Archief van juli, 2009

Zo zorgvuldig als je de naam van je kind uitzoekt, zo gemakkelijk worden vaak namen van kerken bedacht.
Ja, namen van kerken. Ik vind ze vaak nietszeggend (voor omwonenden), archaïsch, irrelevant en saai. Een paar voorbeelden van kerken die ik ooit bezocht heb:

1. De Hoeksteen (Leerdam): roept het gewenste (Bijbelse) beeld niet op. Het is ook geen alledaags beeld.
2. Een vaste burcht (Gouda): burchten kennen we niet meer. (’De bunker’ zou trouwens beter passen bij dat gebouw :) )
3. Maranathakerk, Immanuëlkerk, Petrakerk (Bunschoten-Spakenburg): Is dat Turks óf Grieks?
4. Gereformeerde kerk (Nijkerk, Nijverdal, Loenen en vele anderen): Moet je je ’s voorstellen dat je voetbalclub de naam ‘FC KNVB-club’ draagt…
5. Eudokiakerk (Kampen): de wattes?! (In de volksmond ook wel ‘De Okidoki’ genoemd)
6. Martuskerk (Amersfoort): who the hack is/was Martus, kun je je afvragen?
7. Ichtuskerk (Bodegraven): hier zijn natuurlijk een een paar letters weggevallen. Bedoeld wordt: (L)icht(h)u(i)s.
8. De Levensbron (Alblasserdam). En nu in modern Nederlands graag.
9. Alle kerken die vernoemd zijn naar windrichtingen. Saai, voor de hand liggend en werkelijk overal toepasbaar.

Kerknamen die een krappe voldoende krijgen:

1. De Boogkerk (Hoogland): het is helder Nederlands en de kerk bestaat uit bogen – maar daarmee is ook alles wel gezegd.
2. De Lichtkring (Amersfoort): de kerk is inderdaad licht van binnen en buiten. En van bovenaf bezien is de kerk zo goed als rond. De naam als zodanig klinkt vaag en mystiek.
3. De Kristalkerk (Hengelo): helder Nederlands. De naamgeving verwijst naar het in de buurt gewonnen zout. Zoutkristalkerk dus. Denk dus niet meteen aan glaswerk ofzo. Kortom: beetje verwarrend.
4. De Fontein (Vlaardingen): alleen omdat het normaal Nederlands is. Of staat er misschien een fontein in de buurt?

Misschien denk je nu: ‘Ach, lekker belangrijk! Wat maakt het allemaal uit? Het gaat erom wat bínnen de muren gedaan en gezegd wordt!’

Vanmorgen las ik Jesaja 19. Daarin maakt de HEER in de eerste 15 verzen bekend dat Egypte er helemaal aan gaat. Maar dit harde oordeel heeft tegelijkertijd ook weer een positief gevolg. De HEER zal de Egyptenaren ook zegenen. Het hoofdstuk eindigt schitterend: “Want de HEER van de hemelse machten zal hen zegenen met de woorden: “Gezegend is Egypte, mijn (!) volk, en Assyrië, werk van mijn (!) handen, en Israël, mijn bezit (dat was me bekend).”

God zal Egypte dus niet alleen veroordelen en van de kaart wegvegen. Hij geeft het land ook gelegenheid voor hernieuwd geloof in de God van hemel en aarde.
Hij zegt in Jesaja 19, 18 dit:

Jesaja 19, 18 Op die dag zullen er in Egypte vijf steden zijn waar men de taal van Kanaän spreekt en de HEER van de hemelse machten erkent; een ervan zal ‘Stad van de zon’ genoemd worden.

‘Stad van de zon.’ Kijk, dat vind ik nu een creatieve en schokkende naam voor een nieuwe stad. Gewoon even doen, midden in het land waar de koning (farao) als de koning van de zon aanbeden wordt en wil worden. Daar zet God heerlijk (arrogant! zullen ze denken) een andere zonnestad neer. Een stad waar hij als dé zonnekoning aanbeden zal worden!

Zie je het al voor je? Dat je een kerk sticht in Amersfoort? En die kerk gewoon ‘De Keikerk’ noemt? Prachtige naam. Alsof je de waarheid in pacht hebt, vind je niet? (Je moet wel even weten dat Amersfoort bekend staat als ‘keistad’.)

Of in Amsterdam. Ze hebben de gestichte kerk daar ‘De Stroom’ genoemd. Ik weet daar de redenen niet van, maar ik vind ‘m op het eerste gezicht weer wat vaag en mystiek overkomen. Ik had voor ‘De Arena’ gegaan. Heerlijk arrogant. Maar wel christelijk.
Haha, elke week samenkomen in de arena van God! Juichen voor de godenzoon.

PS. Goede, bestaande kerknamen die ik ken, zijn:

1. De Koningskerk (Langerak): de kerk staat in een ‘koninklijke’ buurt, ‘koning’ is een begrijpelijk Nederlands woord en verwijst – na enig onderzoek daarbinnen – naar de enige, echte, hemelse koning.
2. De Poortkerk (Veenendaal): de kerk staat aan het Poortjesgoed, idem.
3. Bazuinkerk (Kampen): de kerk staat in een ‘muziekbuurt’. Een bazuin is, denk ik, een vrij onbekend en ‘ouderwets’ instrument (worden die dingen nog gebruikt/bespeeld?), maar wel Bijbels. De naam verdient het voordeel van de twijfel.

Ja, er staat nogal een vraag hierboven. Want ik denk dat geen christen zal zeggen: ‘Nou en, wat kan mij dat nou schelen!”

Ik denk zelfs dat veel christenen instinctief een antwoord hebben klaarliggen. Juist wanneer ze denken aan Gods liefde, zullen ze zeggen: “Absoluut niet! Mijn God houdt niet van het doden van mensen! Dat kan hem onmogelijk vreugde geven!”

En misschien weten ze niet waar het exact in de Bijbel staat, maar met Ezechiël 18, 32 hebben ze het gelijk aan hun kant.

Ezechiël 18, 30-32 Ik zal iedereen beoordelen naar de weg die hij gegaan is – spreekt God, de HEER. Kom tot inkeer, bega geen misdaden meer, anders brengt jullie schuld je ten val. Breek met het zondige leven dat jullie hebben geleid, en vernieuw je hart en je geest. Dan hoeven jullie niet te sterven, Israëlieten! Want de dood van een mens geeft me geen vreugde – spreekt God, de HEER. Kom tot inkeer en leef!

Pfff… gelukkig. God wordt niet blij van dode mensen. God is liefde! Alle eer aan God, prijs de HEER!

Maar toen… Deuteronomium 28, 63! Daar zegt God tegen Israël, dat ooit goddeloos gaat worden (weet God):

Deuteronomium 28, 63 [Mozes zegt namens God:] “En zoals de HEER er eerst vreugde in vond om u te zegenen en in aantal te doen toenemen, zo zal hij u dan met vreugde te gronde richten en uitroeien. U zult worden weggerukt uit het land dat u in bezit zult nemen…”

‘Met vreugde’ – het staat er echt! En het is geen foute vertaling. Sterker nog: zowel in Ezechiel 18 als hier staat exact hetzelfde Hebreeuwse werkwoord voor ‘vreugde vinden in’ of ‘plezier hebben in’.

Wordt God blij van het doden van mensen, of niet?

Lees meer »

Iemand sprak het volgende gebed uit:

God, er gaan geruchten dat u bestaat. Bovendien zie ik veel religieuze mensen en gebruiken om me heen. Mensen zoeken u – of iets goddelijks. Maar wie of wat bent u?

Als u bestaat, moet u (anders zou u geen god zijn) logischerwijs het begin van alle dingen zijn, of ze nu zichtbaar zijn of niet. Dus ik zou om me heen kunnen kijken om te ontdekken wie u bent. Nou, God, dat heb ik gedaan. Vandaag nog.

Ik liep vanmiddag door de straten en ik zag een vogeltje onder aan een boom liggen. Dood. Bebloed, half vergaan, snaveltje open. God, heeft u dat gedaan? Zo ja, wat voor een ongevoelige God bent u dan? Zo nee, waar is dat dan goed voor?

Ik liep door en ik zag twee vogeltjes van dezelfde soort een nestje bouwen. Ik ben er eens goed voor gaan zitten. Zo ijverig, zo mooi, zo zorgvuldig. Heeft u dat bedacht? Hoe heeft u zoiets wonderlijks voor elkaar gekregen?

Ik liep vervolgens door het park bij mij in de buurt. En ik zag daar twee tieners. Op een bankje, de hand van de jongen om de rug van – ik vermoed – z’n vriendinnetje geslagen. Ze keken samen naar een groep eenden die elkaar aan het verkrachten waren. Ik zag de twee erom lachen.
Prachtig gezicht (afgezien van de groepsverkrachting dan). U moet weten dat ik van de liefde houd, God.
En als u God bent, dan moet u het bedacht hebben. En met ‘het’ bedoel ik, God, dat wat de wereld het vaakst bezingt: de liefde. Bent u zelf ook liefde? En zo ja, hoe match ik dat dan met dat dode vogeltje?

En God, hoe match ik dat met wat ik dagelijks óók zie? Hoe mensen, die misschien ook wel verliefde tieners zijn geweest, elkaar bedonderen, chanteren, onderdrukken, kapot schieten, vermoorden, afslachten? Jaja, dat zijn úw mensen. Die heeft u bedacht en in elkaar geknutseld.
Mooie God bent u!

Wie bent u? Wat bent u? Ik loop één dag een beetje serieus door deze wereld, en kijk een beetje serieus rond. En ik krijg totaal geen idee van wie of wat een ‘god’ zou moeten zijn.

En het meest gekke is nog wel dit. Wist u, God, dat ik veel zogenaamde christenen vaak hoor zeggen dat ze u in de natuur leren kennen? Nou, dan lopen ze wel behoorlijk selectief door deze wereld, moet ik u zeggen. Ze zien de verliefde tieners, de ijverige vogeltjes en de hoge bergen op vakantie.
Maar als u het mij vraagt, vind ik die christenen altijd zo goed in het ontzien van de verkrachtingen, de massamoorden en de dood. Dit alles zowel in de natuur als in de maatschappij van alledag.

God, ik kom er niet uit. Om me heen kijkend vind ik u maar een willekeurige, onbetrouwbare chaoot.
En daarom heb ik maar één vraag aan u.

God, als u bestaat, zou u dan alstublieft eens wat tegen me willen zeggen?

PS. Een GzB = Een Gebed zonder Bijbel.

Hoe zit het met de eenheid tussen het Oude en het Nieuwe Testament (OT en NT)? De laatste tijd hoor ik daar geregeld weer gesteggel over. Ik vind het een belangrijk onderwerp. Omdat ik, denkend aan de christenheid in Nederland, van mening ben dat gereformeerden en evangelischen elkaar in de komende jaren steeds meer gaan vinden. En ik weet dat dit een gevoelig onderwerp tussen beide christelijke groepen is.
Wat generaliserend: gereformeerden pleiten voor de eenheid tussen OT en NT (al slaat de twijfel geregeld toe), evangelischen zijn er vaak nog niet uit.

Met de komst van Jezus Christus zou het Oude Testament zo goed als ongeldig en onbruikbaar verklaard worden.
Ik kan daar helemaal niets mee. Niet in de laatste plaats omdat Jezus zelf dit nooit verkondigd heeft. Maar ook in m’n persoonlijke Bijbelstudie kom ik er steeds weer achter dat het Oude Testament exact belooft wat je in het Nieuwe terugziet.
En die vervulling maakt het Nieuwe Testament béter dan het Oude. Maar daarmee is het Oude niet meteen slecht. Als het Nieuwe beter is, dan is het Oude nog altijd goed, of niet dan?

Vanmorgen las ik in Jesaja 18 dat God Nubië – ongeveer het huidige Ethiopië – straft. Hij straft het ‘[zo]als de verzengende hitte op het middaguur’ het akkerland straft (18, 4). De negers (Jesaja noemt hen ‘volk met glanzende huid’; een prachtige benaming, vind ik) krijgen er flink van langs van de HEER.

Waarom? Omdat dit volk geen ontzag heeft (gekend) voor de HEER en zijn volk Israël.
En met welk doel?
Dit doel:

Jesaja 18, 7

In die tijd worden geschenken gebracht
aan de HEER
van de hemelse machten
door het rijzige volk met glanzende huid,
door het alom gevreesde volk,
een volk van tirannen en geweldenaars,
uit een land van rivieren doorsneden.
Zij komen naar de Sion, waar de naam woont
van de HEER van de hemelse machten.

God straft niet om het straffen. Hij wil mensen veranderen. En soms moet je daarvoor de omgeving waarin ze leven veranderen, zodat ze bij zichzelf komen en zich gaan bezinnen. De Nubiërs moeten hun land uit (want dat ligt totaal braak), en gaan op weg.
Naar de HEER!

En laat dat nu exact gebeuren in het Nieuwe Testament. En (niet toevallig?) op het middaguur. Een Nubiër/Ethiopiër is naar de HEER in Jeruzalem gegaan. Om hem te aanbidden en ‘geschenken te brengen’.
De HEER brengt deze man op z’n terugreis in aanraking met Filippus. Deze Filippus brengt hem op de hoogte van Jezus Christus. De man gelooft, laat zich dopen en de gebeurtenis eindigt met:

Handelingen 8, 39 Toen ze uit het water kwamen, greep de Geest van de Heer Filippus en nam hem mee, en de eunuch zag hem niet meer, maar vervolgde zijn weg vol vreugde.

En dat allemaal door die Oudtestamentische straf. De HEER van alles en iedereen straft een volk met het oog op aanbidding van hem en vreugde om hem.

Vanmorgen racete ik samen met m’n ‘chauffeur’ (voor de terugweg) naar Nijverdal. Ja, ik zeg maar zo: dan kom je daar ook eens. Mooi oud kerkje met een nieuw en fris interieur.
Deze week was ik weer in de gelegenheid een nieuwe preek te schrijven, en andermaal was het een psalm. Deze keer Psalm 27.

Hierin vertelt David uitgebreid dat en hoe de HEER zijn angsten omslaat. Vertrouwen op en verlangen naar God zijn ervoor in de plaats gekomen. Het ging heerlijk met een prachtig slotlied. (Ik wilde niet eindigen met Psalm 27: 7, omdat die taal echt te archaïsch is). Het was Opwekking 392: Mijn Jezus, ik hou van u.

Vragen over de preek kun je gerust stellen. Lees hem hier (na): Psalm 27

Vanmiddag mocht ik weer voorgaan in Nijkerk. Het ging over de liefde van God naar aanleiding van Maleachi 1, 1-5 (een preek die ik eerder gehouden had in Zaltbommel). Zie hiernaast: Maleachi 1, 1-5 Nijkerk

Nu even twee weken rust. Maar als ik zin heb of krijg, dan schrijf ik lekker door, hoor.

Hoe vaak hoor je als christen niet het volgende evangelie: ‘Wij hebben God nodig. En gelukkig… hijzelf komt naar ons toe in (de goddelijke persoon van) Jezus Christus. Via Jezus strekt God zijn hand naar je uit. Pak die reddende hand aan!’
En dat is het evangelie ook.

Stukje bij beetje vecht ik mij door het grote boek Jesaja heen. Ik zeg bewust ‘vechten’, want gemakkelijk is het niet. Maar goed, dat is ook logisch als ik bedenk dat God spreekt.
Ik leer God via dit boek weer zoveel beter kennen.

De HEER kondigt de wegvoering van Israël en Juda aan. Assyrie en Babel krijgen van de HEER de twijfelachtige eer om dat te gaan doen.
Assyrië en Babel hebben echter niet in de gaten dat ze door God gebruikt worden en geven zichzelf en hun goden alle credits. En dus is God op hén nog kwader dan op het goddeloze Israël. Want als hij al kwaad is op zijn geliefde (maar goddeloze) Israël, hoe kwaad zal hij dan niet zijn op de (goddeloze) landen die hij niet liefheeft!

En toen las ik dit over de hand van God. Uitgestrekt, maar niet in liefde uitgestrekt.

Jesaja 14, 24-27 (Willibrord-vertaling)

De HEER van de machten heeft gezworen:
‘Wat Ik bedacht heb, zal gebeuren,
wat Ik besloten heb, wordt uitgevoerd.
Assur [Assyrië] ga Ik breken in mijn land,
Ik verpletter hem op mijn bergen
;
dan wordt zijn juk van mijn volk weggenomen
en glijdt die last van hun schouders.
Dit is het besluit, besloten over heel de aarde,
dit is de hand, over alle volken uitgestrekt.
Als de HEER van de machten een besluit neemt, wie zal het verijdelen?
Als Hij zijn hand uitstrekt, wie trekt die dan terug?’

De HEER straft Assyrië, maar er staat verrassend genoeg dat zijn hand over alle volken uitgestrekt is. En dat is dus de hand van God waarmee hij slaat en niet de uitgestrekt hand waarmee hij redt. Hoe zit dat nu? Is God dan geen liefde (maar harteloos en wreed)?

Als je alleen Jesaja 14 leest, kun je dat wel denken, ja. Maar wie het evangelie van Jezus Christus leert ontdekken, zal dit zeggen: “De slaande hand van God heb ik uitermate serieus te nemen. Ik ben geen haar beter dan welke Assyriër of Bayloniër dan ook. Maar ik weet dit: God zal mij niet slaan! En waarom niet? Omdat hij zijn Zoon geslagen heeft!”

De hand die uitgestrekt is over alle volken, heeft temidden van al die volken geslagen op een heuvel die Golgota heet. Die hand heeft niemand (gelukkig voor mij) kunnen tegenhouden.
Maar wie de (vrijwillig!) geslagen en uit de dood opgestane Jezus Christus niet als redder aanneemt, zal tot in de verste eeuwigheid deze slaande hand van God moeten ervaren; dat is de hel.

Gods in kwaadheid opgeheven of uitgestrekte hand waarmee hij zijn eigen Zoon – in plaats van mij – sloeg (Jesaja 53, 10), is tegelijk zijn in liefde uitgestrekte hand naar mij. God doet op Golgota zowel recht aan zijn rechtvaardigheid(sgevoel) als aan zijn liefde.

Klagen mag ik niet. Ik merk dat God me met vele gaven heeft willen zegenen. En een van die gaven is de kunst van het uitleggen van zijn geweldige uitspraken en daden.

Wie m’n weblog volgt, merkt vast ook wel dat ik geregeld uitermate positieve reacties krijg. (De negatieve komen via m’n mail ;) .)

Gisteren liep ik in een boekhandel in Spakenburg, en keek ik even in een boekje van Peter Scheele. M’n oog viel op een passage waarin hij beschrijft hoe uit positieve reacties (die ook hij krijgt) af te leiden is hoe het er in een kerk voorstaat.

En vaak werkt dat heel subtiel. Drie voorbeelden van positieve reacties die ik gekregen heb.

1. “Je preekt zo enthousiast en ik geloof wat je doet en zegt.”

2. “Ik heb geen moment mijn ogen dicht gedaan.”

3. “Je hebt me aan het denken gezet.” (Afgelopen zondag nog tegen me gezegd.)

Wat communiceert iemand die dat tegen me zegt? Ik denk dit:

1. “In andere kerkdiensten zie ik zelden of nooit enthousiaste predikers. En als ik iets niet doe, dan is het wel geloven in wat hij zegt. Hij doet er gewoon z’n ding of hij vertelt de dingen alsof ze doodnormaal zijn.”

2. “Normaliter val ik wèl in slaap tijdens de preek. En niemand die daarover valt – ikzelf ook niet.”

3. Dit is een hele subtiele. Als iemand zegt dat-ie door m’n preek aan het denken is gezet, betekent dat vanzelf ook dat dit niet per se hoeft te gebeuren! En dan denk ik: Hoe is het mogelijk! Hoe kan het zijn dat de onnavolgbare, glorieuze, rijk aan gedachten zijnde Gód spreekt en dat de mens niet aan het denken gezet wordt?!

Hoe krijg je dat als prediker van die God toch in vredesnaam voor elkaar?

Ik denk dat de beste man die dat tegen me gezegd heeft, er onbewust mee akkoord gaat dat het ook voor mag komen dat je in een kerkdienst niet aan het denken gezet wordt.

Nou, dat mag niet en dat kan niet.

Want dan zijn er wel woorden gesproken, maar niet het woord van de God die onze gedachten elke (zon)dag ver te boven gaat.

Bron: www.desiringgod.org/blog