Hoewel het vaak wordt gezegd, is de kerk van het Nieuwe Testament niet op één lijn te stellen met de tempel uit het Oude Testament. De kerk is grootser!
Paulus zegt namelijk dat iedere christen een tempel van de heilige Geest is (1 Korintiërs 6, 19). Dat betekent dus dat er in een kerk van – laten we zeggen – 150 christenen ook 150 tempels zijn (ervan uitgaand dat men de Geest ook graag in de tempel toelaat). De kerk bestaat uit soms grote aantallen geestelijke tempels.
Dat maakt van kerkdiensten dan ook bijzondere gebeurtenissen. Ik kan me namelijk in de verste verte niet voorstellen dat God zelf niet dichtbij zijn geestelijke tempels wil zijn, wanneer hij wordt aanbeden en grootgemaakt.
De kerkdienst is een heilig gebeuren, omdat God zelf zich er bekendmaakt. Dat zegt koning David bijvoorbeeld wanneer hij in de woestijn aan de tempel terugdenkt.
Psalm 63, 3
In het heiligdom heb ik u gezien,
uw macht en majesteit aanschouwd.
Toch denk ik dat een eenzijdig beeld vertoond wordt, wanneer we de kerk alleen vanuit Gods heiligheid (en macht en glorie) bekijken.
Wat ik in mijn eigen kerk namelijk vaak mis, is een soort gezelligheid, een warme huiselijkheid. En door dat gebrek krijgt de ‘heilige sfeer’ iets vervelends en formeels. Alsof de heiligheid van God op de mensen drukt. (Gisteren zag ik bijvoorbeeld een vader tijdens de collecte met een diepe frons z’n vrolijke zoon bij de arm grijpen; en ik kon zijn ’ssst!’ horen!)
Overdreven opgelegde heiligheid heeft er ook voor gezorgd dat menig kerkganger moeite heeft met humor en grappen. “Dat is cabaratesk gedrag, en dat past niet bij de heilige God”, hoor je dan. Dat vind ik baarlijke nonsens (vergeef me deze uitdrukking, ik wil er iemand nu alleen een plezier mee doen)!
Die huiselijkheid lijkt misschien te vloeken met Gods heiligheid, maar mijns inziens hoeft dat helemaal niet zo te zijn.
Ik kijk bijvoorbeeld op tegen Dennis Bergkamp en Jari Litmanen. Door hun uitzonderlijke voetbaltalenten, die doorspekt zijn met inzicht en voetbalgogme (term van Van Gaal). Ik zou de twee graag eens persoonlijk, bijvoorbeeld bij hen thuis, willen spreken. Dat lijkt me spannend. En het lijkt me dan ook zeer geruststellend wanneer zij tegen mij zouden zeggen: “David, doe maar net alsof je thuis bent, hoor!”
De Bijbel zegt dit ook van de tempel en de kerk. Dat gevoel dat je bij God thuis bent, ondanks (of juist vanwege?) zijn superieure heiligheid en grootheid.
Psalm 84, 4-5
Zelfs de mus vindt een huis
en de zwaluw een nest
waarin ze haar jongen neerlegt,
bij uw altaren, HEER van de hemelse machten,
mijn koning en mijn God.
Gelukkig wie wonen in uw huis,
gedurig mogen zij u loven.
En die vogels schijten wat af, zoals je weet. Om over de zooi onder het nest met jongen nog maar te zwijgen. Nee, doe me dan zo nu en dan maar een leuke grap (als je dat kunt).