Hoe vaak hoor je als christen niet het volgende evangelie: ‘Wij hebben God nodig. En gelukkig… hijzelf komt naar ons toe in (de goddelijke persoon van) Jezus Christus. Via Jezus strekt God zijn hand naar je uit. Pak die reddende hand aan!’
En dat is het evangelie ook.

Stukje bij beetje vecht ik mij door het grote boek Jesaja heen. Ik zeg bewust ‘vechten’, want gemakkelijk is het niet. Maar goed, dat is ook logisch als ik bedenk dat God spreekt.
Ik leer God via dit boek weer zoveel beter kennen.

De HEER kondigt de wegvoering van Israël en Juda aan. Assyrie en Babel krijgen van de HEER de twijfelachtige eer om dat te gaan doen.
Assyrië en Babel hebben echter niet in de gaten dat ze door God gebruikt worden en geven zichzelf en hun goden alle credits. En dus is God op hén nog kwader dan op het goddeloze Israël. Want als hij al kwaad is op zijn geliefde (maar goddeloze) Israël, hoe kwaad zal hij dan niet zijn op de (goddeloze) landen die hij niet liefheeft!

En toen las ik dit over de hand van God. Uitgestrekt, maar niet in liefde uitgestrekt.

Jesaja 14, 24-27 (Willibrord-vertaling)

De HEER van de machten heeft gezworen:
‘Wat Ik bedacht heb, zal gebeuren,
wat Ik besloten heb, wordt uitgevoerd.
Assur [Assyrië] ga Ik breken in mijn land,
Ik verpletter hem op mijn bergen
;
dan wordt zijn juk van mijn volk weggenomen
en glijdt die last van hun schouders.
Dit is het besluit, besloten over heel de aarde,
dit is de hand, over alle volken uitgestrekt.
Als de HEER van de machten een besluit neemt, wie zal het verijdelen?
Als Hij zijn hand uitstrekt, wie trekt die dan terug?’

De HEER straft Assyrië, maar er staat verrassend genoeg dat zijn hand over alle volken uitgestrekt is. En dat is dus de hand van God waarmee hij slaat en niet de uitgestrekt hand waarmee hij redt. Hoe zit dat nu? Is God dan geen liefde (maar harteloos en wreed)?

Als je alleen Jesaja 14 leest, kun je dat wel denken, ja. Maar wie het evangelie van Jezus Christus leert ontdekken, zal dit zeggen: “De slaande hand van God heb ik uitermate serieus te nemen. Ik ben geen haar beter dan welke Assyriër of Bayloniër dan ook. Maar ik weet dit: God zal mij niet slaan! En waarom niet? Omdat hij zijn Zoon geslagen heeft!”

De hand die uitgestrekt is over alle volken, heeft temidden van al die volken geslagen op een heuvel die Golgota heet. Die hand heeft niemand (gelukkig voor mij) kunnen tegenhouden.
Maar wie de (vrijwillig!) geslagen en uit de dood opgestane Jezus Christus niet als redder aanneemt, zal tot in de verste eeuwigheid deze slaande hand van God moeten ervaren; dat is de hel.

Gods in kwaadheid opgeheven of uitgestrekte hand waarmee hij zijn eigen Zoon – in plaats van mij – sloeg (Jesaja 53, 10), is tegelijk zijn in liefde uitgestrekte hand naar mij. God doet op Golgota zowel recht aan zijn rechtvaardigheid(sgevoel) als aan zijn liefde.

Reageer