ziektes meer. Dus dat betekent automatisch dat Jezus geen koning meer in wereldse zin hoeft te zijn. Dan ontslaat hij zichzelf uit zijn functie; hij is er klaar mee. En dan zegt hij tegen zijn Vader: “Vader, alstublieft, hierbij krijgt u het koningschap terug!”

En dan zal er geregeerd worden zoals God dat vanaf het begin bedoeld heeft. Zoals Adam en Eva ooit (zonder strijd en oorlog en vijanden) over de aarde mochten regeren. Dan is God koning á la Psalm 72 (een lied van/over Salomo!), maar dan zonder die regels die over vijanden en bijbehorende overwinningen gaan.
Dan gaat het over deze zinnen uit die heerlijke psalm:

5 Moge hij [de koning: Salomo: God zelf] leven zolang de zon bestaat,
zolang de maan zal schijnen,
van geslacht op geslacht.
6 Moge hij zijn als regen die valt op kale akkers,
als buien die de aarde doordrenken.

7 Moge in zijn dagen de rechtvaardige bloeien,
de vrede wereldwijd zijn tot de maan niet meer bestaat.
8 Moge hij heersen van zee tot zee,
van de Grote Rivier tot de einden der aarde.

9 Laten de woestijnbewoners voor hem buigen,
zijn vijanden het stof van zijn voeten likken.
10 De koningen van Tarsis en de kustlanden,
laten zij hem een geschenk brengen.

De koningen van Seba en Saba,
laten ook zij hem schatting afdragen.
11 Laten alle koningen zich neerwerpen voor hem,
alle volken hem dienstbaar zijn.

16 Er zal overvloed van koren zijn in het land,
zelfs op de toppen van de bergen.
Rijpe aren zullen golven als de bossen van de Libanon.
Vanuit zijn stad zal voorspoed ontluiken
als jong groen op de aarde.

17 Zijn naam zal eeuwig bestaan, zijn naam
zal voortleven zolang de zon zal schijnen.
Men zal wensen gezegend te worden als hij,
en alle volken prijzen hem gelukkig.

18 Geprezen zij God, de HEER,
de God van Israël.
Hij doet wonderen, hij alleen.
19 Geprezen zij zijn luisterrijke naam, voor eeuwig.
Moge zijn luister heel de aarde vervullen.
Amen, amen!

Wanneer Jezus niet meer koning is… dan is het einde daar!!!

Zo nu en dan kijk ik in de statistieken van mijn weblog. Ik kan dan zien hoeveel bezoeken er per maand gebracht worden (vanaf 27 april tot vandaag zijn dat er 1735), hoe lang men op m’n site blijft (1:42) en hoeveel pagina’s per bezoek bekeken worden (2,49).

Zo-even keek ik naar de zoekwoorden. Via welke tien zoektermen kwam men in de afgelopen 30 dagen het vaakst op mijn site? Ik moest om sommige wel lachen, hoor. Komt-ie (tussen haakjes staat het aantal bezoeken dat via deze zoekterm gebracht is):

1. davidium (476)
2. david heek (106)
3. farizeeën spakenburg (61)
4. www.davidium.nl (50)
5. davidium.nl (47)
6. dominee geersing (39)
7. het is stil op davidium (32)
8. dwaalleraar david heek (26)
9. doop [gevolgd door een naam] (24)
10. tim-keller (22)

Ik geloof dat Jezus mijn redder is. En ik denk dat de meeste christenen dat geloven. En wanneer ik vraag waarvan we dan gered zijn, dan krijg ik steevast te horen: “Ik ben gered van de zonde.”

Maar ja, wat is dat dan voor redding? En wat is zonde dan precies? En als je dan gered bent uit – laten we zeggen – het diepe, koude oceaanwater… wat ga je dan vervolgens op de reddingsboot of op de kade doen?

Maar goed, christenen hebben gelijk als ze zeggen dat ze gered zijn. Paulus schrijft het in het begin van zijn brief aan christenen in Efeze.

Efeziërs 1, 13 In hem [Jezus Christus] hebt ook u de boodschap van de waarheid gehoord, het evangelie van uw redding.

In de Statenvertaling staat ‘het evangelie van uw zaligheid‘. En hoewel dat een oud woord is, wil het wel meer zeggen dan ‘redding’. Zaligheid verwijst niet naar de reddingsactie op zich, maar naar de situatie die ná de redding ontstaat. Je voelt je zalig wanneer je gered bént.
(Daarom werd Jezus vroeger ‘zaligmaker’ genoemd – ik kan op dit moment helaas geen modern equivalent bedenken.)

Maar wat is er dan zo zalig, zo heerlijk? Antwoord: dat ik gered ben van de zonde. Dat wil zeggen: dat ik door Jezus (’in hem’, schrijft Paulus terecht!) gered ben van mijn neiging om iets anders boven God te stellen. Om vervolgens daarin mijn geluk te vinden. Dat is zo’n zonde!

In het Engels heb je vier p-words om redelijk eenvoudig te onthouden waarvan een christen gered is.

Lees meer »

Als prediker vind ik één ding erg lastig: loslaten. Ik moet loslaten wat ik in de naam van God heb mogen zeggen. Natuurlijk krijg ik wel wat te horen, maar het gros van de gemeente keert huiswaarts en verwerkt op zijn eigen manier de kerkdienst.

Het gaat me helemaal niet om de complimenten of andermans mening over m’n doen en laten. Dat soort meningen krijg ik genoeg over me heen; van bijzonder positief tot zwaar negatief.
Nee, ik zou zo graag willen weten wat de vragen zijn waarmee mensen worstelen na het meemaken van een kerkdienst (al dat niet onder mijn leiding).

Gistermiddag bijvoorbeeld maak ik een dienst mee die me niet kon bekoren, die me ook boos maakt, die me terugvoert naar m’n kerkelijke verleden.
Dan kan ik het niet laten om aan broers en zussen om me heen te vragen wat ze ervan vonden. Ik wil analyseren wat er fout ging, daarvan leren, horen hoe anderen daar op reageren, emoties peilen, verder helpen, enzovoort enzovoort.

En God zegt tegen me: “Los David! Dat hoef je allemaal niet te doen, man. Laat mij alsjeblieft Heer over de kerk zijn!”

Ik moest denken aan die andere David, koning David van Israël. Hij wilde zo graag een huis bouwen voor zijn geweldige HEER. En wat zegt de Heer? “Nee, David, daarvan ben ik niet afhankelijk. Enne… laten we de rollen eens omdraaien. Ik, de HEER, bouw wel een huis voor jou!”

2 Samuël 7, 10-11 [De profeet Natan brengt aan David de woorden van God over:] Ik [de HEER] heb aan mijn volk Israël een gebied toegewezen. Daar heb ik het geplant en daar kan het nu onbevreesd wonen. Het wordt niet langer door misdadige volken onderdrukt, zoals toen het er pas woonde en ik rechters over mijn volk Israël had aangesteld. Jou [David] heb ik rust gegeven door je van je vijanden te verlossen. De HEER zegt je dat hij voor jou een huis zal bouwen.

Het is niet de kern van 2 Samuël 7, maar het volgende lijkt me duidelijk. Mijn HEER zet zich liever voor z’n uitverkorenen in dan alle aandacht en waardering van zijn uitverkorenen te krijgen.

Loslaten, dat moet ik soms. En die heerlijke wijsheid dat God de boel al eeuwen naar zijn ideeën en wensen regisseert, moet zich in mijn hart en ziel innestelen wanneer ik weer eens meen de kerk van Jezus Christus te moeten beschermen…

PS. Over ‘los’ gesproken: morgen ben ik uitgenodigd voor de Lokale Omroep Spakenburg (LOS). In een anderhalf uur durend interview – afgewisseld door allerlei (waarschijnlijk oude) kerkliederen – staan we stil bij een mooi thema: ‘Verlangen naar God’.

Meeluisteren? Vanaf 10.00 uur op FM 107.5 (ether) of FM 102.4 (kabel). Maar dan moet je wel in de buurt van Bunschoten wonen, denk ik zo.
Via deze link is de uitzending twee uur na het interview terug te luisteren (klik dan op het blauwe icoontje).

Hieronder is de link naar de preek van vanmorgen te vinden. Zoals je ziet heb ik deze preek eerder gehouden in Nieuw-Lekkerland.
Reageer gerust.

Johannes 12, 23-26 Nieuw-Lekkerland 05042009

“Dat vind ik zo’n mooi lied!” Binnen twee minuten kwamen er vanmorgen twee mensen op me af die me zo goed als hetzelfde vertelden. Ze verwezen naar het laatste lied in de dienst, uit het Liedboek voor de Kerken, nummer 479.

Nu ben ik zelf helemaal niet zo van de Liedboekliederen, maar dit lied is wel mooi. Vooral dat laatste, vierde vers staat me aan omdat het elke vorm van wereldmijding de das om doet:

Laat dan mijn hart u toebehoren
en laat mij door de wereld gaan
met open ogen, open oren
om al uw tekens te verstaan.
Dan is het aardse leven goed,
omdat de hemel mij begroet.

Toen we dat lied hadden gezongen, kon ik het niet laten om de laatste regel publiekelijk te wijzigen. Want christenen verlangen niet zozeer naar een locatie (de hemel), maar naar de Heer van de feestlocatie: God zelf.

Een van de twee die me aanspraken, zei: “Voordat jij die wijziging doorvoerde, kwam ik tot de ontdekking dat ik altijd moeite heb met die hemel in dit lied. Daar verlang ik helemaal niet naar; ik verlang veel meer naar God. Daarom zong ik in plaats van ‘de hemel’ vanmorgen spontaan dat ‘Gods liefde’ mij begroet!”

Ze was mij dus voor, en voelde zich dus helemaal erkend toen ik dat alternatief aanbood. Dat vond ik zo mooi om te horen. Wonderlijk allemaal!

Ik bedank Hoogland en Nieuwland dat ik weer voor mocht gaan. Het was me een waar genoegen. En zo’n evangelie doet mezelf ook goed. Sterker nog, ik kon vanmiddag in een zo goed als lege kerk en met een preek waarover ik hier maar geen oordeel uit zal spreken, heerlijk lijden aan de kerk.

De aandachtige lezer van deze weblog heeft het allang door. Mijn denken en (helaas, vermoed ik) in mindere mate mijn leven is in de afgelopen twaalf maanden gevormd door het denk- en schrijfwerk van John Piper.

Zijn diepe motivatie om God in alles centraal te zetten, de centrale plaats van Gods glorie in zijn theologiseren en zijn christelijke verlangen om dichtbij God te leven, werken aanstekelijk op mij. Daarom geef ik ook graag zijn zeer Bijbelse gedachtegoed in mijn eigen (s)preken door aan de mensen die ik in mijn leven mag tegenkomen.

Toch staat me ook iets tegen aan dit typisch puriteinse gedachtegoed. Het heeft mijns inziens de neiging om de mens op te jagen in zijn of haar heiliging. Tenminste, zo komt het dan op me over, zo voel ik het, zo beheerst het me, ook al is het er totaal de bedoeling niet van. Wat het puriteinse gedachtegoed doet is steeds, maar dan ook steeds weer en al is het vaak impliciet, mijn oude ik blootleggen. En daar word ik wel eens moe van.

Het lijkt een beetje op mijn vakantie in Oostenrijk. Dat was zeven dagen genieten, echt! Maar dan ook actief genieten. Niet één dag lagen we met onze kont op een ligstoel te genieten van zon, zee en strand. Rustig genieten was er niet (of weinig) bij.
Ik heb geen vakantie beleefd waarvan ik ben uitgerust, terwijl de week wel schitterend was.

Puriteins gedachtegoed brengt de strijd in mijn leven aan de oppervlakte. Het wil God inderdaad centraal zetten, het wil mij intens laten genieten van wie God voor mij en anderen is, en dat is mooi.
Maar God is er nu niet op volmaakt zichtbare wijze. Dus ik kan nu niet volmaakt van God genieten.
Het is de wellicht bekende strijd die Paulus beschrijft in Romeinen 7 en 8. Die hoofdstukken staan zo vlak bij elkaar dat die strijd voelbaar wordt als je ze serieus leest. Puriteinen geven meer aandacht aan hoofdstuk acht dan aan het daaraan voorafgaande hoofdstuk.

Ik geniet van John Pipers gedachtegoed en vooral van zijn Bijbelse God(sbeeld). Maar ik ben erg benieuwd naar het leven van een puritein wanneer hij niet naar God verlangt.

Ik moet zijn boekje When I don’t desire God dan ook gauw in huis halen. Misschien dat ik dan wel op deze blog terugkom.

Natuurlijk vind ik het uitdagend om de diepte van Kerst, van Goede Vrijdag en van Pasen te peilen. Ik wil namelijk graag weten waarom Jezus Christus naar de aarde kwam, waarom hij besloot zich te laten vermoorden en wat de betekenis van zijn opwekking uit de dood is.

Toch zijn deze drie feiten ’slechts’ middelen. Ja, echt, om Kerst, Goede Vrijdag en Pasen draait het evangelie niet – al wordt het grootste deel van de vier evangeliën (Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes) aan de drie dagen van Jezus’ lijden, dood en opwekking gewijd.

Maar het gaat om hemelvaart! Dat vind ik verreweg het mooiste feit dat in de wereldgeschiedenis heeft plaats gevonden. Waarom? Omdat Jezus met zijn hemelvaart aantoonde dat niets, maar dan ook niets mooiers is dan bij God, zijn Vader, te zijn.
En het gaat er niet alleen om dat Jezus zelf bij zijn Vader is – hij is vooral naar zijn Vader gegaan om vervolgens ook mij bij die Vader te brengen.

Het idee alleen al dat Jezus bij zijn Vader een goed woordje (en dan denk ik al gauw in het meervoud: goede woorden) voor mij doet, maakt me gelukkig en zeker. Ik bedoel: God heeft Jezus ontstellend lief. Andersom is ook waar: Jezus heeft alles over voor zijn Vader (getuige Jezus’ leven op aarde).

Dus als Jezus Christus mij aanbeveelt bij zijn Vader kan het gewoon niet zo zijn dat de Vader de woorden van zijn Zoon in de wind slaat. Daar is in de verste verte geen sprake van.

Hemelvaart betekent dat in eerste instantie Jezus zijn doel heeft bereikt. En in tweede instantie weet ik dat ik (en jij, beste geloofsgenoot) gegarandeerd zeker mijn doel zal bereiken: voor altijd bij die geweldige God zijn!

1 Petrus 3, 18 Ook Christus immers heeft, terwijl hij zelf rechtvaardig was, geleden voor de zonden van onrechtvaardigen, voor eens en altijd, om u zo bij God te brengen.